Denk niet dat je kunt googelen (en nog 7 tips voor snel journalistiek onderzoek)

journalistiek onderzoek

Gordijnen dicht, telefoon op stil, wekenlang verdiept in één onderwerp – om vervolgens met een fantastische onthulling te komen. Dat romantische beeld van onderzoeksjournalistiek bestaat niet voor niets: voor goed onderzoek is vaak een hoop tijd en toewijding nodig. Maar dat wil niet zeggen dat je in een dag of wat geen journalistiek onderzoek kunt doen.

Je moet alleen wel een paar vaardigheden onder de knie hebben. Volgens Annelies Botjes en Peter Keizer van de Researchdesk, de gezamenlijke onderzoeksdienst van BNNVARA, Human, NTR en VPRO, valt daar voor veel journalisten nog wat te winnen. Botjes en Keizer doen onderzoek in opdracht van programma’s als Argos, Kassa en Zembla. Vaak storten ze zich op moeilijk te vinden personen, maar ze diepen ook onderwerpen uit of researchen een Zomergast.

‘Redacties zouden veel meer kunnen investeren in online onderzoekstechnieken,’ zegt Keizer. ‘Journalisten zien Bellingcat, met zijn onthullingen over MH17, allemaal als voorbeeld, maar ondertussen worden we wel door hen geklopt. Met de juiste vaardigheden valt er nog veel meer informatie van internet te halen dan nu gebeurt.’ Botjes: ‘Vaak zien journalisten de mogelijkheden van online niet. Of ze denken dat ze al heel aardig kunnen zoeken.’

1. Denk niet dat je kunt googelen

Dat is meteen de eerste tip van Botjes en Keizer: overschat je eigen onderzoeks-skills niet. Botjes: ‘Veel mensen weten wel dat er mensen zijn die het beter kunnen, maar daarbij denken ze aan “ietsjes meer”. Terwijl een echt goede researcher twintig keer meer kan.’ Dat is overigens niet demotiverend bedoeld – eerder als aanmoediging om bij te leren, bijvoorbeeld door middel van een cursus (De Researchdesk biedt er zelf een aan).

Een paar basale trucs: gebruik altijd Google om binnen websites te zoeken, want de zoekfunctie op een site zelf is zelden toereikend. (Typ achter je zoekopdracht ‘site:svdj.nl’). Zoek, op welke site dan ook, altijd naar de advanced search-functie, want die biedt je meer mogelijkheden om gericht te zoeken. En wees je bewust van wát je zoekt en waar het zou kunnen staan. ‘Niet gewoon de naam van de persoon of het onderwerp intikken en klaar.’

2. Verdiep je in de achtergrond

Voor je begint aan een onderzoek, hoe groot of klein ook, moet je weten wat er op dat gebied al gedaan is. Het heeft immers weinig zin om het wiel opnieuw uit te vinden. Keizer: ‘Nexis biedt het meest uitgebreide overzicht van eerder gepubliceerde artikelen.’ Ook handig: Delpher, voor archieven van langer geleden.

3. Bepaal je startpunt

Wat weet je al over je onderwerp? Hoe minder informatie je hebt, hoe makkelijker het is om een startpunt te kiezen, zegt Botjes. ‘Als je al heel veel weet, zijn er te veel wegen die je in kunt slaan.’ Ben je op zoek naar een persoon (of is een persoon je ‘haakje’), dan kom je met beperkte informatie vaak een heel eind bij het Kadaster of de Kamer van Koophandel. Keizer: ‘Bij het Kadaster hoef je maar een paar dingen in te vullen, zoals een geboortedatum en naam, en de site denkt goed met je mee. Met een beetje geluk kun je er een hypotheekakte uit halen, dan zie je meteen met wie hij of zij getrouwd is.’

4. Kijk op Skype

Mensen worden zich steeds meer bewust van het gebrek aan privacy op sociale media. Dus gaan ze van Facebook en Instagram, maar er is een sociaal medium dat ze volgens de researchers vaak vergeten: Skype. ‘Logisch, want dat staat nooit tussen je Google-resultaten,’ zegt Botjes. Via Skype kun je iemands woonplaats, foto en soms een andere gebruikersnaam vinden – puzzelstukjes die je weer verder kunnen brengen.

5. Zoek op foto’s (met hulp van de Russen)

De mogelijkheden om mensen van foto’s te herkennen worden steeds beter. Yandex, het Russische Google, is er volgens Keizer erg goed in – veel beter dan Google’s reverse image search. ‘Laatst kregen we van Kassa een piepkleine afbeelding van een bergbeklimmer met een helmpje op, gebruikt als profielfoto door een oplichter. We wisten dat de oplichter niet de man op de foto was, maar wilden weten wie dat dan wél was. Ook al was er amper iets van zijn gezicht herkenbaar, Yandex herkende het van een andere profielfoto en dat bleek te kloppen.’

6. Zoek naar familie en vrienden

Als iemand online moeilijk vindbaar is, heeft hij of zij vaak bewust zijn sporen uitgewist. Maar dat geldt vaak in veel mindere mate voor diens partner, familie en vrienden. Keizer: ‘De vrouw ván heeft soms allerlei gezellige vakantiekiekjes op haar Facebookpagina staan.’

Botjes zocht eens een vrouwelijke jihadstrijder op basis van alleen een naam en een geboorteplaats. Ze gokte dat zijzelf of haar familie nog in haar geboorteplaats woonde. ‘Veel mensen vullen niet hun woonplaats in op Facebook, maar ze liken vaak wel dingen uit die plaats. Ik vond iemand met haar achternaam die de sportschool in haar geboorteplaats had geliket. Dat bleek haar zusje te zijn, en via haar account op Skype vonden we de vrouw die we zochten –  ze had een IS-vlag als profielfoto. Cirkeltje rond.’

7. Gebruik Facebooktrucs

Sommige sites hebben handige functies die je op het eerste oog niet ziet. Neem Facebook Graph, een zoekfunctie waarvan Facebook de ‘knop’ weer heeft verwijderd, ‘omdat-ie te goed was’, volgens Keizer. Maar de functie zelf, waarmee je mensen, groepen én comments kunt doorzoeken, bestaat nog steeds. Je kunt ‘m het makkelijkst gebruiken via browser Chrome, met de plugin Intelligence Search.

Een andere Facebooktruc: mailadressen van gebruikers zoeken. Ga in incognito modus naar Facebook.com, klik op ‘wachtwoord vergeten’ en tik de gebruikersnaam in van de persoon wiens mailadres je wilt hebben. Facebook doet dan een suggestie als ‘a********@g****.com’, die vaak neerkomt op ‘naam@gmail.com’. Via LinkedIn is het ook niet moeilijk om mailadressen te vinden, zeker niet als je de Chrome-add-ons Contact Out en Snov.io gebruikt.

8. Blijf aan de goede kant van de wet

Het internet biedt ontzettend veel mogelijkheden om informatie te vinden die personen en instanties eigenlijk niet met je willen delen. Sommige trucjes zijn sneaky. ‘Het is soms op het randje, het werk dat we doen,’ zegt Keizer. ‘Maar zo lang het journalistieke belang groot genoeg is, voeren we het uit. En op dat criterium zijn we heel streng. Daarnaast gaan we heel zorgvuldig om met de gegevens die we vinden.’ Daar komt bij dat de gezochte informatie bijna altijd in legale bronnen te vinden is. Bovendien, zegt Botjes: ‘Het moet ook wel een eerlijke wedstrijd blijven.’

Foto door John Schnobrich via Unsplash

Over Dorien Vrieling

Dorien Vrieling is freelance journalist en eindredacteur.