Onderzoeksjournalistiek: óók de brenger van het goede nieuws

Na maanden van voorbereiding en ontelbaar veel afspraken en telefoontjes was daar vorige week de deadline van de nieuwe subsidieregeling onderzoeksjournalistiek. Bart Brouwers, projectleider van de regeling, blogt over het enorme aantal aanvragen, de beoordelingsmarathon die daarop volgde en hoe nu verder.

Door: Bart Brouwers

Onderzoeksjournalisten brengen niet altijd even goed nieuws. Wie kijkt naar het merendeel van hun prijswinnende producties, moet welhaast de indruk krijgen dat ons land vol zit met frauderende, sjoemelende en wanpresterende gezagsdragers en bestuurders. Natuurlijk is er ook in deze sector volop aandacht voor de zaken die wel deugen, maar toch is het niet zonder reden dat onderzoeksjournalistiek vaak direct in verband wordt gebracht met zaken die het daglicht niet kunnen verdragen.

We hadden hem wel een beetje zitten knijpen

Nou, voor één keer kunnen we zonder enige reserves vaststellen dat onderzoeksjournalisten ook uitstekend in staat zijn het goede nieuws aan de man te brengen. In 96-voud zelfs. Want dat is wat we bij de sluiting van de inzendtermijn voor de regeling Onderzoeksjournalistiek mochten vaststellen: 96 aanvragen van 96 ambitieuze groepen journalisten uit 96 delen van het land. Alles bij elkaar een prachtige mix, zowel in thematiek als in herkomst.

Daarover sprongen we dus een gat in de lucht want eerlijk is eerlijk, we hadden hem natuurlijk wel een beetje zitten knijpen toen een week voor de deadline nog maar een handvol aanvragen was binnengekomen. 96, dat was veel meer dan we hadden durven verwachten.

De dagen van de week werden langer en langer

Maar toen we weer met beide benen op aarde stonden en de euforie wat tot bedaren was gekomen, kwam natuurlijk ook die vanzelfsprekende tweede reactie: oei, hoe gaan we dit allemaal behappen? Nu, aan het einde van een week – inclusief weekend – van lezen, beoordelen, bediscussiëren, nog eens lezen, doorrekenen, sparren en becijferen, kunnen we ook zonder overdrijving vaststellen dat het een enorme klus was om alle aanvragers de aandacht te geven die ze verdienen. De dagen werden met het verstrijken van de week langer en langer en de geur in onze werkkamers werd er daarmee niet frisser op. Maar het is gelukt!

Een klein moment vragen we nog voor de administratieve afhandeling, want ook dat moet allemaal zo zorgvuldig mogelijk verlopen. Maar een dezer dagen krijgt iedereen bericht van ons over het vervolg. Voor een aanzienlijk deel van de aanvragers zal dat – we kunnen het niet mooier maken –  een teleurstelling opleveren, bijvoorbeeld omdat niet aan een van de randvoorwaarden is voldaan en daarmee de aanvraag niet gehonoreerd zal worden. Voor anderen betekent het dat de spanning voortduurt, omdat we toch nog wat meer informatie willen hebben.

Op individueel niveau zullen de gevolgen dus heel verschillend zijn, maar voor de journalistiek en vanuit maatschappelijk oogpunt durven we nu al hardop te roepen dat deze regeling een belangrijke aanzet is geweest tot een rijk nieuw aanbod aan onderzoeksjournalistiek door het hele land. En daarmee kunnen we alleen maar heel blij zijn.