Annieke Kranenberg: ‘Het werk van journalisten kan enorme impact op mensenlevens hebben’

Annieke Kranenberg

Annieke Kranenberg was sinds 2014 ombudsvrouw van de Volkskrant. Ze kijkt terug op haar periode als ‘luis in de pels van de luis in de pels’.

Een stagiair pleegde plagiaat, de krant werd door de rechter op de vingers getikt vanwege een stigmatiserende foto en moest ingewikkelde afwegingen maken bij de talloze terroristische aanslagen die voorbij kwamen. Er gebeurde veel in de drieënhalf jaar dat Annieke Kranenberg de ombudsvrouw van de Volkskrant was.

In je afscheidscolumn als ombudsvrouw noemde je jouw taak die van ‘de luis in de pels van de luis in de pels’. Vond de hoofdredactie je vaak vervelend?

 Af en toe zeker. Er zijn regelmatig pittige gesprekken gevoerd. Als ombudsvrouw kon ik achteraf terugkijken op een kwestie. Dan is het altijd makkelijker de wijsheid in pacht te hebben. De chef of hoofdredacteur moesten op het moment zelf vaak onder tijdsdruk een ingewikkelde beslissing nemen. Maar goed, daar heeft de lezer niets mee te maken, die moet het doen met wat-ie voor z’n neus krijgt.”

Je was al jaren redacteur van de Volkskrant voordat je ombudsvrouw werd. Ben je dan minder onafhankelijk dan iemand die de redactie niet kent?

“Als je van binnen komt krijg je mensen gemakkelijker te spreken, want je kent ze al. Daardoor antwoorden ze doorgaans openhartiger, daar ben ik van overtuigd. In sommige Angelsaksische landen komen ombudslieden van buiten de nieuwsorganisatie. Daar is wat voor te zeggen, want als je weet dat je vroeg of laat weer terugkeert op de redactie, kun je als ombudsman of –vrouw opereren met de rem erop. Die terughoudendheid heb ik nooit bij mezelf bespeurd, dat zou een reden zijn geweest om er mee te stoppen.

Ik ben ervan overtuigd dat iemand die van binnenuit komt kritisch kan zijn. Een student heeft een groot deel van mijn columns geanalyseerd voor zijn scriptie. In de wetenschap wordt kennelijk onderscheid gemaakt tussen twee typen ombudslieden: een type dat fungeert als ambassadeur van redactie, en een type dat fungeert als advocaat van lezers en klagers. Op basis van mijn artikelen deelde hij mij bij die laatste categorie in, daar ben ik blij om.”

Sinds september werk je weer als verslaggever, en als coördinator van het katern Zaterdag. Welke lessen neem je daarin mee van het ombudsvrouw-zijn?

“Wat me zal bijblijven is dat het werk van journalisten enorme impact kan hebben op mensenlevens. Daar moeten we ons rekenschap van geven. Een van mijn laatste columns ging over hoe de krant omgaat met minderjarigen. Ik noem daarin onder andere een intieme foto van een jong moslimmeisje dat moest bevallen. Het bleek dat deze foto eigenlijk niet gebruikt mocht worden, maar toch in een archief beland was, en daardoor in de krant. Er waren verschillende momenten geweest waarop er een belletje had kunnen gaan rinkelen. Fouten zijn vaak niet alleen de verantwoordelijkheid van één verslaggever of eindredacteur of chef, meerdere mensen hebben er een aandeel in. Het is belangrijk dat ieder doordrongen is van zijn eigen verantwoordelijkheid in dat proces.

Als je merkt dat iemand kwetsbaar is, moet je uitleggen dat een verhaal in de krant ook een artikel online betekent

Een ander voorbeeld: wie in deze tijd met naam en toenaam in de krant komt, blijft online voor altijd vindbaar en kan daar bijvoorbeeld gedoe van krijgen bij een sollicitatie. Je wilt en kunt niet iedereen tegen zichzelf in bescherming nemen, maar als je merkt dat iemand kwetsbaar is en niet zo mediawijs, dan zul je als journalist ook moeten uitleggen dat een verhaal in de krant ook een artikel online betekent. Ja, dat kan betekenen dat iemand niet meer mee wil meewerken, daardoor is het werk van journalisten er niet gemakkelijker op geworden.

Tegelijkertijd wil de redactie om goede redenen terughoudend omgaan met het verlenen van anonimiteit. Na de affaire met Perdiep Ramesar bij Trouw heeft de redactie het gebruik van anonieme bronnen aangescherpt: zo min mogelijk anonieme bronnen opvoeren, en wanneer je dat toch doet, duidelijk maken waaróm. Met het opvoeren van niet-traceerbare bronnen doe je een enorm beroep op het vertrouwen van je lezer.”

