“In het maken van een offline krant zit onze expertise”

Het idee voor opiniekrant Argus ontstond in journalistencafé Scheltema. De tweewekelijkse krant gaat terug naar de basis en laat het internet links liggen. Veel auteurs zijn 65+, maar: “We willen absoluut geen ouwelullenkrant maken,” zegt hoofdredacteur Kees Schaepman.

“Vóór mijn tijd was café Scheltema al de kroeg waar alle journalisten zaten”, blikt Kees Schaepman (70) terug. In het Amsterdamse etablissement ontstond het plan voor de nieuwe opiniekrant Argus. Als hoofdredacteur vormt hij één van de drijvende krachten erachter. Eerder werkte hij als eindredacteur bij Vrij Nederland en als hoofdredacteur van VPRO Radio.

De krant werd bedacht door een aantal ervaren journalisten, onder wie Paul Arnoldussen (voormalig redacteur bij het Parool) en Theo Bouwman (voormalig voorzitter PCM Uitgevers). Zij misten een krant die ze zelf graag willen lezen: een krant met opiniestukken, achtergrondverhalen en onderzoek, gemaakt door ervaren auteurs. Argus wordt een tweewekelijkse krant en zal 24 pagina’s tellen. Een jaarabonnement kost 50 euro en de start staat gepland voor 1 maart 2017, mits het minimale aantal van 1500 abonnees is verzameld.

Zonder format of doelgroep

Schaepman was niet in het café aanwezig toen het idee van Argus ontstond. Kort daarna werd hij door Arnoldussen benaderd voor het hoofdredacteurschap. Hij was geïnteresseerd, maar had wel een voorwaarde: het moest een krant zonder vast format en zonder doelgroep worden. “Ik wilde een krant maken die we zelf zouden willen lezen. En we hopen natuurlijk dat daar meer geïnteresseerden voor zijn.”

Ik ga niet tegen iemand zeggen: je krijgt vijfhonderd woorden en geen woord meer

Argus wordt door de bedenkers van de krant een ‘auteurskrant’ genoemd. Een ietwat pretentieuze term, geeft Schaepman toe. Iedere auteur kiest zelf een onderwerp en gaat er vrij mee aan de slag –  dat alles op vrijwillige basis. De redactie bestaat uit een vaste groep ervaren journalisten en een groot aantal meewerkende auteurs. Vaste redacteuren zijn onder andere John Jansen van Galen (Binnenland), Anton de Goede (Boeken) en Ingrid Brouwer (Bureauredactie). De meewerkende auteurs komen van kranten als Trouw, de Volkskrant en NRC-Handelsblad; allemaal brengen ze veel ervaring mee. “Ik ben heel blij met onze diverse lijst van journalisten, want iedere redacteur pakt een onderwerp totaal anders aan. Natuurlijk ligt er ergens een grens, maar ik ga niet tegen iemand zeggen: ‘Je krijgt vijfhonderd woorden en geen woord meer.’”

Blijvende waarde

Bijna alle meewerkende auteurs zijn ouder dan 65 jaar. Het zijn journalisten die hun sporen verdiend hebben, vindt Schaepman. Volgens hem gaan ze actuele artikelen publiceren, die tegelijkertijd van blijvende waarde zijn. “We willen niet helemaal worden losgezongen van de actualiteit door met een maartnummer te komen dat je in december nog steeds kunt lezen, maar we willen wel een krant maken met een blijvende waarde. Dat moet ook, aangezien we iedere twee weken verschijnen. We hebben het voordeel dat onze auteurs analytische en historische kennis in huis hebben, waardoor we zaken kunnen duiden”, licht hij toe.

Volgens Schaepman heeft de krant die kennis te danken aan de jarenlange ervaring die de deelnemende journalisten in het werkveld hebben opgedaan. Door die gebundelde kennis en ervaring kan Argus zich volgens Schaepman onderscheiden van andere kranten.

Als er geen vraag naar is, dan doen we het toch niet?

De krant, vernoemd naar de nijvere verslaggever uit De Heer Bommel-strips, wordt zonder startkapitaal opgezet. Om de kosten te kunnen dekken, zijn minimaal 1500 abonnees nodig. Als dat aantal op 1 maart 2017 nog niet is bereikt, wordt de stekker er direct uitgetrokken. Het werk van alle journalisten is dan voor niets geweest. Schaepman erkent dat risico. “Maar met minder abonnees is het simpelweg niet leuk om te doen. We zijn geen werkgelegenheidsproject. We werken er met veel enthousiasme aan, maar als er uiteindelijk geen vraag naar is, dan doen we het toch niet?”

Nooit gestopt

Hij lijkt het vanzelfsprekend te vinden dat hij op zijn zeventigste aan het roer staat van een nieuwe krant. “Ik ben nooit gestopt en journalistiek is het mooiste vak dat er is.” Toch kiest hij niet voor innovatie bij Argus: online aanwezigheid, zoals websites, apps en videoplatforms, laat de redactie links liggen – op een Facebookpagina na. “In het maken van een offline krant zit onze expertise. Ik weet niet hoe groot we groeien, maar ik denk dat je beter kunt beginnen met iets wat je goed kunt.”

Om de abonnees alvast aan zich te binden, is een nulnummer gemaakt en verspreid. In tegenstelling tot de uiteindelijke krant van 24 pagina’s, telt het nulnummer er zes en is het digitaal te zien.

Geen ouwelullenkrant

Als wervingsactie op Facebook delen zo veel mogelijk auteurs het nieuws over de komst van Argus op hun tijdlijn. Door die brede verspreiding zijn de eerste 750 inmiddels verzameld. Toch vindt Schaepman de komende maanden nog spannend: “Ik hoop dat we het halen. Als het lukt, willen we ons uiten als krant van deze tijd. We willen absoluut geen ouwelullenkrant maken waarin oud-journalisten terugkijken op hun verleden.”

Om dat te voorkomen is enig redactioneel werk volgens Schaepman vereist. “Je moet selectief zijn in de artikelen die je wil plaatsen en je moet goed nadenken over welke auteur een bepaald onderwerp induikt. Iedere journalist heeft een eigen stijl en aanpak. Als eindredacteur van Vrij Nederland had ik daar soms wat moeite mee, maar nu houd ik mij daar bewuster mee bezig.” Hoewel Schaepman lang bij Vrij Nederland werkte, mag Argus geen kopie daarvan worden, benadrukt hij. “We zijn begonnen met een startkapitaal van nul euro en we vinden het wiel uit terwijl de kar al aan het rijden is. Dat maakt het leuk. En als het op 1 maart 2017 niet lukt, dan lukt het niet.”

Over Marloes Kamer

Marloes Kamer is freelance journalist en studeert aan de School voor Journalistiek in Utrecht.

Reageer

Geef een reactie

*