Mediaprofessor Julie Posetti: ‘Journalisten hebben last van fear of missing out’

Julie Posetti

Journalisten moeten stoppen met het najagen van ‘shiny new things’, aldus Julie Posetti. Posetti gaf leiding aan het ‘Journalism Innovation Project’ bij het Reuters Institute for the Study of Journalism. Op Media van Morgen vertelde ze hoe het afscheid van de mooie glimmende dingetjes kan leiden tot duurzame innovatie — en sprak ze met SvdJ.nl: ‘Innovatie heeft een terecht imagoprobleem.’

In het rapport over shiny things schrijft u dat er behoefte is aan ‘een duidelijke, fundamentele definitie van innovatie in de journalistiek’. Hoe zou die definitie volgens u moeten luiden?

Het probleem is dat niemand het goed kan definiëren. In ons rapport zijn we uiteindelijk uitgekomen op: ‘een andere manier van dingen doen die leidt tot een frissere aanpak of iets nieuws’. Maar ik denk dat die definitie nog steeds problematisch is: het hoeft niet te gaan over iets nieuws creëren, het kan ook betekenen dat je terugkijkt en een oud idee opnieuw toepast. Inmiddels zou ik het liever willen definiëren als: een creatieve manier om te reageren op crises die jou als nieuwsorganisatie bedreigen.

Die definitie maakt duidelijk dat innovatie niet per se om technologie hoeft te gaan.

Zeker. Zo’n creatieve aanpak kan volledig analoog zijn, er hoeft zelfs geen enkele technologie aan te pas te komen. Innovatie die puur wordt gedreven door de drang om iets nieuws met technologie te doen, kan heel problematisch zijn. Dat heeft geleid tot burn-outs en innovatiemoeheid.

TikTok en podcasts

U noemt burn-out en innovatiemoeheid ook als gevolg van het alsmaar najagen van shiny new things. Wat is het meest problematische shiny thing dat journalisten nu najagen?

Een vraag die nu speelt is: moeten we met zijn allen op TikTok zitten? Natuurlijk moet je nagaan of je TikTok kan inzetten om je publiek te bereiken, maar er zijn belangrijkere vragen, die volgens mij niet genoeg worden gesteld. Wie zit er achter TikTok? Wat zijn de risico’s voor onze privacy? Moeten we geen censuur vrezen van een Chinese app die de videojournalistiek wil domineren? Als we iets hebben geleerd van de desinformatieoorlog, is het dat we de geopolitieke belangen die spelen op dit soort platforms serieus moeten nemen.

Een ander shiny thing dat wordt nagejaagd is de podcast. Het kan een perfecte manier zijn om een nieuw publiek te bereiken met mooie, diepgravende journalistiek, maar er zijn genoeg voorbeelden van media die elk audiobestand nu een podcast noemen en het online gooien. Dat leidt tot een hoop shit, die je merk echt kan beschadigen. Daarmee wil ik overigens niet zeggen dat elke podcast een meeslepende achtdelige onderzoeksserie moet zijn.

Langetermijnstrategie

U waarschuwt ook voor experimenteren puur om het experimenteren. Is het niet goed om af en toe gewoon iets te proberen?

Het is zelfs noodzakelijk om nieuwe dingen uit te proberen. Maar dat moet je wel bewust doen, en in je achterhoofd houden wat er mis kan gaan en waarom je het precies doet. Je moet ook strategisch nadenken over je experimenten.

Is het risico van innoveren op basis van een langetermijnstrategie niet dat je veel geld en energie verspilt als een groot project faalt?

Het kan inderdaad gebeuren dat je te lang gaat nadenken. Het is geen goed idee om eindeloos te blijven uitstellen, of om het enthousiasme van mensen om te experimenteren te smoren met tijdschema’s en plannetjes. Je moet een balans vinden tussen de wens om te experimenteren en de organisatie om niet overdonderd te raken door allerlei innovaties. Daarom moet je missie heel duidelijk zijn, dan kan je daar alles tegen afzetten.