In het najaar van 2015 kwam aan het licht dat een stagiair van de Volkskrant passages in artikelen had overgeschreven van andere media en bijvoorbeeld een interview met een bestaande figuur had verzonnen.

Was dat een lastige kwestie voor jou?

“Het was vooral ingewikkeld omdat ik in korte tijd een groot onderzoek moest doen en de betrokkene niet meteen openheid van zaken bood. Het bleek al snel groter te zijn dan het aanvankelijk leek. Toen heb ik de ruimte gekregen om een uitgebreide reconstructie – inclusief een conclusie – te schrijven.”

Het lijkt me dat je scherp wilt zijn op de gemaakte fouten van de stagiair, maar tegelijkertijd beseft dat het hoofd van een jonge journalist op het hakblok ligt.

“Ik was er niet op uit om deze jongen af te branden, ik heb gewoon gekeken hoe het zo mis kon gaan en waar de redactie fouten heeft gemaakt. Dit soort misleiding in de journalistiek komt vaker voor, maar toch was dit een vrij unieke zaak. Dat kwam door de persoonlijkheid van de jongeman, maar daar wil ik niet teveel over zeggen – niet meer dan ik destijds heb geschreven.”

Andere ingewikkelde kwesties?

“Mijn column over het afschaffen van het woord ‘allochtoon’ deed veel stof opwaaien. Ik vond het belangrijk dat we groepen zorgvuldiger gingen benoemen, dus ‘Marokkaanse Nederlanders’ als we de Marokkaanse afkomst van Nederlanders willen benoemen, en géén ‘Marokkanen’. Marokkanen wonen in Marokko. Mijn stuk werd door een verkeerd geformuleerde tweet geïnterpreteerd als een besluit van de hoofdredactie, die daarop weer schreef: ho, wij denken er nog over na. Maar een jaar later is het vermijden van het woord allochtoon en het zorgvuldiger vermelden van afkomst, zoals de streepjes-Nederlander, opgenomen in het stijlboek.”

In de nazomer van 2016 plaatste de krant op de voorpagina een aankondiging van een artikel over verscherpte controles bij Schiphol. Op de foto was te zien hoe een Arabisch uitziende man werd gecontroleerd door de marechaussee. De kop: ‘Is Schiphol nog veilig?’ De man op de foto spande een rechtszaak aan en kreeg gelijk: met de publicatie had de krant ‘inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer’ gemaakt. Kranenberg: “Ik was het eens met die tik op de vingers.”

Waar het om gaat is: kan de krant bevroeden dat iets stigmatiserend of seksistisch kan overkomen?

De krant krijgt vaker het verwijt mensen te stigmatiseren. “Vaak is dan het verweer: ‘Maar zo hebben we het niet bedoeld!’ Nee, dat zou er nog bij moeten komen. Maar waar het om gaat is: kan de redactie bevroeden dat iets stigmatiserend of seksistisch kan overkomen? Hoe diverser de redactie, des te beter er slimme, journalistieke keuzes gemaakt kunnen worden.

Ik heb ook vaak geschreven over hoe we berichten over terrorisme. Media kunnen angstgevoelens verder aanwakkeren, ethische grenzen over gaan door kwetsbare slachtoffers herkenbaar en van dichtbij te tonen, of juist door aanslagplegers heldhaftig in IS-tenue te laten zien, want dan doe je volgens sommigen mee aan het romantiseren van jihadisten. Je moet voortdurend nadenken over de keuzes die je maakt.”

Welke ontwikkelingen bespeurde je in de klachten van lezers?

“Er kwamen steeds meer ideologisch of politiek gekleurde klachten. Zo beschouwden sommige aanhangers van Forum voor Democratie elke kritische noot als afkomstig van ‘de linkse pers’, die gecorrigeerd moest worden, en ze dachten dat de ombudsvrouw daarvoor is. Maar ook zij kunnen een punt hebben met hun kritiek. Een klacht kan gegrond zijn, ook al is deze ingegeven door een belang. Daar moet je ook oog voor houden.”

Wat is jouw belangrijkste aanbeveling voor de krant?

“Ik denk dat we nog meer moeten uitventen dat we kwaliteitsjournalistiek bedrijven die ons onderscheidt van andere media. Dat doe je bijvoorbeeld door vaker te laten zien hoe je iets hebt aangepakt, bijvoorbeeld in verantwoordingskaders. Het is ook een kwestie van kiezen, voor thema’s die bij de identiteit van de Volkskrant passen.”

Over Dorien Vrieling

Dorien Vrieling is freelance journalist en eindredacteur.

Reageer

Geef een reactie

*