Waarom The New York Times de afgelopen maanden extra groot uitpakte met visualisaties

Lezers hebben in crisistijd veel behoefte aan nieuws, en in dat nieuws spelen cijfers vaak een cruciale rol. Volgens Archie Tse, graphics director van The New York Times, zijn goede datavisualisaties daarom zo belangrijk: ze helpen het publiek om het coronavirus te begrijpen. De krant breekt met gewoontes en vormgevingsregels om te benadrukken hoe belangrijk deze informatie is. En ze maakte zelfs haar data over het virus openbaar. ‘In het belang van onze lezers.’

The New York Times staat al decennia bekend vanwege haar datavisualisaties en indrukwekkende visuele, interactieve verhalen. Zo won de interactieve longread Snow Fall: The Avalanche at Tunnel Creek meerdere prijzen -waaronder een Pulitzer Prize – en wordt het grafische werk van de krant wereldwijd geroemd vanwege de diepgang en creativiteit ervan. Dat het Graphics Department van The New York Times een belangrijke rol speelt in de verslaggeving over het coronavirus lijkt dan ook logisch. ‘Juist bij dit soort ontwikkelingen en gebeurtenissen hebben lezers behoefte aan begrijpelijke informatie’, zegt het hoofd van de grafische afdeling, Archie Tse. ‘Heldere, krachtige visualisaties spelen daarin een cruciale rol.’

Elke dag cijfers checken

De lezers van The New York Times lijken het met Tse eens te zijn, getuige de bezoekersstatistieken van de website. Volgens Tse is de pagina met visualisaties die de meest recente coronacijfers weergeven een van de best gelezen pagina’s uit de digitale geschiedenis van de krant. ‘Lezers vertellen ons dat ze de pagina minimaal één keer per dag bekijken.’ Maar deze specifieke pagina is niet de enige die veel bezoekers trekt. Lezers zijn volgens Tse bijvoorbeeld ook geïnteresseerd in de internationale situatie, de ‘flatten the curve-aanpak en de ontwikkeling van een vaccin. ‘Ook op die pagina’s zijn grafische elementen leidend. Ze helpen lezers beter te begrijpen wat er precies aan de hand is.’

New York Times
De nationale “tracking page” van The New York Times op 23 juli 2020. Beeld: The New York Times

Het interpreteren van visualisaties van The New York Times is echter niet altijd even eenvoudig. In het verleden zei Tse dat het geen probleem is dat mensen soms wat moeite moeten doen om een visualisatie te begrijpen; het lezen van een alinea tekst kost immers ook tijd. ‘Maar ik denk nu dat dat vooral geldt voor onderwerpen die wat minder zwaar en impactvol zijn’, nuanceert Tse zijn eerdere uitspraken. Volgens hem moeten mensen de belangrijkste boodschap van een “coronavisualisatie” bij het nieuws direct kunnen begrijpen. ‘Speelsheid past niet bij urgent nieuws over Covid-19’.’ Achtergrondverhalen, ook als ze over het coronavirus gaan, mogen wat hem betreft wel complexere visualisaties bevatten. ‘Soms voelt het interpreteren en begrijpen van een visualisatie als een soort openbaring,’ zegt hij. ‘Om dat gevoel te krijgen, moet je logischerwijs wat meer werk doen.’

Gebrekkige data

Ondanks de decennialange ervaring van The New York Times blijkt het verzamelen en visualiseren van coronacijfers een uitdaging. Dat heeft onder andere te maken met de manier waarop instituties in de Verenigde Staten georganiseerd zijn. Niet alle regio’s en staten registreren coronabesmettingen en overlijdens op dezelfde manier. Daarbovenop verloopt de verwerking van regionale coronacijfers soms traag. ‘We moeten de data vaak zelf opvragen bij de provincies’, zegt Tse. ‘Soms zijn ze van lage kwaliteit en onsamenhangend.’

Als journalist moet je lezers precies uitleggen welke processen er schuilgaan achter de data

Ook registreren sommige instellingen mensen als coronapatiënt zodra ze vermoeden dat de patiënt besmet is. Andere instellingen tellen mensen pas bij de statistieken op als ze positief getest zijn. ‘Of de opgegeven locatie verwijst naar de locatie van het ziekenhuis, in plaats van naar de locatie waar de persoon woont. We voeren een constante strijd om aan betrouwbare data te komen.’ De problemen die Tse omschrijft, spelen niet alleen in de VS. Wereldwijd lopen datawetenschappers en professionals uit de gezondheidszorg tegen vergelijkbare informatieproblemen aan. Ook in Nederland werd er meerdere malen opgemerkt dat de coronacijfers geen exacte weergave van het aantal zieken en overledenen zijn, en dat de registratie van patiënten misschien aan nauwkeurigheid te wensen overlaat.

