Het echte probleem achter nepnieuws

1963 ... lady, bubble, river - Melvin Sokolosky. Door James Vaughan

Met die filterbubbel valt het best mee, zegt innovatiecoördinator Peter Smet. De diversiteit aan nieuwsbronnen is niet geslonken. Waar hij zich wél zorgen over maakt, is het gebrek aan vertrouwen van burgers in de journalistiek.

We zouden alleen nog maar horen wat we willen horen. Ingesloten worden in een filterbubbel, vol fact free politics, postwaarheid en nepnieuws. De Amerikanen zouden er de verkeerde president door hebben verkozen, en de kans is groot dat wij dat straks ook doen. Allemaal door algoritmes, die ons nieuws brengen dat ons in ons denken bevestigt.

De journalist zou de regie kwijt zijn. Het publiek vertrouwt ons niet langer met de taak zin en onzin van elkaar te scheiden. Dat kan een regel computercode ook wel, maar dan gratis. Paniek!

De VS als voorbeeld

In die paniek valt op dat we in een discussie over de feitelijkheid van het nieuws, nauwelijks feiten hanteren. Hoe groot is dit probleem nou eigenlijk? In hoeverre verschilt mijn filterbubbel van de jouwe? Hoeveel nepnieuws krijgen we voorgeschoteld en – niet onbelangrijk – welke invloed heeft dit op ons wereldbeeld en stemgedrag? Het is belangrijk duidelijk te maken dat de Verenigde Staten het voorbeeld vormen, in zowel problemen als onderzoek.

Laten we beginnen bij de filterbubbel. Vooral Facebook wordt aangewezen als veroorzaker van dit fenomeen. De kiezer zou voornamelijk, of zelfs uitsluitend, gebruikmaken van Facebook als nieuwsbron. De algoritmen van Facebook zouden vervolgens de lezer één politieke kant opsturen.

Facebook geen primaire nieuwsbron

Nu valt het eerste al enorm mee. Slechts 8 procent van de Amerikanen zegt Facebook als primaire nieuwsbron te hebben gebruikt voor de presidentsverkiezingen (dus niet eens als enige nieuwsbron). Het overgrote merendeel gebruikt Facebook dus niet als primaire nieuwsbron. Ter vergelijking: de primaire nieuwsbron was voor 19 procent Fox News en voor 13 procent CNN.

Het effect van algoritmen op Facebook blijkt ook nihil. De kans om minder content voor je neus te krijgen waar je het niet mee eens bent, door het algoritme, is kleiner dan 1 procent. Er is wel een klein gebrek aan ‘diverse ideologische’ content, maar dat komt door de sociale kring van de gebruiker.

Kortom: de diversiteit aan nieuwsbronnen is niet geslonken en de berichtgeving op Facebook is net zo gebalanceerd als op het ouderwetse dorpsplein.

Breder probleem

Betekent dit dat nepnieuws geen probleem is? Zeker niet. Het betekent alleen dat het probleem veel breder is. Trump is niet verkozen omdat kiezers enkel werden gevoed met eenzijdige en foutieve informatie. Nee, Trump is juist verkozen ondanks wijdverspreid gebalanceerd gebruik van diverse nieuwsbronnen.

Wat is dan het probleem? Uit onderzoek blijkt dat 85 procent van de gebruikers nepnieuws niet als zodanig herkent. Maar zelfs de mensen die het wel herkennen, hebben geen hoge pet op van het echte nieuws. Het publieke vertrouwen in de journalistiek schommelt in Nederland rond de 30 procent. Lager dan politici, de EU en de banken. In deze omstandigheden ligt de echte kracht van Trumps ‘alternatieve feiten’.

Vertrouwen terugwinnen

De vraag is, wat doen we hieraan? Hoe kan de journalistiek het publieke vertrouwen terugwinnen en het onderscheid met nepnieuws verduidelijken?

Verschillende nieuwsmedia ondernemen verschillende stappen. Eén van de hoofdpunten van het 2020-plan van de New York Times, is het veranderen van de schrijfstijl. Van afstandelijk institutioneel, zoekt de grootste krant ter wereld nu toenadering met een ‘conversationele’ stijl. We weten nog niet precies wat het inhoudt, maar revolutionair klinkt het zeker.

Het zijn niet alleen de grootheden die innoveren. Denk aan Omroep West, dat sinds kort elke vrijdag een redactievergadering live op Facebook houdt. Met gemiddeld 4500 kijkers en 60 reacties. De gebruiker wordt de redactie binnengehaald.

Maar ook de innovatieprojecten van het Stimuleringsfonds dragen hier aan bij. Bij Publicism kunnen journalisten veilig hun werk doen, met hart voor de gebruiker en zonder angst voor de fact-free politici. Botcave daarentegen maakt het makkelijker dan ooit voor de gebruiker om contact te maken met het nieuwsmedium. Is het erg dat er geen journalist, maar een stuk code aan de andere kant van het scherm zit? We zullen zien.

Beeld via James Vaughan (CC)

 

 

Deel dit artikel:

Over Peter Smet

Peter Smet is innovatie- en procescoördinator bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Reageer

  • SJE1990

    Mooie afbeelding, maar de foto is niet van James Vaughan. Hij komt uit Harper’s Bazar 1963 😉

    • Pieter Rebel

      Dank voor de tip!

  • Marielle

    Het vertrouwen terug winnen bij de consument is moeilijk. Het probleem ligt zeker breder. Waar ik mij zorgen om maak is dat er weinig consumenten zijn die factchecken. Dit maakt het voor organisaties en bedrijven ook lastig. Als ik de rol van een communicatie professional hierin betrek vraag ik me af, Wat moet ik een communicatieprofessional doen met nepnieuws? Het is immers zo dat een van de taken van een comprof is dat een organisatie altijd in goed daglicht staat. Hoe moet een comprof met nepnieuws omgaan?