Politicoloog Léonie de Jonge: ‘Uiterst rechts interviewen heeft geen zin, er valt niets meer te ontmaskeren’
Nieuws | Medialandschap
De groei van uiterst rechts is een van de meest relevante onderwerpen van deze tijd. Maar hoe doe je daar verslag van op een integere manier, zonder dat je extremisten een megafoon geeft? Hoogleraar Léonie de Jonge van de Universiteit van Tübingen verdiept zich al tien jaar in de relatie tussen media en uiterst rechts. ‘Journalisten hebben een democratische verantwoordelijkheid.’
‘You’re hot and you’re cold. You’re “Yes” then you’re “No”. You’re in then you’re out. You’re up then you’re down.’ De songtekst van Katy Perry zou kunnen gaan over de relatie tussen media en uiterst rechts. Aan de ene kant beschimpen en beledigen politici van partijen als Forum voor Democratie en de PVV journalisten (‘rioolratten’, ‘tuig van de richel’), aan de andere kant schuiven ze graag aan in talkshows.
Journalisten op hun beurt zitten, vanwege de antidemocratische aard van uiterst rechtse politiek, vaak met de handen in het haar. Hoe moeten ze verslag doen van de groei van uiterst rechts? Is het een goed idee om politici van uiterst rechtse partijen ‘gewoon’ te interviewen, of geven ze op die manier een megafoon aan extremistische ideeën?
Aparte status
Uiterst rechts ís nu eenmaal anders dan andere politieke stromingen, aldus hoogleraar politicologie Léonie de Jonge. Ze verdiept zich al een decennium in de relatie tussen media en uiterst rechts. Sinds januari 2025 is ze hoogleraar rechtsextremisme-onderzoek aan het Institut für Rechtsextremismusforschung (IRex) van de Universiteit van Tübingen in Duitsland.
Waalse kranten behandelen uiterst rechts niet als ‘gewone’ partijen, ze krijgen nooit een vrije publieke tribune
Binnen haar onderzoeksveld is er een brede consensus over de aparte status van uiterst rechts. De meeste politicologen zijn het erover eens dat die stroming op gespannen voet staat met de normen en waarden van de liberale democratie. Wie de regels van de democratische politiek niet accepteert en een bedreiging vormt voor de menselijke waardigheid van burgers, moet door journalisten anders behandeld worden – ter bescherming van diezelfde democratie.
Voortekenen herkennen
Nog niet zo lang geleden werd er binnen de politicologie gesproken van ‘radicaalrechts’ en extreemrechts’. Tegenwoordig gaat het vaak over far right, of in het Nederlands ‘uiterst rechts’. De Jonge legt uit waarom. ‘Het heeft een normaliserende werking als we steeds een semantisch onderscheid maken tussen radicaalrechts en extreemrechts. Dan is de implicatie dat radicaalrechts wel oké is, want dat is niet extreem. En extreemrechts is dan echt heel erg.’ Ze voegt eraan toe: ‘En het allemaal onder één noemer te scharen betekent niet dat je zegt dat het allemaal één pot nat is. Het punt is juist dat je je oog traint om voortekenen van democratische erosie te herkennen en daar vroegtijdig al alert op te zijn.’

Volgens De Jonge zijn radicaalrechts en extreemrechts de laatste jaren meer in eenzelfde ecosysteem terechtgekomen. Er zijn netwerken van organisaties en ideeën: uiterst-rechtse politici komen elkaar tegen bij evenementen en wisselen ideeën uit. ‘Partijen onderhouden actieve banden met extreemrechtse knokploegen, intellectuele verenigingen, auteurs, noem maar op.’ Wetenschappers zien nu beter dat ‘radicaalrechtse’ partijen vaak twee kanten hebben. Er is een frontstage waar de partij relatief gematigd overkomt – bijvoorbeeld tijdens optredens bij talkshows – en een backstage, waar buiten het zicht van het grote publiek racistische ideeën worden geuit, bijvoorbeeld over deportaties van burgers met een migratieachtergrond. Door frontstage betrekkelijk redelijk over te komen, worden extremistische ideeën witgewassen en gelegitimeerd voor een breder publiek.
Handleiding aan de muur
Voor lessen over de omgang met uiterst rechts wijst De Jonge naar België. In Vlaanderen is uiterst-rechts groot, maar in Wallonië afwezig. Na de doorbraak van het Vlaams Blok in Vlaanderen werd in Wallonië een cordon sanitaire gelegd rondom politici die ‘vrijheidsberovende overtuigingen’ hebben. De Jonge: ‘Bij alle kranten hangt een handleiding aan de muur waarin staat hoe ze daarmee omgaan. Ze behandelen uiterst rechts niet als ‘gewone’ partijen. Die komen bijvoorbeeld niet in aanmerking voor lifestyleverhalen. Er wordt over hen gesproken, kritisch over hen bericht en ze worden soms ook aan het woord gelaten, maar het wordt altijd gecontextualiseerd en genuanceerd. Ze krijgen nooit een vrije publieke tribune.’
