Laten media zich voor het karretje spannen van terroristen?

6113795116_51d7f1d780_o

Op de dag dat het precies zestien jaar geleden is dat beelden van rokende Twin Towers de wereld over gingen, wordt in De Balie in Amsterdam gedebatteerd over terreur en hoe media daarmee omgaan.

NOS-presentator Rob Trip presenteert de avond. De zaal is uitverkocht, in het publiek zitten relatief veel jonge mensen. Veel journalisten uiteraard, en studenten journalistiek. Maar ook, zo blijkt later tijdens vragen uit het publiek, een politieagent, een postbode, een psychiater.

De vraag die voorligt: laten media zich voor het karretje spannen van terroristen? Veroorzaken de media copycat-gedrag; nieuwe aanslagen? En zouden media dus moeten stoppen met berichtgeving? Zoals schrijver David van Reybrouck het onlangs op De Correspondent schreef: “kunnen media levens redden?” En anderzijds: voedt de uitgebreide berichtgeving over aanslagen de angst in de maatschappij – precies datgene wat terroristen willen bereiken?

De discussie is misschien wel relevanter dan ooit. Door mobiele telefoons en goede internetverbindingen, zijn van elke aanslag direct beelden beschikbaar. Makers kunnen die bovendien zelf via social media in een mum van tijd over de hele wereld verspreiden.

Het debat wordt ingeleid met een aantal video’s met gruwelijke beelden. Gewonden op straat na aanslagen in Europese steden, onthoofdingen door IS, de Jordaanse piloot die levend wordt verbrand. Geen van de aanwezige media heeft deze beelden zo uitgezonden. Inge Vrancken, hoofdredacteur van Het Journaal bij de VRT: “Wij laten geen mensen sterven op tv.”

Opgefokt

Voor Marcel Gelauff, hoofdredacteur van de NOS, ligt het anders. “Wij hebben het beeld uitgezonden van de agent die op straat ligt en door het hoofd wordt geschoten tijdens de aanslag op Charlie Hebdo. We wilden laten zien: dit is de wereld waarin we leven.” Toen later de discussie op internet vooral ging over de keus van de NOS om dat uit te zenden, is het eruit gehaald. Volgens Gelauff wordt bij de NOS altijd gesproken over wat ze laten zien maar ook over hoe vaak. Het is lastig, geven de televisiemakers toe, want tegenwoordig moet in een minuut beslist worden wat wel en niet uitgezonden kan worden. Dat geldt nog meer bij liveverslaggeving van een aanslag of terreurdreiging. Harm Taselaar, hoofdredacteur RTL Nieuws: “Er zitten risico’s aan. Iedereen is opgefokt. Je denk niet na, je gaat. Maar niet gaan is ook geen optie.”

Met berichtgeving over terreur moet je voorzichtig omgaan, maar het niet doen is geen optie

Dat zal de kern worden van de avond: met berichtgeving over terreur moet je voorzichtig omgaan, maar het niet doen is geen optie.

Er doen ook twee niet-journalisten mee aan het debat: filosoof en psychiater Damiaan Denys en terrorismedeskundige Beatrice de Graaf. Denys werpt de kwestie op dat ramptoerisme in onze aard zit. Gruwelijke beelden blijven mensen op een of andere manier trekken. “Media is een aandacht-economie. Angst verkoopt en media spelen daar op in.” Dat wekt wrevel bij de aanwezige journalisten, maar ook gejoel vanuit het publiek.

Een belangrijke vraag in deze discussie wordt aan de kaak gesteld door Volkskrant-journalist Hassan Bahara, in een voorgedragen column: wat is het effect nou echt van mediaberichtgeving op het aantal aanslagen? De Graaf is overtuigd van dat effect. Ze introduceerde ooit de metafoor ‘theater van de angst’, dat terroristen creëren. “Media zitten niet alleen in het publiek, ze schrijven ook mee aan het script.” Ze pleit daarom voor ‘slimmere aandacht’: geen verheerlijkende foto’s, geen stortvloed aan pushberichten.

Met name Gelauff lijkt niet te porren voor een richtlijn voor alle media. Hij is ook niet vatbaar voor de kritiek van Denys dat media niet meer selecteren. Voor Denys is dat een reden om geen tv meer te kijken, en dat lijkt een verwijt te zijn aan journalisten. Gelauff: “U kiest zelf wat u wilt zien. Pluriforme media is een recht voor de burger. Bovendien is er nog persvrijheid.”

Levens redden

En zo komt de discussie toch neer op wat de taak van journalisten is. Pure verslaggeving van alles wat er gebeurt of ook nadenken over het effect van die verslaggeving? In welke mate hebben media een maatschappelijke taak? Om terug te gaan naar Van Reybrouck: is het wel de taak van de media om levens te redden? Arendo Joustra, hoofdredacteur van Elsevier: “Wij als media hoeven niet altijd jullie vriend te zijn.”

Het is een avond met veel meningen, maar weinig inzichten. De deelnemers komen niet echt tot elkaar, blijven elkaars meningen vooral pareren. Conclusie: iedereen moet “zijn eigen ding doen”. Nemen we iets mee van deze avond? Nee, behalve dat dit debat erg gevoelig ligt.

Nou goed, een klein inzicht is er wel. Of eigenlijk een kleine openbaring: ook niet alle journalisten kunnen gruwelijke beelden aan. Vrancken geeft direct toe dat zij niet kan kijken naar beelden van de Jordaanse piloot. En ook Joustra later: “Ik kan er gewoon niet tegen. Nee, ik heb ook niet gekeken net.”

Foto door Cyril Attias (CC)

Deel dit artikel:

Over Jolanda van de Beld

Jolanda van de Beld studeerde Nederlands, Politicologie en Journalistiek & Media aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkt als freelance journalist, met name voor NRC, en houdt zich veel bezig met de nieuwe mogelijkheden van online journalistiek.

Reageer