Still uit video van de Gelderhorst over 'Handen vol verhalen'

Drie weken in een doventehuis: ‘Gek dat we zo weinig oog voor dove mensen hebben’

Nieuws | Diversiteit en inclusie

In een dag hadden ze er ook best een verhaal over kunnen maken. Maar in drie weken tijd zagen ze veel meer. Ingrid Weel en Frank Straver liepen mee in een zorgcomplex voor doven, om een voor velen onbekende wereld beter te kunnen doorgronden. Het project leerde de journalisten – en de lezer, die er nauw bij werd betrokken – veel over hun blinde vlekken. ‘De meest gestelde vraag vooraf was: hoe communiceer ik met dove mensen?’ 

Lang werden de ervaringen van doven niet door journalisten gehoord. Journalisten spreken minstens Nederlands en Engels, correspondenten daarnaast vaak de taal van het land waar ze zijn gestationeerd, maar wie is er op de redactie thuis in Nederlandse Gebarentaal? 

Journalisten Ingrid Weel en Frank Straver van Trouw in ieder geval niet. Toch lieten zij zich niet door deze taalbarrière tegenhouden toen ze drie weken meeliepen in zorgcomplex De Gelderhorst in Ede, een van de weinige zorgplekken ter wereld die geheel is ingericht op doven. Een collega liep vorig jaar weken mee op een middelbare school in Culemborg om daar met alle aandacht vast te leggen wat er gebeurt. In het verlengde daarvan richtten Weel en Straver zich nu op een speciale plek in de zorg. ‘Het is een soort slow journalism, verhalen maken die echt iets toevoegen en waarmee je je onderscheidt ten opzichte van de dagelijkse nieuwsstroom,’ legt Straver uit over die manier van werken. Uiteindelijk culmineerden hun verhalen in het dossier Handen vol verhalen

Contact leggen

Straver en Weel kwamen na een verkenning van geschikte zorglocaties uit bij De Gelderhorst, maar ze moesten eerst op weloverwogen wijze contact leggen. ‘Het is niet niks om te vragen of je drie weken mag meelopen,’ zegt Weel. Je bent bij de bewoners thuis en treedt hun wereld binnen. ‘We vonden het heel belangrijk om in het eerste contact goed uit te leggen wie we zijn, wat we willen en wat de bedoeling is.’ 

Na enig overleg konden Straver en Weel meelopen in De Gelderhorst. Best bijzonder, benadrukken ze: vanuit binnen- en buitenland komen vaker verzoeken – van media, belangengroepen of beleidsmakers – om De Gelderhorst te bezoeken, maar vaak houdt het zorgcomplex de boot af. ‘Ook vanuit het belang van de bewoners,’ benadrukt Straver, de directie wil ‘aapjes kijken’ voorkomen. 

Dat doven lange tijd gedwongen waren zich aan te passen aan de horende wereld, was een eyeopener

Frank Straver, journalist Trouw

De aandacht voor een minderheid zoals doven ligt ook in lijn met de christelijke wortels van Trouw, legt chef nieuwsdienst Mariken Smit uit. Waarden als naastenliefde en oog voor groepen die in het dagelijkse nieuws ondergesneeuwd raken, komen nadrukkelijk terug in de verslaggeving over De Gelderhorst. ‘We tonen een wereld die wij en de lezer niet kennen. Een verborgen wereld.’

Trots en kracht

De opzet voor ‘Handen vol verhalen’ was vrij overzichtelijk, namelijk grotendeels afwezig. Straver en Weel wisten nog niet wat voor verhalen ze wilden maken en stapten met een nieuwsgierige blik een voor hen onbekende wereld binnen. Ze ontdekten de nare geschiedenis van de Nederlandse omgang met doven. Vanaf 1880 was gebarentaal een eeuw lang in de ban in het onderwijs in Nederland. Met harde hand werden doven gedwongen zich aan te passen aan de horende wereld. ‘Dat was voor ons echt een eyeopener. Het zijn natuurlijk oudere mensen in dat verzorgingstehuis, dus het is interessant hoe ze hun jeugd hebben ervaren,’ aldus Straver. ‘De bewoners vertelden bijvoorbeeld over docenten die heel straffend waren. Of mensen die in de bus zeiden: doe maar even geen gebarentaal. Dat heeft natuurlijk een enorme impact op iemands zelfwaarde.’ 