De ambitie van The New York Times om zowel haar nationale als internationale Covid-19 ‘tracking pages’ up-to-date te houden, levert de krant dan ook een hoop extra werk op. Zeventig medewerkers zijn betrokken bij het verzamelen, controleren, duiden en publiceren van de coronacijfers. Ondanks al die inzet kan de krant volgens Tse nooit helemaal voorkomen dat er fouten in de data zitten, of dat de data achterlopen. Soms geven instellingen en overheden een paar dagen geen data door, om vervolgens al hun cijfers in een keer te rapporteren. Dat leidt tot pieken die vergelijkbaar zijn met de pieken die in Nederland geregistreerd worden, omdat ziekenhuizen hun cijfers pas na het weekend inzenden. ‘Daarom moet je als journalist precies uitleggen welke processen er schuilgaan achter de data en afwijkingen toelichten’, zegt Tse. ‘Anders wordt het verwarrend voor lezers en gaan ze zelf conclusies trekken.’

Groot op de voorpagina

De krant heeft de afgelopen maanden beduidend meer visualisaties op de voorpagina gepubliceerd dan ze normaal gesproken doet. Een serie grafieken die op 8 april verscheen, viel in het bijzonder op. De serie toont hoe de coronasterfte in de Verenigde Staten binnen enkele weken fors toenam. Volgens Tse is het plaatsen van zulke grafieken op ‘A1’ een opvallende keuze. ‘Door dit soort grafieken op de voorpagina te zetten [zie afbeelding boven, IB] laten we zien hoe belangrijk dit onderwerp en die coronadoden voor ons zijn. En dat helpt onze lezers te begrijpen hoe ze de berichtgeving over dit onderwerp moeten interpreteren; als iets ontzettend belangrijks.’

Dat de dodenintallen in New York dwars door ‘de vlag’ lopen, kun je zien als een uitroepteken

Volgens Tse moeten vorm en inhoud van de grafieken elkaar versterken. ‘Een van onze graphics editors, Laz Gamio, was al een tijdje bezig met een specifieke kaartvorm. Met deze kaartvorm als basis probeerden we eerst iets met cirkels en kleuren te doen, maar het gebruik van een ‘fysieke vorm’ hielp ons het onderwerp te kwantificeren’, legt Tse uit. ‘Doden kun je tellen; het gebruik van bergen om die doden te laten zien, benadrukt de ernst en de lokale impact van de situatie, en werkt daarom beter.’ Bovendien vond de grafische afdeling het belangrijk dat deze serie kaarten zich zou onderscheiden van andere datavisualisaties. ‘We gebruiken vaak kaarten met cirkels om verkiezingsuitslagen te laten zien’, noemt Tse als voorbeeld. ‘Door bij corona een heel andere vorm te kiezen, benadrukken we dat er iets gaande is dat afwijkt van andere nieuwsgebeurtenissen.’

De voornaamste reden dat lezers en andere media onder de indruk waren van de publicatie, was echter niet de gekozen vorm. Het was de keuze van Design Director Tom Bodkin om de grafieken deels over het logo van The New York Times te plaatsen. ‘Dat de dodenaantallen in New York dwars door ‘de vlag’ lopen, kun je zien als een uitroepteken’, zegt Tse. ‘We bevinden ons in ongekende tijden, en we willen graag dat de manier waarop de krant eruitziet past bij het belang van dat nieuws. Tom Bodkin heeft veel ervaring met het communiceren van belangrijke boodschappen, en dat heeft hij hier op een heel effectieve manier gedaan.’

Data  delen

The New York Times nam nog een andere uitzonderlijke beslissing; de krant publiceerde haar dataset over Covid-19 op online platform GitHub. ‘Dat doen we normaal gesproken niet’, zegt Tse. ‘Het is arbeidsintensief om een ruwe dataset te ordenen en netjes online te zetten. Daar heb je als journalist eigenlijk geen tijd voor als je richting een deadline werkt.’ Toch was het nu noodzakelijk, volgens Tse. Wetenschappers, overheidsmedewerkers en professionals uit de gezondheidszorg hadden de data nodig om de pandemie te bestrijden, en konden moeilijk aan nauwkeurige data komen via overheidsinstellingen. ‘Het was in het belang van onze lezers om dit te doen’, zegt Tse. Het beschikbaar stellen van datasets is wat hem betreft in normale omstandigheden geen journalistieke taak. ‘Maar deze omstandigheden zijn niet normaal, het maatschappelijke belang was te groot.’

Afbeelding bovenaan: de voorpagina van de printversie van The New York Times op 8 april 2020.

Over Inge Beekmans

Inge Beekmans geeft les over online journalistiek en innovatie aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Naast haar baan als docent werkt ze als freelance journalist, tekstschrijver, vormgever en bouwt ze websites | Twitter: @ingebeekmans