Iran tijdens de internetblokkade: hoe journalisten verslag doen van buitenaf
Nieuws | Op de werkvloer
Van de brute onderdrukking van landelijke protesten in januari tot de recente aanvallen van Israël en de Verenigde Staten: Iran staat al maanden in de schijnwerpers. Verslag doen over het land is een uitdaging, want er is een grote internetblokkade en internationale journalisten komen het land zelden in. En dat geldt voor meer landen. Hoe doen journalisten toch verslag van deze gebieden?
Iraanse media promoten vaak het narratief van het regime. De staatstelevisie vertelt bijvoorbeeld over de succesvolle Iraanse aanvallen in Israël (wat ze bezet Palestina noemen) en op Amerikaanse doelen. Over de aanvallen in eigen land wordt weinig gezegd, de Iraanse media schetsen vooral een positief beeld van de oorlog.
De publicaties die nog kritische berichtgeving bieden, lopen daarmee een groot risico. Dergelijke platformen worden regelmatig geschorst door de regering en individuele journalisten kunnen worden gearresteerd. Sinds het begin van de proesten in januari is er een grote internetblokkade. Veel nieuwsmedia zijn daarmee ontoegankelijk geworden.
Risico
Waar eerst online nog van alles naar buiten kwam, is de informatie nu beperkt. Journalisten die deze periode toch Iran in kunnen, zoals Frederik Pleitgen van CNN, lopen ook risico. Correspondenten van The Washington Post en The New York Times zijn in het verleden opgepakt. Pleitgen bevestigt in een interview met The Guardian dat hij niet overal naartoe kon: ‘De fixer wist dat hij ons van de regering niet mocht meenemen naar gevoelige plekken.’ Een andere uitdaging was de angst van de Iraniërs zelf – die durfden volgens Pleitgen soms niet geïnterviewd te worden.
Met de Iraniërs die ik spreek, heb ik al een band opgebouwd voordat de protesten groot werden
Irith Fuks, journalist NRC
CNN is een van de weinige omroepen die tot nu toe toegang kregen tot Iran. Internationale redacties zijn vaak aangewezen op deskundigen en op Iraniërs die elders wonen, maar hoe kom je dan te weten wat er onder gewone mensen in het land speelt? Het lukte Irith Fuks, journalist bij de NRC, om contact te leggen met Iraniërs in Iran. ‘Het begon met een idee in de ochtendvergadering in januari, toen net de eerste berichten over protesten naar buiten kwamen en er nog internet was in Iran.’

Vertrouwen opbouwen
De internationale school waar Fuks zelf op zat, had een Iraanse afdeling. ‘Via hen kwam ik meteen bij Iraniërs met wie ik kon bellen. Dat was voordat de protesten zo groot waren, waardoor ik een band heb kunnen opbouwen met de mensen die ik sprak. Daardoor was er tegen de tijd dat de protesten uitbreidden al meer vertrouwen.’
Dat vertrouwen is erg belangrijk, vertelt Fuks. Uit angst voor het regime durven veel Iraniërs niet openlijk met journalisten te praten. Ze willen vaak anoniem blijven of überhaupt niet in gesprek. Als Iraniërs een journalist al wat langer kennen en daardoor weten dat diegene afspraken nakomt, is het makkelijker om in gesprek te gaan.
De internetblack-out die volgde, maakt het werk van Fuks een stuk ingewikkelder. ‘Het is niet compleet onmogelijk. Sommige mensen hebben via een VPN, Starlink of een Saoedische simkaart toch af en toe internet. Als ik naar twintig mensen een bericht stuur, heb ik meestal na een paar dagen van twee of drie mensen antwoord. Dat is weinig, maar niet niks.’
Ook journalist Yaghoub Sharhani van De Groene Amsterdammer heeft via VPN’s en Starlink nog contact met mensen in Iran. Sharhani groeide op in Iran en breidde via kennissen zijn netwerk afgelopen tijd verder uit. Ook kijkt hij voor informatie over de meningen van Iraniërs naar de peilingen van onderzoeksgroep Gamaan, die onder andere de steun voor het regime meet. ‘Zij hebben een methode gevonden om toch de mening van mensen daar te achterhalen.’