De neiging om met van alles tegelijk te experimenteren wordt in het rapport ook wel omschreven als een ‘newsroom mindset’. Is deze drang om te veel te willen experimenteren onderdeel van de journalistieke inborst?

Journalisten hebben last van FOMO, the fear of missing out. In de verslaggeving ben je constant bezig met niets willen missen.

Dinosaurussen

Hoe verklaart u dan dat op krantenredacties sommige journalisten nog moeite hebben met schrijven voor internet?

Dat is inderdaad een interessante tegenstelling. Helaas zagen sommigen ons rapport dan ook als een empowerment van de dinosaurussen, die alles hetzelfde willen houden. Zo is het nadrukkelijk niet bedoeld. Wel als een aanmoediging om na te denken over wat je doet, zodat je die twee tegenpolen dichter bij elkaar brengt.

Eén van de genoemde zorgen van die ‘dinosaurussen’ is dat innovatie leidt tot ontslag. Hoe reëel is die zorg?

Innovatie heeft een terecht imagoprobleem. Sommigen zien het als de reden dat hun collega’s worden ontslagen, of als de oorzaak dat journalisten hun traditionele werk niet goed uitvoeren omdat ze bezig zijn met de shiny things. Die zorgen zijn reëel, dus is het een fundamentele uitdaging voor leidinggevenden om te zorgen dat hun journalisten hen volgen op het pad dat ze inslaan. Dat lukt alleen als je goed bedenkt wat de impact van dat nieuwe pad is op je medewerkers. Als je kunstmatige intelligentie wilt inzetten om hen stomme klusjes uit handen te nemen, of ze te helpen bij groot data-onderzoek, zullen ze die technologie omarmen. Maar niet als het gebruik van robots leidt tot minder banen.

Publiek centraal stellen

U stelt dat, als we willen weten hoe we moeten omgaan met politieke en maatschappelijke crises, we beter naar media in landen als de Filipijnen en India kunnen kijken dan naar prominente titels als The New York Times en The Washington Post. De media op het zuidelijk halfrond stellen namelijk het publiek centraal. Is zo’n audience-led approach niet ook een bedreiging voor de journalistieke onafhankelijkheid?

Er is een verschil tussen audience-led en audience-captured. Er bestaat geen journalistiek zonder publiek: je beroep is het dienen van het publieke belang. Het centraal stellen van je publiek gaat niet per se om het najagen van clicks, of een verhaal zo populair mogelijk maken. Het gaat om vaststellen van wat je publiek nodig heeft. Dat doe je niet door te kijken naar waar ze op klikken, maar naar waar er gaten zitten in de sociale structuur van een maatschappij.

Bijvoorbeeld: wat kun je als journalist doen in een gemeenschap waar veel vluchtelingen wonen, en er fysiek geweld dreigt door toedoen van racistische desinformatiecampagnes? Daar kun je antwoord proberen te geven op vragen die leven, zoals ‘pakken ze echt onze banen af?’ Zo stel je je publiek centraal, zonder dat je puur mikt op populariteit.

Kunnen we de centrale boodschap van uw werk voor het Reuters Institute samenvatten als een pleidooi om innovatie menselijker te maken?

Ja. Menselijker, fysieker, met termen die meer over mensen gaan. Het woord ‘publiek’ is bijvoorbeeld zo’n abstract woord, het gaat over mensen. Het gaat over menselijke crisis, menselijke uitdagingen. Veel mensen zijn op dit moment bang omdat ze niet altijd meer weten wat ze moeten geloven. Daarin ligt de belangrijkste dienst van de journalistiek: mensen helpen te beoordelen wat echt en betrouwbaar is.

Foto: Julie Posetti op het SVDJ-congres Media van Morgen, door A.M. Minnaard Fotografie 

Over Sjors Hofstede

Sjors Hofstede studeerde Communicatiewetenschappen en behaalde zijn Master-titel voor Media en Journalistiek. Als freelance journalist werkt hij voor onder meer de Volkskrant, SvdJ.nl en Omroep West.