Veel journalisten zeggen tegen mij: wij bepalen de agenda toch niet? Maar dat doen ze wel degelijk
In Nederland besloten enkele media rond 2022 om Forum voor Democratie geen podium meer te geven vanwege racistische en antidemocratische uitspraken. De Jonge noemt Dagblad van het Noorden en NU.nl als inspirerende voorbeelden van media die besloten om FvD niet meer aan het woord te laten. ‘Het probleem is dat dit soort redactionele afspraken in Nederland vaak incidenteel worden genomen. Of misschien wel op een blaadje worden gezet, maar dan ergens in een lade belanden en weer vergeten worden.’ Met de wisseling van lijsttrekker bij Forum, met Lidewij de Vos als ‘nieuw’ gezicht, verdween de journalistieke zelfverdediging weer op de achtergrond, zegt De Jonge.
Legitimering van ideeën
Bestaat er een goede manier om als journalist met uiterst-rechtse politici te spreken? De Jonge heeft er een hard hoofd in. ‘Ik denk dat je er kritisch over kan schrijven zonder dat je iemand uitgebreid aan het woord laat. Want wat is daar nou de meerwaarde van? Vaak bestaat het idee van ontmaskeren. De journalist denkt: ik ga een fel en kritisch interview doen en dan ziet de lezer of kijker wel gewoon hoe erg het is. Maar wie of wat wil je inmiddels ontmaskeren? Die partijen doen er niet eens meer geheimzinnig over wat hun plannen zijn met deportaties.’
Een confronterende manier van interviewen kan juist bijdragen aan zichtbaarheid voor uiterst-rechtse politici, laat recent onderzoek zien. Journalisten dragen bij aan normalisering en legitimering van hun ideeën door ze een megafoon te bieden. ‘Herhalen, herhalen, herhalen’, is de strategie erachter, zegt De Jonge. Uiterst-rechtse actoren willen aandacht en gevestigde media zijn daarvoor essentieel.
Waakhonden van de democratie
Volgens De Jonge vraagt uiterst rechts om een contra-intuïtieve houding van journalisten. ‘Journalisten zeggen dan vaak: het is paternalistisch, slechte journalistiek, om uiterst rechts anders te behandelen. Je moet het aan de lezer overlaten om een oordeel te vormen.’ De Jonge zet er de ethiek van de beroepsgroep in Wallonië tegenover. Zij zien een andere rol van journalistiek en media in publiek debat. ‘Daar zeggen ze: wij zijn waakhonden van de democratie. We moeten durven blaffen, maar ook bijten. En dat is een hele andere kijk dan in Nederland, waar de nadruk ligt op alle geluiden laten horen.’
Van De Jonge mogen Nederlandse journalisten zich er meer van bewust zijn dat ze een sturende en legitimerende rol hebben in het publieke debat. Ze kiezen ervoor om veel te berichten over onderwerpen waar uiterst rechts graag over praat: migratie, criminaliteit. Daarmee legitimeren ze die onderwerpen: ze suggereren dat de problemen inderdaad zo groot zijn als uiterst rechts stelt. ‘Er zijn heel veel journalisten die tegen mij zeggen: “Ja Léonie, dat maakt toch niet uit, wij bepalen de agenda toch niet?” Dan vertel ik hen dat ze die functie wel hebben en daarmee ook een verantwoordelijkheid.’ Vingerwijzen naar sociale media is ook onterecht, zegt De Jonge: X (voorheen Twitter) en Facebook hebben niet de legitimerende functie die gevestigde media nog steeds hebben.
Stuk rood vlees
Wat uiterst-rechtse politici volgens De Jonge ook in de kaart speelt, is het rusteloze 24-uurskarakter van het nieuws. De politici weten dat ze een garantie zijn voor ophef en maken daar gebruik van. De Jonge hoopt dat individuele journalisten in het vervolg meer discipline zullen opbrengen wanneer er weer een stuk rood vlees in de arena wordt gegooid, maar volgens haar is het nog veel belangrijker dat hoofdredacteuren koers houden bij het uitzetten van en vasthouden aan richtlijnen.
Ook zou het goed zijn als journalisten en hoofdredacties zich wat meer verdiepen in wetenschappelijk onderzoek over uiterst rechts. Daarvan is er in ons land meer dan genoeg, zegt De Jonge: ‘Nederland is een van de landen waar het meeste onderzoek naar dit soort thema’s gedaan wordt.’ Politicologen en communicatiewetenschappers als Sarah de Lange (Universiteit Leiden), Linda Bos (Universiteit van Amsterdam) en Alyt Damstra (Universiteit van Amsterdam) hebben decennia onderzoekservaring en hebben internationaal vergelijkend empirisch materiaal met do’s en don’ts voor de media. Het wiel hoeft niet opnieuw te worden uitgevonden, veel staat al in papers en rapporten. En ouderwets bellen en op de koffie kan ook altijd. De Jonge: ‘Ik wil er echt voor pleiten dat die wetenschappelijke kennis gebruikt wordt.’
