Hoe doe je een Woo-verzoek? ‘Volg je journalistieke instinct’
Nieuws | Onderzoeksjournalistiek
Als je begint aan een onderzoek, kom je als journalist vrij snel op het idee om een Woo-verzoek te doen. Maar hoe weet je of zo’n verzoek inderdaad de beste aanpak is, hoe omvangrijk moet je verzoek vervolgens zijn, en waar kun je terecht als de afhandeling niet verloopt zoals je zou willen? Ervaringsdeskundigen uit de journalistiek én van de overheid geven tips.
Informatie opvragen bij de overheid met behulp van de Wet open overheid (Woo) is net zoiets als vissen. De ene keer hengel je met toewijding en precisie naar één specifiek memo, terwijl je de andere keer een net uitgooit en de bodem afschraapt, met een royale opbrengst – en wat nutteloze bijvangst – tot gevolg. Maar wanneer moet je welk gereedschap in stelling brengen? Journalisten Tim Staal en Erik Verwiel geven tips over de Woo, terwijl hoofd juridische zaken van Binnenlandse Zaken Marco Langendoen en plaatsvervangend landsadvocaat Elisabeth Pietermaat van Pels Rijcken ingaan op de praktijk vanuit de overheid.
Er is steeds meer overleg tussen journalisten en overheid, zegt Staal van Woo-expertisecentrum SPOON, die ook werkt voor onderzoeksjournalistiek platform Investico. Goed nieuws, vindt hij. ‘Steeds meer overheden begrijpen dat het goed werkt om te overleggen over de beste manier om een Woo-verzoek af te handelen. Ze denken dan niet: we zoeken het zelf wel uit, maar ze nemen contact op en plannen een overleg in.’ Daardoor gaat de afhandeling van verzoeken sneller, valt Staal op. Vooral bij decentrale overheden, zoals provincies, gemeenten en waterschappen.
Precies zijn
Staal denkt dat journalisten het proces nog verder kunnen bespoedigen, namelijk door slimmere verzoeken in te dienen. ‘Veel journalisten denken: ik heb een onderwerp en ga opsommen welke soorten documenten ik allemaal wil hebben.’ Niet handig of effectief, zegt hij. ‘Het onderwerp is het allerbelangrijkste, dus je moet goed nadenken waarover je precies informatie wilt hebben. Niet te breed, niet te smal. Als je zegt: ik wil alle appjes en sms’jes, kom je met een onnodig omvangrijk verzoek. Dan moet je veel langer op antwoord wachten en krijg je allemaal totaal irrelevante dingen terug.’
Op een onnodig omvangrijk verzoek moet je veel langer wachten, en dan krijg je allemaal totaal irrelevante dingen terug
Tim Staal, Woo-expert van expertisecentrum SPOON en Investico
Door goed na te denken over wat je nodig hebt – wat wil ik over dit onderwerp weten? – kan een Woo-verzoek preciezer worden. Als je in grote lijnen wilt weten wat het beleid is geweest, dan hoef je geen appjes te hebben, legt Staal uit. Wil je precies reconstrueren hoe een besluit tot stand is gekomen en op welk niveau besluiten zijn genomen, dan kan die interne communicatie wel handig zijn.
Politieke druk inzetten
Erik Verwiel weet net als Staal alles van Woo-verzoeken. Hij bestiert al zeven jaar het ‘Woo-loket’ van de Volkskrant, en in die tijd is hij sceptisch geworden over de welwillendheid van overheden. ‘De logica op een ministerie is toch vaak: we zijn op aarde om de minister uit de wind te houden. Politieke sensitiviteit is leidend.’ Die politieke dimensie kun je als journalist soms gebruiken, zegt Verwiel. ‘Politieke druk kan van invloed zijn om bepaalde dingen sneller te krijgen.’ Verwiel schaakt met zijn verzoeken soms op meerdere borden tegelijk. ‘Als jij een Woo-besluit krijgt dat gelakt is, dan kan een Kamerlid ernaar kijken en denken: dit is wel belangrijk, dat wil ik weten. Als hij dan in Kamervragen om informatie vraagt, dan geldt artikel 68 van de Grondwet, waarmee hij sneller informatie krijgt.’ Het kan dus zinvol zijn om te proberen een Kamerlid voor je onderzoek te interesseren, zodat diegene je zoektocht naar de juiste informatie misschien net dat ene zetje kan geven.
Ook raadt Verwiel journalisten aan om erover na te denken wie er belang bij heeft om informatie wél te geven. ‘Je kunt ook hebben dat een gemeente iets niet wil geven, maar dat je weet dat die wel overleg heeft gehad met een provincie – dus kun je misschien de informatie daar opvragen.’
Erbovenop zitten
Volgens Staal begint het echte werk van een verzoek pas ná het indienen. ‘Je kunt niet een verzoek indienen en denken dat je over een paar maanden wel weer verder ziet – dan kan het ook zomaar een paar jaar worden.’ Als indiener moet je erbovenop blijven zitten. ‘En wees niet bang om in bezwaar te gaan. Neem geen genoegen met een resultaat waarvan je journalistieke instincten zeggen dat er iets niet klopt.’
