Meldpunt Prullenbak, of waarom media beter moeten nadenken over archivering

archivering prullenbak

Het verdwijnen van online archieven moet voorkomen worden, vinden de oprichters van Meldpunt Prullenbak. ‘Dat zorgt voor gaten in onze kennis over een tijdperk.’ Ze kregen sinds oktober 54 meldingen van verdwenen nieuwsbronnen binnen.

Het is de paradox van deze tijd: het meeste wat op internet staat, blijft altijd rondzwerven, maar wat weg is, is definitief weg. Dat laatste begint langzamerhand door te dringen in de journalistiek. Onlangs ontstond ophef over het verdwijnen van alle berichten na sluiting van Dichtbij.nl. Niet veel later bleek het archief van de website van de Telegraaf ineens verdwenen na een migratie. Het Telegraaf-archief is inmiddels gered, aan Dichtbij.nl wordt nog gewerkt.

Wijdverbreid probleem

Dat het probleem van online archivering wijdverbreid is, blijkt uit de inventarisatie van het zogeheten Meldpunt Prullenbak. Sinds oktober kan iedereen op deze site melding maken van verdwenen journalistieke titels en producties. ‘Het meldpunt heeft 54 unieke meldingen binnengekregen. We verwachten er nog meer’, zegt Renée van der Nat, mediaonderzoeker aan de Hogeschool Utrecht en oprichter van het Meldpunt Prullenbak. ‘We zien dat het probleem speelt in alle lagen van de journalistiek: landelijk, lokaal, bij oude en nieuwe nieuwsmerken.’

De meldingen zijn volgens Van der Nat grofweg te verdelen in vier categorieën. De eerste categorie: simpelweg onvindbaar. De tweede categorie is content die niet online vindbaar is, maar wel door iemand opgeslagen. Het staat dus ergens op een harde schijf. De derde categorie noemt Van der Nat ‘linkrot’: de content bestaat wel online, maar oude links werken niet meer. De laatste categorie is ‘vervormde content’. Een productie staat online, maar niet meer in de originele vorm waarin het werd gepubliceerd. Foto’s zijn bijvoorbeeld verdwenen, of interactieve elementen werken niet meer.

Oplossingen zoeken

Het Meldpunt Prullenbak is slechts een inventarisatie, het gaat niet de archiveringstaak op zich nemen, zegt Van der Nat. Donderdag 15 februari organiseren de onderzoekers van de HU samen met Beeld en Geluid een expertisemiddag waar ze hun bevindingen tot nu toe presenteren. Van der Nat: ‘We gaan ook met de beroepspraktijk bespreken wat het probleem is, welke oplossingen er zijn en wie verantwoordelijk is.’

Ik denk dat de verantwoordelijkheid voor het aanleggen van een archief bij media zelf moet liggen

Van der Nat hoopt dat meer mensen in de mediawereld gaan nadenken over archivering. ‘Momenteel is in de journalistiek niemand verantwoordelijk voor het duurzaam en structureel archiveren van online geproduceerde journalistiek.’ De Koninklijke Bibliotheek en het Instituut voor Beeld en Geluid slaan wel websites en online programma’s op, maar zij volgen hun eigen collectiebeleid. ‘Ik denk dat de verantwoordelijkheid voor het aanleggen van een eigen archief bij mediaorganisaties zelf moet liggen. Zodat je je eigen geschiedenis vastlegt’, zegt Van der Nat.

Gaten in historische kennis

Maar het belang van archivering gaat verder dan de eigen bedrijfsgeschiedenis. ‘Geschiedkundig onderzoek wordt deels gedaan op basis van nieuwsbronnen,’ zegt Van der Nat, ‘het wordt echt problematisch als we een groot gedeelte van de internetgeschiedenis niet meer hebben. Dat zorgt voor gaten in onze kennis over een tijdperk.’

Daarbij treft gebrekkige archivering ook het geschiedkundig onderzoek naar journalistiek zelf, zegt Van der Nat. Sinds de jaren negentig is er veel geëxperimenteerd en vervolgens verloren gegaan. Neem bijvoorbeeld de eerste Nederlandse nieuwswebsites: planet.nl. Of de sites van drie gratis kranten die inmiddels niet meer bestaan: DAG, Spitsnieuws en DePers. Van deze online activiteiten is vrijwel alles verdwenen, ontdekte Van der Nat. ‘Als het niet is gearchiveerd, kunnen we er geen onderzoek meer naar doen. Zo ontstaan gaten in ons historisch besef over de ontwikkeling van internetjournalistiek.’

Archivering voor freelancers

Voor freelance journalisten is goed gearchiveerd werk ook in het eigen belang: het vormt hun portfolio. Op de expertisemiddag zal Fabienne Meijer van freelancers-collectief De Coöperatie wat tips geven. Meijer: ‘Als een stuk vindbaar is op verschillende plekken is de kans sowieso kleiner dat het ineens helemaal verdwijnt.’ Naast de site van het medium waarbij je publiceert kun je je werk op Reporters Online plaatsen, of op een eigen website.

Van der Nat adviseert om van elk geschreven artikel in ieder geval de laatste versie in ‘platte vorm’ op te slaan: een gewoon tekstbestand dus. Screenshots maken van online gepubliceerde artikelen kan natuurlijk ook. Voor interactieve of multimediale producties kun je volgens haar Webrecorder gebruiken, een online tool waarmee je webpagina’s handmatig opslaat, met eventuele interactieve elementen, YouTube-video’s en tweets. ‘Er zit wat handwerk in, maar het is supermakkelijk.’

Selectief opslaan

Onder de leden van De Coöperatie is archivering nog niet echt een issue, zegt Meijer. Volgens haar komt dat enerzijds doordat journalisten zich er nog weinig bewust van zijn dat dingen verdwijnen, anderzijds doordat online journalistiek lange tijd niet echt meetelde. En als journalisten hun online werk opslaan, doen ze dat selectief, zegt Meijer. Ze slaan alleen de producties op die ze zelf belangrijk vinden of waar ze trots op zijn. Dat is geen structurele oplossing, maar dat vindt Meijer ook niet noodzakelijk: ‘Moeten we individuele journalisten opzadelen met het maatschappelijk belang van archiveren? Journalisten kunnen zeker een bijdrage leveren, maar ik denk dat daar andere partijen voor zijn.’

Over Jolanda van de Beld

Jolanda van de Beld studeerde Nederlands, Politicologie en Journalistiek & Media aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkt als freelance journalist, met name voor NRC, en houdt zich veel bezig met de nieuwe mogelijkheden van online journalistiek.

Reageer

Geef een reactie

*