De vliegende kiep: in de regeling Onderzoeksjournalistiek kan meer dan je denkt

onderzoeksjournalistiek

Nog een week en dan sluit de periode waarin bij het Stimuleringsfonds aanvragen kunnen worden ingediend voor subsidie voor onderzoeksjournalistiek. We hebben inmiddels vele tientallen gesprekken gevoerd met potentiële aanvragers en zijn weer wat wijzer geworden over de vragen die leven rond dit onderwerp.

Om te beginnen hebben we weer moeten vaststellen dat een regeling als deze – hoe zorgvuldig ook omschreven –  snel wordt gezien als oplossing voor alle problemen in de sector. Kon dat maar. Wat de regeling wél gaat doen is ervoor zorgen dat er overal in het land nieuwe, of versterkte, onderzoeksredacties komen. Dat is al heel wat.
In die gesprekken stuitten we natuurlijk weer op een heleboel vragen die op het randje balanceren van wat er in die regeling is bedoeld. Maar het waren vaak wél zinnige vragen, die ons er opnieuw van bewust hebben gemaakt dat we de regeling ruim moeten interpreteren om zoveel mogelijk mensen de kans te geven om mee te doen.

Redacties vormen of uitbreiden

Onze regeling is erop gericht om de structuur van onderzoeksjournalistiek te versterken.  Maar wat is dat dan precies? Volgens de regeling is dat het vormen (of uitbreiden) van redacties die zich volledig gaan richten op het doen van onderzoek; in het land, in de stad, in de regio, in het dorp.
Maar er zijn – vooral in ‘ de regio’-  redacties die van vrijwilligerswerk aan elkaar hangen en niettemin waardevol journalistiek werk doen. Die hebben misschien meer behoefte aan iemand die hen helpt een goede site te bouwen of iemand die iets weet over wob-procedures.

Aanvraag voor 1 fte, niet 1 medewerker

Vandaar, op deze plek nog eens benadrukt: aanvragen waarin niet mensen, maar rollen zijn opgenomen maken evenzeer kans. We noemen dat hier al ‘de vliegende kiep’. Dus een aanvraag voor ‘een fte’ gedurende de projectperiode (een jaar) waarin wordt voorzien in drie maanden iemand voor de website, twee maanden iemand met verstand van datajournalistiek, etcetera, maakt evengoed kans op subsidie. En als het achteraf toch niet helemaal uitkwam, dan is dat ook geen ramp: wij vergoeden alleen de werkelijk gemaakte kosten (en willen dus bij de afsluiting van het project graag de gesloten arbeidsovereenkomsten zien).
En wat die vergoeding betreft: we kregen ook betrekkelijk vaak de opmerking dat een vergoeding van 3.300 euro per maand voor een journalist (of 1.650 euro als deze iemand vervangt) aan de magere kant is. Welnu: dat is niet aan ons.  Wij bepalen niet iemands salaris, wij vergoeden slechts tot aan een maximum bedrag voor iemand die 36 uur per week werkt. Als het salaris hoger wordt bepaald, moet de rest door de opdrachtgever worden bijgepast.

Geruststelling

We zullen het nooit in ieders ogen helemaal goed doen, maar we proberen wel te luisteren. Vandaar – op de valreep – de wellicht geruststellende opmerking dat bij de beoordeling van de aanvragen zeker ook de geest van de regeling een rol zal spelen.  We willen een regeling die hout snijdt, die duidelijk is en die door ons te controleren is, maar binnen die bedding moet er veel kunnen.
Er volgen nog meer blogs: blijf ze volgen!
Meer weten over de regeling Onderzoeksjournalistiek, een subsidieaanvraag doen? Alle informatie vind je hier

Over René Van Zanten

René van Zanten is directeur van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.