Straver zag een duidelijk verschil tussen de oudere doven die in De Gelderhorst wonen en de jongere doven die er werken. ‘Die jongere groep, daar zit tegenwoordig heel veel trots en kracht. Zo van: wij doen ertoe, onze cultuur is van belang en we willen gezien worden.’

Journalisten Ingrid Weel (links) en Frank Straver.

Een vooroordeel dat sneuvelde was het idee dat doven van lezen houden. ‘Dat doen ze dus, vooral de ouderen, niet,’ legt Weel uit. En niet enkel vanwege de uitsluiting die ze hebben ervaren in het onderwijssysteem. ‘Geschreven Nederlands is niet hun eerste taal. Het werd vergeleken met of wij graag in het Engels of Duits lezen. Sommigen van ons doen dat heel graag, maar het gros van de Nederlanders leest het liefst in het Nederlands, want dat gaat het makkelijkst. En zo communiceren zij gewoon het liefst in Nederlandse Gebarentaal. Ze kijken liever naar een scherm waar iemand het boek vertaalt, dan dat ze zelf het boek gaan lezen.’

Koppelstukje 

Een belangrijk doel van ‘Handen vol verhalen’ was om lezers van Trouw bij het project te betrekken. Publieksredacteur Edwin Kreulen correspondeert met een groep lezers die vragen kunnen insturen voor journalisten van de krant. Bij de oprichting bestond deze Club Trouw uit een kleine duizend leden. Het is een middel om feeling te houden met wat lezers willen weten van hun dagblad. Weel en Straver maakten binnen hun dossier ruimte voor een rubriek op basis van lezersvragen. ‘De meest gestelde vraag vooraf was: hoe communiceer ik met dove mensen? Hoe kan ik contact leggen?’, zegt Weel. 

Met de lezersvragen gingen zij en Straver naar de bewoners toe en boden hen een podium om hun leefwereld toegankelijk te maken. ‘Er werd bijvoorbeeld gevraagd hoe dove mensen kunst en cultuur beleven,’ aldus Straver. ‘En dat is erg dankbaar, want met een doof persoon kun je normaal gesproken geen praatje aanknopen, tenzij je zelf Nederlands gebarentaal beheerst. In die zin waren wij met die rubriek een soort koppelstukje.’

Wat de journalist wil weten, is soms iets anders dan wat de lezer wil weten

Mariken Smit, chef nieuwsdienst Trouw

Met hun vragen komen lezers dichterbij de krant te staan, legt chef nieuwsdienst Smit uit. ‘Wat de journalist wil weten, is soms iets anders dan wat de lezer wil weten. Ook kom je zo op nieuwe vragen.’ Smit benadrukt dat het extra is: als journalist ‘maak je wel je eigen keuzes’. 

Blinde vlek 

Op de website van Trouw staan filmpjes waarin de artikelen van Weel en Straver worden voorgelezen door een gebarentolk. Na hun ontmoetingen in De Gelderhorst beseften ze dat het belangrijk was om die mogelijkheid te bieden. Straver: ‘Vooraf hadden we wel bedacht dat het leuk zou zijn om bij dit project iets met gebarentaal te doen, misschien een filmpje. Maar dat het echt belangrijk zou zijn voor de inclusiviteit en dat mensen het zich ook op die manier tot zich zouden kunnen nemen, daar had ik nooit bij stilgestaan.’

Daarin schuilt waarschijnlijk de grootste waarde van het project van De Gelderhorst: lezers krijgen toegang tot een leefwereld waar ze gemiddeld genomen weinig van afweten. Weel onderstreept daarbij het belang van waardigheid en rechten van doven: zij verdienen ook een volwaardige plek in de samenleving. ‘Zoals ze zelf zeggen: het enige wat we niet kunnen is horen, maar verder kunnen we alles. Het is eigenlijk heel gek dat we zo weinig oog hebben voor dove mensen, dat we nog zo veel niet weten.’ Die zoektocht naar de blinde vlek in het eigen zichtveld biedt meer kansen voor journalistiek, vindt Straver. ‘Wij beschrijven heel specifiek de dovencultuur, maar als je die verhalen leest, kan het misschien mensen ook inzicht geven in hoe we omgaan met andere mensen met beperkingen. Of die op een andere manier anders zijn dan jijzelf.’

Nieuwsbrief

Ontvang ons laatste nieuws
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier