RTV NH en Omroep Flevoland: ‘Onze aanpak moet bekender worden bij regionale omroepen’

Hoe vernieuwend zijn Nederlandse omroepen? RTV-NH en Omroep Flevoland dwongen betere journalistiek af door de werkwijze verregaand te veranderen. “Als je beperkte middelen hebt, moet je crossmediaal werken.”

Een jaar of vijf geleden werkten de verslaggevers van RTV NH (onlangs omgedoopt tot ‘NH’) volgens vaste roosters en voor gescheiden kanalen. Rond die tijd zette een omslag in, vertelt chef nieuws Jacky de Vries. “Inmiddels werken verslaggevers crossmediaal. Ze maken tegelijkertijd items voor radio en televisie, voor de website en onze sociale media. En doordat de vaste diensten zijn afgeschaft, leveren ze gewoon zodra ze iets hebben.”

Bovendien coveren de verslaggevers elk een eigen stukje van de provincie. Meer in de haarvaten zitten, is het idee. Deze onderverdeling gaat gepaard met een samenwerking met 35 lokale nieuwsmedia, het NH Nieuwsnetwerk.

Je moet als samenwerkingspartners het lef hebben om je content aan elkaar weg te geven

Deze lokale partners zijn vooral kleine omroepen en websites: eenmansinitiatieven op de grens met burgerjournalistiek. De Vries: “De samenwerking gaat geweldig. Wij hebben als grote regionale omroep de middelen die zij niet hebben, en zij hebben de lokale kennis die bij ons weer ontbreekt. Daardoor kunnen we samen betere journalistiek maken.”

Behalve gezamenlijke producties, is er ook sprake van een vrije uitwisseling van content. Een bewuste keuze, vertelt De Vries. “Je moet als samenwerkingspartners het lef hebben om je content aan elkaar weg te geven. We willen ons als regionale omroep niet langer blijven terugtrekken in onze eigen bunker.”

Volgens De Vries kan het NH Nieuwsnetwerk een blauwdruk zijn voor andere regionale omroepen. “Onze aanpak moet veel bekender worden. De samenleving vraagt om betere regionale en lokale journalistiek dan er nu is. Dit soort open samenwerkingen maken journalistiek inhoudelijker en relevanter.”

Bijenkorfmodel

omroep flevolandBij Omroep Flevoland weerklinkt de filosofie van de collega’s in Noord-Holland. Ook in de polder wordt samengewerkt met lokale media. Blijven inzetten op lokalisering kan ook de omroep zelf ingrijpend gaan veranderen, denkt hoofdredacteur Allard Berends. “Omroep Flevoland kan zich ontwikkelen tot een netwerk van lokale cellen met daarboven een kleine centrale redactie in Lelystad. Een soort bijenkorfmodel, web based, waarin elke verslaggever op een vaste plek werkt en samenwerkt met media en andere organisaties daar.”

 

Zulke transities kunnen helpen de regionale journalistiek op peil te houden. Berends: “Er is in deze provincie niet eens een papieren krant meer. De journalistiek die er nog is kan door samen te werken efficiënter worden. Een auto tegen een boom is geen ‘identiteitsgevoelig’ nieuws, daar hoeven geen twee verslaggevers van verschillende media heen.”

Foto: Allard Berends, hoofdredacteur Omroep Flevoland – © Robert Poutsma

Onderzoeksjournalistiek

Net als bij RTV NH, werkten de deelredacties radio, televisie, teletekst en internet van Omroep Flevoland lang gescheiden. Berends: “Dingen werden vaak dubbel gedaan. Bijna tien jaar geleden al kwamen we tot de conclusie dat dit niet zo handig is als je een beperkt budget hebt. We hebben toen alle redacties samengevoegd tot één vloer. Iedereen kreeg dezelfde taak: content produceren. Verslaggevers maken nu één bak materiaal, en daaruit wordt voor elk kanaal iets gehaald.”

Concreet betekent dat bijvoorbeeld dat audiofragmenten niet los worden opgenomen, maar uit de video-opnames worden gehaald. Hoewel deze crossmediale manier van werken in eerste instantie een bespaarmethode was, komt het ook de slagkracht van Omroep Flevoland ten goede.

Verslaggevers maken nu één bak materiaal, en daaruit wordt voor elk kanaal iets gehaald

Verslaggevers hebben voordat ze op televisie komen vaak al iets voor de website, Instagram en Twitter gemaakt, zegt Berends. “De techniek maakt het mogelijk om dit steeds sneller te doen. Op de camera’s zit een apparaatje dat de opnames in lage resolutie automatisch naar de redactie stuurt. Die kunnen meteen op de website. Vroeger had je voor zoiets een satellietwagen nodig.”

Wat nog beter moet, is het ‘channel management’, zegt Berends. “Vroeger was ons adagium: één keer iets produceren, en het vervolgens overal publiceren. Nu proberen we langzamerhand om voor elk kanaal iets anders te maken.”

Digitale dominantie

Omdat er tijd wordt vrijgespeeld, kunnen de ongeveer veertig journalisten van Omroep Flevoland steeds meer aan onderzoek doen. Berends: “Zo hebben we de redactie getraind in het onderzoeken van jaarrekeningen, onder meer voor het onderzoeken van geldstromen van de landelijke overheid naar de provincie.”

De digitale tak van Omroep Flevoland wordt langzaam dominant, vertelt Berends. “Het klinkt wat oneerbiedig, maar radio en tv worden een bijproduct. Ons digitale bereik heeft die kanalen ingehaald. Vooral dankzij onze app en sociale media. YouTube blijft qua bereik achter: dat is echt nog onontgonnen gebied, net als Snapchat. Maar we kunnen het ons ook niet permitteren om overal vanaf het begin vol op in te zetten.”

Over Menno van den Bos

Menno van den Bos is freelance journalist en schrijft over media en maatschappij. Hij werkt voor Vrij Nederland, VICE en SVDJ.nl.

Reageer

Geef een reactie

*