Groot onderzoek toont aan: nepnieuws heeft een groot bereik, maar weinig impact

Hillary Clinton nepnieuws

Een kwart van de Amerikanen bezocht in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2016 een website met nepnieuws. Dat deden ze vooral via Facebook, blijkt uit het eerste wetenschappelijke onderzoek naar nepnieuwsconsumptie. Trump-supporters bezochten de meeste fake news-sites.

Sinds Donald Trump de Amerikaanse presidentsverkiezingen won, wordt er veel gespeculeerd over het effect van nepnieuws op de maatschappij, maar betrouwbare onderzoeksresultaten zijn er nog weinig. Goed dus dat er steeds meer harde cijfers bekend worden over de impact van dit fenomeen.

Een op de vier bekijkt nepnieuws

Uit het eerste wetenschappelijke onderzoek naar nepnieuwsconsumptie bleek onlangs dat één op de vier Amerikanen in aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2016 een website met nepnieuws bezocht. Onder Trump-stemmers vormde nepnieuws het grootste deel van hun mediadieet: zes procent, tegenover één procent bij de Clinton-stemmers. Het gros van het nepnieuws was pro-Trump, namelijk 80 procent van de 289 websites.

Dit maakt het aantrekkelijk om te concluderen dat de verspreiding van nepnieuws positief uitpakte voor Trump. Toch leert een verdere blik op de cijfers dat 60% van de bezoeken aan nepnieuwssites afkomstig was van de tien procent van de Amerikanen met het meest conservatieve mediadieet. Met andere woorden: lezers van pro-Trump-nepnieuws waren waarschijnlijk al pro-Trump. De auteurs suggereren daarom dat de sites weliswaar een groot bereik hebben, maar weinig impact.

Linkse kiezer leest meer Trump dan Clinton

In dat opzicht is het wel opvallend dat gematigde, naar links leunende kiezers meer pro-Trump-nepnieuws bekeken dan pro-Clinton-nepnieuws. Dit kan volgens de onderzoekers eventueel impact hebben gehad in de spannende swing states, maar zij waarschuwen ook voor achterwaarts redeneren vanuit de resultaten.

De onderzoekers ontdekten verder dat de meeste van de nepnieuws-bezoekers op die sites terecht kwamen vanuit Facebook. Factchecks van nepnieuws blijken de gebruikers van nepnieuws eigenlijk nooit te gebruiken. Ook interessant is dat zestigplussers vatbaarder voor nepnieuws bleken dan jongeren.

2525 Amerikanen

Brendan Nyhan, Andrew Guess en Jason Ryfler analyseerden de browsegeschiedenis van 2525 Amerikanen. Ze keken naar hun surfgedrag in de periode van 7 oktober tot 14 november 2016, een aantal demografische gegevens en de politieke voorkeur van de consumenten. Die laatste werd vastgesteld op basis van de browsegeschiedenis.

Een site werd bestempeld als brenger van nepnieuws als deze twee of meer artikelen had gepubliceerd die als nepnieuws werden beschouwd door Hunt Alcott en Matthew Entzkov, die in 2017 het eerste peer reviewed onderzoek naar nepnieuws ooit deden.

De auteurs zijn nog voorzichtig in het trekken van definitieve conclusies over de invloed van nepnieuws. Zij pleiten ervoor om eerst meer onderzoek te doen naar menselijk gedrag ten aanzien van misinformatie.

Brendan Nyhan, Andrew Guess en Jason Ryfler. Selective Exposure to Misinformation: Evidence from the consumption of fake news during the 2016 U.S. presidential campaign.

Foto door Gage Skidmore

Over Sjors Hofstede

Sjors Hofstede studeerde communicatiewetenschappen en journalistiek, en werkt als freelance journalist voor onder meer de Volkskrant en SvdJ.nl. Eerder werkte hij voor Blendle en Vrij Nederland.

Reageer

1 comments

Laten we op basis van de eerste zin van de conclusie van de onderzoekers de kop boven dit artikel als nepnieuws. Nu maar hopen dat dit bericht weinig impact heeft.
“In the aftermath of the 2016 US presidential election, it was alleged that fake news might have been pivotal in the election of President Trump. We do not provide an assessment of this claim one way or another.”

Geef een reactie

*