Met de overgang van de Wob naar de Woo ontstond het Adviescollege Openbaarmaking en Informatie (ACOI). Voor beroepsmatige belanghebbenden bij openbaarmaking van overheidsinformatie, waaronder journalisten, heeft ACOI een ombudsfunctie. Als je als journalist een klacht hebt over de afhandeling van je Woo-verzoek, kan het ACOI bemiddelen tussen jou en het bestuursorgaan.
Staal: ‘De vraag bij die bemiddelingen is steeds: heeft het in deze zaak zin? Op het moment dat je echt juridisch tegenover elkaar staat – bijvoorbeeld als jij zegt dat dit geen persoonlijke beleidsopvattingen zijn en de overheid zegt van wel – valt er weinig te bemiddelen.’ Als procesmanager heeft het ACOI meer nut, aldus Staal. ‘Waar je heel veel aan het ACOI kunt hebben is als er iets misgaat in het proces. Want dan kan het adviescollege jou helpen om de mensen vanuit de overheid aan tafel te krijgen die de boel kunnen vlottrekken.’
Verwiel staat sceptischer tegenover het ACOI. ‘De pauzeknop wordt ingedrukt zodra je naar het ACOI gaat. Als je in een bezwaarprocedure bij de rechtbank zit wordt die stilgezet, want je gaat in een soort van mediationtraject. Dan duurt het allemaal nog langer. Ik had daar nooit zin in: ik druk een pauzeknop in voor een vrijblijvend advies dat ook ongezien in de prullenbak kan verdwijnen.’ Desondanks wil hij ‘niets ten nadele’ van het inhoudelijke werk zeggen, want die ene keer dat hij naar het ACOI ging ‘was het super’.
Honderd-documentenaanpak
Advocatenkantoor Pels Rijcken speelt een grote rol bij de toepassing van de Woo door overheden. Het kantoor, ook wel bekend als de landsadvocaat, adviseert en procedeert voor overheidsinstanties over Woo-verzoeken. Soms gaat het om geruchtmakende zaken, zoals in de zaak rond de emissiegegevens van veestallen. NRC, Follow The Money en Omroep vroegen die gegevens op om het effect van stikstofbeleid in kaart te brengen. In december 2025 stelde het ACOI dat het door het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur gevoerde beleid over openbaring van die emissiegegevens ‘grenst aan procedureel misbruik van de Woo en wringt met de beginselen van behoorlijk bestuur’.
Er is een stevige groep journalisten die zich serieus in de wet heeft verdiept
Elisabeth Pietermaat, advocaat Pels Rijcken
Ook publiceerde het kantoor samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) het boekje ‘Van Wob naar Woo’, een gids voor de implementatie van de Woo. In het kantoor van Pels Rijcken in Den Haag gaan Pietermaat en Langendoen in op de uitvoering van de Woo in de praktijk.
‘We zijn de afgelopen jaren veel meer in gesprek met ambtenaren die de Woo uitvoeren en met journalisten’, vertelt Langendoen. Een eyeopener voor hem was in die gesprekken dat vertrouwen van beide kanten weliswaar belangrijk is, maar dat de overheid in de eerste plaats moet leveren. Vanuit het Rijk werd de ‘honderd-documentenaanpak’ opgezet: bij een omvangrijker Woo-verzoek worden honderd representatieve documenten geselecteerd die zo snel mogelijk worden vrijgegeven, waarna in overleg de rest van het verzoek wordt afgehandeld. ‘Door deze aanpak worden grotere verzoeken nu tot werkbare proporties teruggebracht.’ Ook ziet Langendoen ‘met enige trots’ dat de behandeltermijn is gehalveerd, maar ‘het kan nog beter en het moet nog beter’, want de wettelijke termijn wordt vaak niet gehaald.
Uitgestoken hand
Pietermaat ziet een positieve ontwikkeling in de omgang van journalisten met de Woo. Er is ‘een stevige groep journalisten die zich serieus in de wet heeft verdiept’, zegt ze, en die vanuit die kennis verzoeken indient met ministeries en andere overheden. Die gedegen kennis van journalisten is volgens haar ‘heel behulpzaam gebleken in de uitvoering.’
Pels Rijcken heeft begin dit jaar een hand uitgestoken naar een maatschappelijke organisatie die weleens tegen de Staat procedeert: het was een uitnodiging voor een goed gesprek buiten de rechtszaal. Kan de journalistiek ook zo’n hand verwachten? En hoe ziet die er dan uit?
Pietermaat: ‘Een paar jaar geleden zijn we begonnen met het organiseren van kennismakingsrondes met de journalistiek en hebben we alle redacties uitgenodigd. Die rondes zijn nog steeds gaande. We zijn echt aan het werk om de journalistiek goed te helpen begrijpen wat de rol is van de landsadvocaat. Dat doen we ook in het belang van onze cliënten. En waar wij zien dat wij iets kunnen bewerkstelligen in een procedure om te zorgen dat het niet tot een zitting hoeft te komen, dan zullen we dat ook niet nalaten.’
Langendoen heeft ook een verzoek voor journalisten. ‘Wat ik fijn wel zou vinden is als je vaker hoort wat een journalist doet met de opgevraagde informatie. Als je een maand of drie met een groot verzoek bezig bent, dan komt het wel eens voor dat je nooit meer een artikel ziet. Ik ben dan best benieuwd waar dat dan in zit.’