Nooit representatief
Iran is niet het enige land waar journalisten niet naartoe kunnen en moeilijk contact krijgen met de bevolking. Franka Hummels, journalist gespecialiseerd in Belarus, loopt daar ook tegenaan. Ze belt vanaf het vliegveld, want ze is onderweg naar Riga waar ze een Belarussische man zal ontmoeten voor een interview. ‘Dit is een manier waarop het wel kan,’ zegt ze. ‘Door met iemand in een ander land af te spreken. Ik had geluk dat mijn bron een visum kon krijgen, met Iran is dat lastiger. In Turkije aan de grens met Iran is wel een optie.’
Investeer in je netwerk in een land voordat het grote nieuws zich voordoet, want dan heb je al het vertrouwen van die mensen
Franka Hummels, freelance journalist gespecialiseerd in Belarus
Volgens Hummels is de werkwijze van Fuks en Sharhani het beste: ‘Investeer in een groot netwerk in een land voordat het grote nieuws zich voordoet, voordat het net van de dictatuur zich sluit, want dan heb je al het vertrouwen van die mensen en die kunnen jou ook weer doorverwijzen naar anderen. Als je dat pas gaat regelen als het nieuws zich voordoet, dan heb jij geen rust – en die mensen ook niet – om het vertrouwen op te bouwen.’

Zowel Hummels als Fuks benadrukken dat je bij verhalen over een land waar je zelf niet bent, nooit een representatief beeld kunt schetsen van wat de bevolking vindt. Volgens Hummels moeten journalisten daar transparanter over zijn. ‘Als je alleen de mensen spreekt die het meest uitgesproken zijn, dan is dat niet representatief. De argeloze mensen op straat, die niet geïnteresseerd zijn in politiek, die krijg ik niet te spreken en dat perspectief mis ik in mijn verhaal. En dat probleem hou je, dus daar moeten we transparant over zijn.’
Openbare bronnen
Een andere manier waarop journalisten toch verhalen over Iran kunnen vertellen is door gebruik te maken van OSINT-methodes, waarbij journalisten met gebruik van openbare bronnen een verhaal maken. Volgens Laurie Treffers, onderzoeksjournalist gespecialiseerd in OSINT bij de Volkskrant, komen er af en toe nog beelden naar buiten via social media en Telegramkanalen. ‘Er komt relatief weinig naar buiten, maar wat er naar buiten komt, kunnen we verifiëren en gebruiken,’ zegt Treffers.
‘Het is wel belangrijk dat je in gesprek blijft met deskundigen en mensen in de diaspora, zij kunnen de culturele context schetsen die wij niet kennen. Een goede OSINT-journalist weet waar je materiaal vindt en hoe je het verifieert, maar ook hoe je het combineert met de analyse van experts.’

Een goed voorbeeld van het belang van OSINT vindt Treffers het verhaal over de dodelijke raketaanval op de meisjesschool in Zuid-Iran aan het begin van de oorlog, hoogstwaarschijnlijk uitgevoerd door Amerika. ‘Vijftien jaar geleden had die aanval de geschiedenisboeken in kunnen gaan als een verdwaalde Iraanse raket, omdat we daar niet ter plaatse onderzoek kunnen doen. Maar met alles wat er verschijnt, weten we nu binnen een maand dat het zeer waarschijnlijk de Amerikanen waren die de raket afvuurden. Dat vind ik hoopvol: we hebben inmiddels onderzoeksmethodes ontwikkeld waarmee de waarheid alsnog naar buiten komt.’
Met OSINT kun je veel zeggen over militaire strijd, maar het levert je geen menselijke verhalen op
Laurie Treffers, onderzoeksjournalist de Volkskrant
Treffers pleit daarom voor meer OSINT-vaardigheden onder journalisten. ‘De eerstelijnsverificatie wordt steeds belangrijker, ook gezien de vele AI-beelden die de ronde doen in deze oorlog. We moeten toe naar een systeem waarbij redacties niet meer afhankelijk zijn van één specialist op de redactie, maar dat het gewoon hoort bij je skills als journalist dat je bijvoorbeeld weet hoe je een video verifieert.’
Lokale journalisten
Maar, zegt Treffers, menselijke verhalen blijven moeilijk te vertellen. ‘We kunnen veel zeggen over de militaire strijd, maar het gat van de menselijke verhalen kun je met OSINT niet opvullen.’ Hummels tipt om in dat opzicht meer te vertrouwen op lokale journalisten, want die staan dicht bij de normale mensen. ‘We hebben de neiging om te denken dat alleen onze eigen westerse journalisten de waarheid vertellen, maar dat is niet zo. Lokale journalisten weten net zo goed het wat het belang is van goede berichtgeving.’
Sharhani sluit zich daarbij aan en raadt het volgen van Iraanse dissidentenzenders zoals Iranwire, VOA en Iran International aan. ‘Daar zie je continu beelden die door mensen in Iran zijn gefilmd. Journalisten in Nederland vinden zo’n zender activistisch, maar iedere Iraanse journalist is ook een beetje mensenrechtenactivist. Daar hoort activisme echt bij de journalistiek. En daar moet je als internationale journalist begrip voor hebben.’
