Met verbazing over onwetendheid schieten we niet veel op

Als we praten over innovatie, moet de nadruk op oplossingen liggen, meent René van Zanten. Niet op alle obstakels die we tegenkomen.

Het was druk bij het congres rond het 15-jarig jubileum van de master Journalistiek en media van de Universiteit van Amsterdam. De titel: ‘heden, verleden en toekomst van de journalistiek’. Daar kun je alle kanten mee op. Zoals zo vaak bij dit soort congressen, gaat het vooral over het verleden, een klein beetje over nu en eigenlijk maar zelden over de toekomst. Gezellig is het zeker, want ook ik voel me reuze thuis tussen mensen die in de discussie de indruk maken dat zij wel weten hoe het moet, maar dat ze zonder uitzondering door conservatieve collega’s, conservatief management en andere natuurkrachten in een soort kleilaag zijn gemetseld, waardoor hun inzichten en daadkracht gedoemd zijn vast te lopen.

Te laat instappen

Alles viel op zijn plaats toen een spreker een theorie kwam uitleggen waarbij innovaties als het goed gaat geweldig de wind in de zeilen krijgen, na een hoogtepunt sterk terugvallen omdat blijkt dat de verwachtingen wat al te overspannen waren geweest en, na een dieptepunt, weer herstellen en uiteindelijk stabiliseren. Dat laatste – zou ik zeggen – alleen onder heel goede condities (goed idee, goed team et cetera). Dus wij begrepen dat bestaande mediabedrijven, als gevolg van hun aarzelende managementstijl, bijna per definitie te laat instappen, doorgaans als de hype op zijn hoogtepunt is en dus vlak voordat de zaak in elkaar kukelt (met de overname van Hyves door TMG als standaard voorbeeld).

Managers houden de boel op, zorgen voor een steeds grimmiger toekomstperspectief en frustreren de innovatieve journalisten

En daarmee is de middag eigenlijk wel samengevat. Managers en aanverwante types die zonder al te veel kennis van zaken, laat stáán een visie, niet of véél te laat inspringen op ontwikkelingen van – doorgaans – technische aard. Die managers houden de boel op, zorgen voor een steeds grimmiger toekomstperspectief en frustreren al die innovatieve journalisten. Ja, theorieën genoeg: met papieren kranten wordt nog altijd goed geld verdiend. Niet meer zo schandalig veel als twintig jaar geleden, maar nog altijd zeer substantieel, waardoor de neiging om dat op te geven niet zo groot is. Andere theorie: nieuwsorganisaties zijn per definitie gewend om met de dag of met het uur te leven. Die hebben als gevolg daarvan zo’n beperkte scope, dat het ze domweg niet gegeven is om langer vooruit te kijken.

Bij dit alles zijn tenminste twee opmerkingen te maken. De eerste is, dat het jammer is dat bij bijeenkomsten zoals deze eigenlijk zelden over oplossingen wordt gesproken. Het is interessant en vermakelijk, waar we ons plenair willen verbazen over de onwetendheid die ons omringt, maar we schieten er niet veel mee op. De tweede is de vaststelling, dat het merkwaardig is dat innovatie vrijwel zonder uitzondering loopt langs de lijn van iets dat elders is ontwikkeld, waar een mediabedrijf al dan niet aan mee doet. Zelden gaat het om een innovatie die wordt bedacht op basis van de wensen of ervaringen van een uitgever, laat staan op basis van wat een gebruiker zou willen.

Duur en traag innoveren

Soms lijkt het alsof eindeloos veel partijen bezig zijn met het ontwikkelen van applicaties met daarop alleen foto’s, alleen video’s, korte tekst met foto’s, korte tekst met video’s, tijdlijnen met tekst en foto’s en video’s, nieuws in vijftien seconden, in twee minuten, in drie minuten, nieuws in video én foto en ultrakorte tekst in een vloek en een zucht. Na een geweldige shake-out blijven daar de Snapchats en Instagrams over en daar gaan uitgevers vervolgens (te laat dus) mee aan de slag. Dikwijls zonder veel idee te hebben over de kracht of mogelijkheden van zo’n medium. En zeker zonder idee of het aanslaat bij al die doelgroepen die door de marketingafdelingen zijn benoemd. En als het niet werkt, snel weer iets anders. Een dure en trage manier van innoveren.

Dan ben je blij als er mensen zijn die – hoe vergezocht ook – eens iets anders proberen. Zo komt de Britse dagblad-groep Trinity Mirror met een krant die New Day gaat heten en die vooral optimistisch van toon zal zijn. Kort na het ten grave dragen van de papieren editie van The Independent komt er dus een nieuwe krant die ‘iets heel anders’ belooft: de zonnige kant van vluchtelingenstromen en bombardementen. In elk geval anders en hoe dan ook dapper.

Menselijkheid

Bij het UvA-congres was Charlie Beckett (directeur van Polis, het onderzoeksinstituut voor journalistiek en samenleving van de London School of Economics) te gast, die betoogde dat de journalist van de toekomst het moet zoeken in menselijkheid. Niet dat hij of zij elk verhaal met tranen dient te signeren, maar qua empathie is er, volgens Beckett, nog een wereld te winnen voor de meeste journalisten. Het bleef een beetje vaag: journalisten hoeven zelf geen standpunt in te nemen, maar ze kunnen wel mensen interviewen die hun standpunt heel menselijk en partijdig kunnen verwoorden, zoiets.
Zo’n middag vliegt voorbij, de vraag is alleen of de verwarring is toegenomen of juist niet.

Ach, er komt vast snel weer een nieuw congres.

Over René Van Zanten

René van Zanten is directeur van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Reageer

1 comments

Tijdens het congres kwam helemaal niet aan de orde dat het ‘uit de klauw’ – net zoals in Groot-Brittannië – begint te lopen met het grote aantal journalistieke opleidingen. De universiteiten doen daaraan volop mee vanwege mogelijke inkomsten. Nu kan een ieder in een ‘vrije’ democratie als de onze kiezen wat men wil en kan studeren wat men wil. Maar het aantal opleidingen voor journalist is veel te groot geworden. Marktdenken is er helemaal niet bij. Met als resultaat dat afgestudeerde journalisten niet of nauwelijks aan de slag komen. Vaak voor een hongerloon. In de tijd dat ik begon in 1966 als volontair was het vak van journalistiek nog heel anders. Mijn topsalaris toen ik met pensioen ging in 2005 was 62.000 euro aan belastbaar inkomen per jaar. Daarvan kon je heel goed (met vrouw en twee kinderen) leven! Met andere gepensioneerde dagbladjournalisten heb ik het er nog wel eens over: ‘we hebben de goede tijd in de journalistiek nog meegemaakt’.

Geef een reactie

*