Nieuwsvoorziening Rotterdam is kwetsbaar

Dia1

Het journalistieke ecosysteem van de stad Rotterdam is kwetsbaar en laat geregeld relevante onderwerpen onderbelicht. Ook schieten media tekort als het gaat om nieuws over lokale politiek. Dat blijkt uit onderzoek van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek, dat de lokale nieuwsvoorziening in Rotterdam in kaart bracht en analyseerde.

De nieuwsbrengers van Rotterdam zijn grofweg te verdelen in vier categorieën: de krant, lokale omroep, regionale omroep en zelfstandige nieuwssite. Deze vier partijen vormen samen het nieuwslandschap van Rotterdam. Elk type aanbieder heeft zijn eigen kenmerkende eigenschappen en vervult daarmee een specifieke rol binnen het nieuwsecosysteem van de stad. Kranten besteden bijvoorbeeld van alle partijen de meeste aandacht aan lokale politiek, omroepen slagen er juist beter in burgers te bereiken en voeren hen vaker op als bron.

Dat levert op het eerste gezicht een werkend nieuwsecosysteem op, maar in de strikte rolverdeling schuilt tegelijkertijd de kwetsbaarheid voor de nieuwsvoorziening. Wanneer een type nieuwsbrenger uit het nieuwsecosysteem geen aandacht besteedt aan een nieuwsgebeurtenis, worden bepaalde aspecten van het nieuws minder of zelfs helemaal niet aan het licht gebracht, met slecht geïnformeerde burgers tot gevolg. 

Veel vragen blijven onbeantwoord

Tijdens het onderzoek is de verslaggeving van een aantal grote Rotterdamse nieuwsgebeurtenissen gereconstrueerd, om inzichtelijk te maken waar en hoe media het nieuws verslaan. Uit de reconstructie van de perikelen in Gebiedscommissie IJsselmonde – na ruim een jaar van interne strubbelingen nam de gemeente het roer over van deze commissie – blijkt dat cruciale zaken in deze nieuwscasus zijn blijven liggen. Waar de krant en enkele zelfstandige nieuwssites boven op het nieuws zaten, hielden omroepen zich afzijdig. Gevolg was dat het geluid van betrokken bewoners ontbrak in de verslaggeving.

Nieuwsreconstructie Rotterdam
Nieuwsreconstructie Rotterdam

Vrijwel geen nieuws over politiek

Voor dit onderzoek werden 1097 nieuwsberichten geanalyseerd, waarvan meer dan de helft (60%) aangemerkt kan worden als ‘kortje’. Deze korte berichten, vaak 1-kolommertjes en radiobulletins, gaan over 112-incidenten en de uitgaansagenda van de stad. Ze hebben meestal weinig diepgang. Vooral aan politiek nieuws wordt in Rotterdam weinig aandacht besteed. In de andere onderzochte steden (Amsterdam,Utrecht en Den Haag) wordt tot wel twee keer zo veel bericht over lokale politiek.

In vergelijking met de andere grote steden bieden Rotterdamse nieuwsmedia wel opvallend veel achtergronden bij het nieuws. Waar in andere G4-steden dagbladen de verdieping bij het nieuws bieden, is in Rotterdam de regionale omroep RTV Rijnmond de voornaamste leverancier. Zelfstandige nieuwssites als Vers Beton en de lokale omroep OPEN Rotterdam geven juist weer veel context bij het nieuws, in de vorm van interviews en reportages.

Schermafbeelding 2017-12-07 om 14.34.29
Traditionele media hebben het nakijken op Facebook

Uit een social media-analyse van Utrecht Data School blijkt dat de grootste aanbieder van nieuws op social media een curatiepagina is, die doorlinkt naar de websites van diverse mediapartijen. Deze pagina – Kom ie uit Rotterdam dan? – laat, wat betreft aantallen volgers, kranten en omroepen ver achter zich. De vraag is of de inwoners van Rotterdam nog wel weten wie de afzender van het nieuws is, of dat zij blindelings hun curator volgen.

Voor dit onderzoek werden 1097 nieuwsberichten van 51 aanbieders geanalyseerd uit de analyseweek 12 t/m 18 september 2016.

Het onderzoek naar nieuwsecosystemen werd uitgevoerd in samenwerking met de Erasmus Universiteit, Hogeschool Rotterdam en Utrecht Data School en gelijktijdig uitgevoerd in de drie andere grootste steden van Nederland. Eerder presenteerde het Stimuleringsfonds voorlopige resultaten voor Amsterdam, Utrecht en Den Haag. In 2018 verschijnt een overkoepelend rapport.

Kijk voor meer informatie en eerdere onderzoeken op onze website, of neem contact op met één van de onderzoekers, Quint Kik en Mariët Medendorp (070 361 71 11).

 

Deel dit artikel:

Reageer