Expertisedag Nieuwe Media: betrek je lezers bij het verhaal

Protestbord Donald Trump

Het publiek consumeert nieuws steeds vaker online en heeft steeds minder vertrouwen in de journalistiek. Volgens hoogleraar Mark Deuze staan die twee ontwikkelingen centraal tijdens De Grote Expertisedag Nieuwe Media. “We hebben een tipping point bereikt, televisie en print zijn voor mensen onder de 45 een minder belangrijke nieuwsbron dan het internet.”

Hoe moet de journalistiek op dit soort veranderingen inspelen? Negen sprekers geven vanuit hun persoonlijke visie en ervaring antwoord op deze vraag. Over een paar dingen lijken ze het allemaal met elkaar eens te zijn: er moet meer aandacht komen voor het publiek, de journalistiek moet proberen het vertrouwen van de lezer terug te winnen en journalisten moeten gebruik maken van nieuwe technische mogelijkheden.

Donald Trump

Volgens Chris Hamby van BuzzFeedNews hebben mensen het idee dat er veel veranderd is sinds de verkiezing van Donald Trump tot president van de Verenigde Staten. “Maar die veranderingen werden niet alleen veroorzaakt door populisten zoals Trump, maar ook door de verschuiving van print naar online en de verslechterende economische positie van traditionele media.” Het snelle, versnipperde online nieuws dat het publiek voorgeschoteld krijgt, is volgens hem een van de redenen dat mensen minder vertrouwen hebben in de media. “Mensen geloven niet meer in traditionele media, ze denken dat die vooral geïnteresseerd zijn in het beschermen van zichzelf en de elite. Trump heeft deze gevoelens aandacht gegeven en uitgebuit door al het nieuws dat hij niet leuk vindt ‘fake news’ te noemen.”

General Manager van Vox Andrew Golis bevestigt het beeld dat Hamby schetst. Hij gelooft dat het publiek de media als onbetrouwbaar ziet, omdat media niet transparant zijn over hun eigen gedachtegoed. “Toen Trump over de media zei: ‘Zij vertellen de waarheid niet, want zij zijn liberalen’, reageerden mediabedrijven niet. Dat was een grote fout. Ze hadden het publiek over hun standpunten moeten vertellen.” Dat ze dit niet deden, gaf het publiek volgens Golis het gevoel dat ze niet transparant wilden zijn en dat er iets achtergehouden werd.

De rol van social media

Over de vraag of fake news een nieuw verschijnsel is, zijn de meningen verdeeld. Toch staat volgens Richard Rogers van de Universiteit van Amsterdam één ding als een paal boven water: “Social media lijkt fake news te ‘superchargen’. Media steken heel veel moeite in factchecking en het corrigeren van fake news en dat is goed, maar het is nog belangrijker dat we onderzoeken hoe fake news circuleert en welke rol social media hierin spelen.” Dat Rogers factchecking niet als de oplossing voor het probleem ziet, komt door het beperkte bereik dat factcheck-verhalen hebben. Mensen die fake news lezen, lezen namelijk geen factcheck-verhalen. “We denken dat alles vanzelf goedkomt als we correcte informatie verspreiden, maar dat is niet waar. Er zijn mensen die nooit met die correcte informatie in aanraking komen.”

Verhalen die volledig verzonnen blijken te zijn, worden alsnog via social media gedeeld en verspreid.

Een onderzoek van Thomas Boeschoten van Utrecht Data School laat zien dat fake news via Twitter met name door één specifieke groep mensen gedeeld wordt. Hij noemt ze ‘de boze burgers’. “Mensen uit die groep delen alleen het nieuws dat hen goed uitkomt”, legt hij uit. “Waarheidsvinding is voor hen ondergeschikt aan relevantie. Zolang de strekking van een verhaal aansluit bij iemands wereldbeeld, wordt het gedeeld.” Hij pleit er dan ook voor dat journalisten die zogenaamde boze burgers opzoeken, bijvoorbeeld door lid te worden van hun facebookgroepen. “We hebben slecht zicht op ‘de boze burgers’, omdat we zelf niet tot die groep behoren.”

