Sjoerd Mossou: ‘Je moet met verbazing naar de voetbalwereld blijven kijken’

Sjoerd Mossou door Jacqueline de Haas
Nederland, Rotterdam, 25 september 2015 Sjoerd Mossou

Sjoerd Mossou is een vedette in de voetbaljournalistiek. In een café nabij Rotterdam Centraal vertelt de columnist uitgebreid over zijn groei als journalist en zijn fascinatie voor de voetbalwereld.

Mossou is al van buiten het Douwe Egberts Café te zien. De Bredanaar zit in een hangstoel, met uitzicht op de zilveren boeg van Rotterdam Centraal. ,,Ik werk graag in drukke cafés”, zegt hij. ,,Overal geroezemoes en niemand die tegen me praat, alleen af en toe de vraag of ik wat wil drinken. Dan schrijf ik het meeste.”

Ik weet heus wel dat ik niet over wereldproblematiek schrijf

Het is maandagochtend. In een gebouw om de hoek vindt zo direct de vergadering van de voetbalredactie van het Algemeen Dagblad plaats. Mossou schrijft al jaren spraakmakende columns voor de krant en werd daarvoor in 2011 onderscheiden met de Hard Gras Prijs. Ook verwierf hij bekendheid met het boek ‘Avondje NAC’ , verschillende columnbundels en zijn optredens als analist bij NOS Studio Voetbal. De sport boeit hem nog altijd. ,,Aan de ene kant is voetbal natuurlijk superonbelangrijk. Ik weet heus wel dat ik niet over wereldproblematiek schrijf. Tegelijkertijd is het ook weer wél belangrijk, in de zin dat het altijd het gesprek van de dag is. Het is olie in de motor van het sociale leven.”

Spanningsveld

,,Daarnaast is het een publiciteitswereld. Alles wat je over voetbal schrijft, heeft een zekere impact. Op lezers, maar ook op de voetbalwereld zelf. En omdat je dicht op de mensen staat over wie je schrijft, is er sprake van een heel interessant spanningsveld.” Mossou neemt een teug van zijn koffie. ,,En dan heb je ook nog het grote grijze gebied. Het gebied van informatie áchter het verweven voetbalwereldje waarin clubs, spelers, trainers en media hun verplichte nummertje afdraaien. Daar zit veel in. Nieuwtjes, onderwerpen voor columns. Op het begin heb je nog helemaal geen idee van dat grijze gebied, maar daar kom je gaandeweg achter. Het is wat voetbaljournalistiek zo interessant maakt.”

Voor Mossou begon het allemaal toen hij als student journalistiek stage ging lopen bij Voetbal International. ,,Ik geloof erin dat je – en dat is misschien een beetje ouwelullenpraat – eerst een soort basis moet opbouwen. Dat je in de eerste pakweg tien jaar leert hoe de voetbalwereld in elkaar steekt en waar je zelf het beste in bent.”

Het is volgens Mossou ook meteen de meest onzekere periode. ,,Alles is nieuw. Je hebt geen idee, écht geen idee. Dus doe je maar wat. Maar je moet het allemaal meemaken, zoals je eerste aanvaring met een trainer of speler. Dat had ik bij Ajax met Henk ten Cate en bij Feyenoord met Gertjan Verbeek. Je moet niet wakker van liggen van zoiets, want er is altijd een soort tegenstrijdig belang bij wat we doen, maar op het moment zelf denk je: waar ben ik nou in beland?”

Kijken naar voorbeelden

Als student nam Mossou columnisten als Hugo Borst, Bert Wagendorp en Jan Mulder ‘een beetje als leidraad’. ,,Hun stukjes over voetbal waren altijd verrassend. De ene keer irritant, de andere keer grappig en vaak werd de lezer op een ander spoor gezet. Dat vind ik ook de kunst van een goede column: dat je iets anders probeert te laten zien dan wat aan de oppervlakte ligt. Het lukt niet altijd, maar het is wel mijn uitgangspunt.” Mossou is ervan overtuigd dat je als beginnend journalist goed moet kijken naar je voorbeelden. “Je moet ze vooral niet gaan imiteren, maar wel heel bewust lezen. Wat vind je er nou eigenlijk goed aan? Hoe is het opgebouwd? Hoe speelt de schrijver met taal?”

Ik hoef geen vrienden te maken in het voetbal

Mossou houdt van zijn onafhankelijke rol als columnist. ,,Als journalist en verslaggever sta je zo dicht mogelijk op de materie. Als columnist probeer ik juist precies aan de zijlijn te gaan staan. Dat je niet in het veld loopt – ik hoef geen vrienden te maken in het voetbal en heb er ook geen – maar ook niet op de tribune zit te roepen dat het allemaal klote is.” Mossou haalt Mido aan als voorbeeld. De spits werd in 2010 door toenmalig hoofdtrainer Martin Jol teruggehaald naar Ajax.

,,Wie van een afstandje keek wist dat Mido een bizarre aankoop was, want hij was twintig kilo te zwaar. Maar als je te dicht op de materie zit, zie je de dingen soms niet meer helemaal scherp. Jol legde iedere week uit waarom Mido een hele logische aankoop was en als verslaggever loop je dan het risico dat je dat op een gegeven moment gaat begrijpen. Dat is het moeilijke van voetbaljournalistiek.”

Lijdensweg

Het schrijven zelf gaat bij Mossou op routine en gevoel. Het vinden van een onderwerp voor zijn column blijft soms een lijdensweg. ,,En andere keren is het in een uurtje gepiept. Vroeger voelde ik een grote druk, maar inmiddels weet ik dat het uiteindelijk toch wel goed komt.” Toch moet ieder stuk beter zijn dan het vorige. ,,Ik kan me ergeren aan mensen die genoegen nemen met een zesenhalf. Een collega zei eens tegen me: ambitie is ook een kwaliteit. Eigenlijk is ambitie perfectionisme. Je moet zorgen dat je nooit op de automatische piloot gaat werken.”

Mossou is even stil, dan besluit hij: “Je moet proberen ergens onderscheidend in te zijn. Om uit die enorme bak van informatie iets te halen wat iets toevoegt. Daarbij is het belangrijk dat je met een beetje verbazing naar het voetbalwereldje blijft kijken. Je moet wel liefhebber zijn én blijven. Niet schuw worden, maar ook geen naïeve romanticus zijn.”

Foto door Jacqueline de Haas 

Jonge hond ontmoet oude rot

Wat kan een beginnend journalist anno 2017 leren van een oude rot in het vak? De komende weken interviewen jonge verslaggevers hun journalistieke voorbeeld.

In deel 2 ontmoet freelance journalist Thomas Dal (Eindhovens Dagblad, In de Bundesliga) columnist Sjoerd Mossou (AD Sportwereld).


Thomas Dal

Ook in deze serie

Laurie Treffers ontmoet oorlogsverslaggever Minka Nijhuis: ‘Buitenlandjournalisten moeten meer voor hun vak opkomen.’

Deel dit artikel:

Reageer

  • Hans Roodenburg

    Ik zie hem als een volleerd voetbaljournalist. Zoals wijlen Dick van den Polder ooit was. Ik zie Mossou vaak in NOS Studio Voetbal. Hij is daarin een van de betere analisten. Samen met Pierre van Hooydonk. Hij is ook ‘kritisch aanhanger’ van NAC. Ik heb nog vier jaar gewoond in Breda. Dat is de enige overeenkomst met hem. Voor Dick van den Polder had ik vroeger veel bewondering vanwege zijn kennis van het voetbal.