Participerende burger verwacht wederkerigheid van journalist

Media als Dichtbij en De Correspondent proberen de burger een actieve rol te geven in hun berichtgeving. Maar wordt de burger daarmee zelf ook een journalist? Zo snel verandert onze definitie van het beroep niet, blijkt uit onderzoek van Merel Borger. Maar de journalist kan niet achteroverleunen.

Participatieve journalistiek, waarbij de burger participeert in het journalistieke proces, kent voor- en tegenstanders. Het wordt toegejuicht, omdat ieders stem op die manier gehoord kan worden: democratischer kan het niet. Maar er is ook scepsis. Als burgers inspraak hebben in de onderwerpen waar media over berichten, of zelfs de berichtgeving verzorgen, wordt journalistiek dan geen ‘u vraagt, wij draaien’? Merel Borger onderzocht hoe wetenschappers, journalisten èn het publiek zelf denken over de rol van het publiek in de journalistiek.

Journalistiek op losse schroeven

“Door de komst van digitale technologieën is nieuws maken niet meer voorbehouden aan professionele journalisten – althans, dat was de verwachting, zo’n 15 jaar terug,” zegt Borger, die afgelopen week promoveerde aan de Vrije Universiteit. Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek subsidieerde haar onderzoek. “Wat wij jarenlang als journalistiek zagen, komt daardoor mogelijk op losse schroeven te staan. De verdeling was heel helder: de journalist zond, het publiek ontving. Nu kan het publiek in theorie zelf een veel actievere rol aannemen. Wie telt er dan nog als journalist, en wat zijn journalistieke normen?”

Borger, van huis uit cultuurwetenschapper en inmiddels werkzaam als programmamanager bij Adessium Foundation, koos een brede aanpak voor haar onderzoek. Eerst deed ze literatuuronderzoek naar hoe in de journalistiekwetenschap werd gedacht over het fenomeen ‘participatieve journalistiek’. Vervolgens sprak ze uitvoerig met mensen uit de Nederlandse journalistieke praktijk over hoe zij die rol zagen. In de derde fase van het project stond het publiek centraal: Borger sprak deelnemers van twee journalistieke projecten, NOS Net en Dichtbij. Tot slot deed ze een inhoudsanalyse van de berichten van vijf verschillende platforms waarbij werd gewerkt met participatieve journalistiek.

 

Pioniers in participatieve journalistiek

De journalisten die ze sprak, waren ten tijde van Borgers interviews pioniers op het gebied van participatieve journalistiek. Er waren mensen bij van nieuwe projecten als Dichtbij.nl en NOS Net, maar ook van GeenStijl, De Jaap, Brainsley, Journaal op 3, Nujij.nl en het programma U In De Wijk van RTV Utrecht. Ook al behoorden ze tot een voorhoede en kozen ze bewust voor burgerparticipatie, toch liepen ze allemaal tegen het zelfde probleem aan: het bleek lastig om controle uit handen te geven.

Alle journalisten die we interviewden, vonden het moeilijk om hun routines te veranderen

“Foto’s, tips en getuigenverslagen waren welkom, maar alle journalisten die we interviewden, vonden het moeilijk om hun routines te veranderen. Ze waren gewend om te denken vanuit een onderwerp dat ze zelf bedacht hadden, en daar bronnen bij te zoeken. Het vergt een totaal andere manier van werken als je uitgaat van wat het publiek belangrijk vindt, van welke zorgen en vragen er bij hen leven.”

Vervolgens sprak Borger deelnemers van twee heel verschillende participatieprojecten. Bij NOS Net hadden journalisten veel controle over het eindproduct, bij Dichtbij kregen deelnemers juist veel vrijheid.

Teleurstelling

Deelnemers van NOS Net bleken teleurgesteld over de relatie met de journalisten van NOS Net. “Ze wilden geen controle over de inhoud, maar hadden verwacht dat ze journalisten zouden helpen berichtgeving beter te maken met hun kennis en ervaringen. Veel mensen vertelden me dat ze veel tijd en moeite hadden gestoken in het leveren van een bijdrage, maar dat ze daar vanuit de nieuwsorganisatie nooit meer iets noemenswaardigs op hadden gehoord. Mensen wisten vaak niet wat er met hun bijdrage was gebeurd.”

Bij Dichtbij waren deelnemers juist erg enthousiast over de responsieve en behulpzame opstelling van de communitymanagers van het platform. Borger: “Participanten waardeerden dat ze door de redactie serieus werden genomen.” Dat betekent niet dat ze ook positief waren over de berichtgeving. Veel deelnemers vonden het ‘geen journalistiek’. “Ze vonden dat ze zelf goed in staat waren een interessante bijdrage te leveren, maar twijfelden aan de capaciteiten van anderen.”

Behoefte aan wederkerigheid

De interviews met deelnemers van NOSNet en Dichtbij.nl laten zien dat participanten een sterke behoefte aan wederkerigheid hebben, en dat ze daar bij deze projecten een gebrek aan ervaren. “Mensen gaan niet zomaar participeren, ze verwachten er iets voor terug: een zinvolle interactie of samenwerking met journalisten, een publiek dat kennis neemt van hun bijdragen.” Dat inzicht helpt volgens Borger te verklaren waarom veel participatieve projecten de afgelopen jaren een kort leven beschoren waren: journalisten redeneren vaak vanuit de vraag wat publieksparticipatie hun kan opleveren en vergeten zich daarbij af te vragen wat participanten verwachten, en onder welke voorwaarden zij een bijdrage willen leveren.

Participanten verdedigen de conventionele verhoudingen, ze zien zichzelf niet als journalist

Wederkerigheid is dus essentieel om de kans van slagen van participatieve journalistiek te vergroten, maar tegelijkertijd is de vrees voor ‘u vraagt, wij draaien’ onterecht gebleken. De deelnemers van NOS Net en Dichtbij wilden graag iets bijdragen aan de berichtgeving, maar ook zij gingen, net als de betrokken journalisten, uit van een kwaliteitsstandaard waar ‘echte’ journalisten voor nodig waren. “Ook participanten verdedigen uiteindelijk de conventionele verhoudingen, ze zien zichzelf niet als journalist. Ze vinden wel dat ze waardevolle kennis toe te voegen hebben die de journalist niet heeft, en willen gehoord worden.”

Niet achterover leunen

Volgens Borger is dat een geruststelling voor journalisten. “Ideeën over journalistiek blijken behoorlijk robuust, bij journalisten èn publiek. Die ideeën veranderen niet zomaar door de komst van nieuwe technologie.” Dat betekent niet dat men in het vakgebied achterover kan leunen en zich niets van het publiek hoeft aan te trekken. Meer aandacht voor de behoeften, vraagstukken en kennis van het publiek is op zijn plaats. “Uiteindelijk doe je je werk voor het publiek, niet voor jezelf. Het is dus belangrijk dat journalisten zich niet alleen afvragen wat voor nuttig materiaal het publiek kan aanleveren, maar dat zij er ook over nadenken wat het publiek daarbij vervolgens verwacht van goede journalistiek”.

Over Dorien Vrieling

Dorien Vrieling is freelance journalist en eindredacteur.

Reageer

Geef een reactie

*