Toenadering tot het publiek

Ook Jennifer Brandel van Hearken vindt dat journalisten toenadering tot het publiek moeten zoeken. Volgens haar worden niet alle nieuwsverhalen even goed gelezen, omdat journalisten niet altijd kunnen inschatten wat het publiek belangrijk vindt. “Het publiek wordt pas bij verhalen betrokken als het te laat is”, legt ze uit. “Lezers kunnen op verhalen reageren, maar dan is de journalist alweer met een nieuw verhaal bezig en kan hij niets meer met de input van de lezer doen.”

Hearken probeert de traditionele manier van werken te veranderen. “Vroeger zeiden we tegen de lezer: ‘Lees dit, want wij vinden dat jij dit zou moeten weten’. Nu betrekken we lezers al vanaf het begin bij het verhaal.” Dankzij het systeem van Hearken kunnen lezers vragen inleveren bij redacties. Op die vragen kan door andere lezers gestemd worden, dit helpt de redactie te bepalen of een vraag ook bij andere mensen leeft. Het systeem brengt een hoop creatieve verhaalideeën, zorgt ervoor dat redacties verhalen maken die mensen willen lezen en geeft lezers het gevoel dat er naar ze geluisterd wordt. “De verhalen die we vertellen zijn beter, origineler en relevanter. Lezers die bij het verhaal betrokken worden, zijn eerder geneigd de nieuwswebsite te promoten en een abonnement te nemen. Zo zorgt Hearken ook voor meer loyale, betalende lezers”, vertelt Brandel. Bovendien krijgen de lezers dankzij het systeem van Brandel ‘een kijkje in de keuken’, iets wat voor wederzijds begrip en vertrouwen zorgt.

Fake news in 360 graden

Initiatieven zoals Hearken laten zien dat er voldoende reden is tot optimisme. Het publiek betrekken bij het redactionele proces blijkt echter niet de enige manier te zijn om het vertrouwen terug te winnen. “Er is nog nooit fake news gemaakt in 360 graden”, lacht Thomas Seymat van Euronews. “Als je in 360 graden filmt, film je alles. Er kan daardoor minder geredigeerd en gemanipuleerd worden, het publiek voelt dat ook. Op een of andere manier komt het over als een veel betrouwbaarder medium.” Ook dronejournalistiek kan ‘de waarheid’ op een nieuwe, verrassende manier aan het publiek laten zien. “Je kunt met een drone veel beter in beeld brengen wat er op de grond gaande is”, vertelt Stijn Postema van de Christelijke Hogeschool Ede. “Als we de inauguratie van de Amerikaanse presidenten met drones hadden vastgelegd, hadden we veel minder discussie gehad over het aantal aanwezigen bij de inauguratie van Trump.”

Peter Burger van de Universiteit Leiden begeleidt de Nieuwscheckers, een project waarin journalistiekstudenten verhalen controleren voor Facebook en Nu.nl. Verhalen die niet waar blijken te zijn, krijgen een label waardoor de Facebookgebruikers weten dat de waarheid van het verhaal in twijfel wordt getrokken. Burger staat positief tegenover de aandacht die bedrijven als Facebook en Google aan factchecking geven, maar blijft kritisch. “Ik denk dat we moeten oppassen dat we ons niet afhankelijk maken van de goodwill van dat soort bedrijven”, zegt hij. “Er moet nu geïnvesteerd worden in betere journalistiek, in deze tijd moet iedereen een factchecker zijn.”

Foto door Paul Sableman 

Over Inge Beekmans

Inge Beekmans geeft les over online journalistiek en innovatie aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Naast haar baan als docent werkt ze als freelance journalist, tekstschrijver, vormgever en bouwt ze websites | Twitter: @ingebeekmans

Reageer

Geef een reactie

*