‘Immersieve’ verhalen met 360-graden of virtual reality zijn vaak niet écht immersief

immersieve verhalen

Nieuwsmedia richten zich steeds meer op immersieve verhalen: producties met nieuwe technieken waardoor je een verhaal ervaart alsof je er zelf in zit. Alleen, de verhalen die journalisten nu als immersief bestempelen, zijn helemaal niet zo immersief. Dat blijkt uit onderzoek van mediawetenschappers uit Nederland en Oostenrijk.

De films Notes on Blindness en We Who Remain zijn geen normale journalistieke films. Met behulp van een VR-bril en koptelefoon, laat Notes on Blindness (gemaakt door ARTE) je namelijk ervaren hoe het is om blind te zijn. En in de New York Times-productie We Who Remain begeef je je op soortgelijke wijze midden in een vergeten conflict in het Soedanese Nuba-gebergte.

Zelf het nieuws ervaren

Dankzij nieuwe technologieën, zoals 360-graden video’s, augmented reality en virtual reality, zijn media steeds beter in staat om nieuwsconsumenten te laten deelnemen aan de verhalen die journalisten presenteren. Deze first-person-ervaring van de gebeurtenissen in nieuwsverhalen wordt ook wel immersieve journalistiek genoemd. Vaak is het idee dat zulke ervaringen emoties zullen oproepen die normaal alleen in echte situaties voorkomen.

Dat een medium een verhaal immersief noemt, wil niet zeggen dat het publiek er echt in ondergedompeld wordt

Nieuwsmedia maken zulke verhalen om hun publiek meer te betrekken bij een onderwerp. Maar het feit dat een medium een verhaal immersief noemt, wil niet zeggen het publiek er ook echt in ondergedompeld wordt. De onderzoekers Kiki de Bruin, Yael de Haan, Nele Goutier, Sanne Kruikemeier, Sophie Lecheler analyseerden 190 producties om na te gaan in hoeverre ze daadwerkelijk immersief zijn. Daarbij keken ze naar verhalen waarvan de makers dat zelf stellen. De onderzoekers keken bewust niet alleen naar de geijkte producties van bekende organisaties als The New York Times en de BBC, maar maakten een selectie van producties uit dertien verschillende landen.

De gebruiker is vaak nog toeschouwer

Volgens de onderzoekers is een verhaal immersief als er (1) gebruikt wordt gemaakt van immersieve technologie zoals VR en 360-graden video’s, (2) als het publiek echt wordt betrokken in het verhaal en dus niet alleen toekijkt en (3) als het verhaal interactief is. Aan de laatste twee voorwaarden blijken veel verhalen nog niet te voldoen. Bij slechts 7 procent van de onderzochte producties hebben gebruikers een rol in het verhaal. In de meeste gevallen ben je dus nog toeschouwer van het verhaal dat de journalist je wilt vertellen.

Interactiemogelijkheden zijn er ook nog weinig. De enige mogelijkheid die in alle verhalen werd aangetroffen, is het veranderen van gezichtspunt door om je heen te kijken in de 360-graden video’s. Verder kan in 6 procent van de verhalen het tempo worden veranderd en bij 5 procent kan er geworden gewisseld tussen modaliteiten zoals videobeelden en infographics.

Journalisten zijn terughoudend

De onderzoekers concluderen dat het publiek in de meeste verhalen nog steeds een toeschouwer blijft, en geen participant wordt. Dit toont volgens hen aan dat redacties wel de mogelijkheid zien om gebruik te maken van immersieve technieken om hun journalistieke verhalen te vertellen, maar dat journalisten in de praktijk graag vasthouden aan conventies van autonomie, en terughoudend zijn om het publiek invloed op hun verhaal te geven.

Deze studie maakt deel uit van een groter onderzoek naar immersieve journalistiek door een aantal partners, dat onder leiding staat van van het lectoraat Crossmediale Kwaliteitsjournalistiek aan Hogeschool Utrecht. Andere deelnemers zijn: de UvA, de universiteit van Wenen, NOS, NTR, Beeld en geluid, VPRO en KRO-NCRV.

Foto door Giu Vincente

Over Sjors Hofstede

Sjors Hofstede studeerde communicatiewetenschappen en journalistiek, en werkt als freelance journalist voor onder meer de Volkskrant en SvdJ.nl. Eerder werkte hij voor Blendle en Vrij Nederland.