De freelancewet gaat veranderen: wat dat voor zelfstandig journalisten kan betekenen

freelancers

De Wet DBA, waarin is vastgelegd welke rechten en plichten freelancers en hun opdrachtgevers hebben, zou in 2019 aangepast worden. Tot de Europese Unie een stokje voor de plannen van minister Koolmees stak. Wat kunnen freelance journalisten nu van de nieuwe wet verwachten?

Sinds de afschaffing van de Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) in 2016, waren het verwarrende tijden voor freelancers. De wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) die de VAR verving, maakte het er niet eenvoudiger op om zelfstandige te zijn. Freelancers moesten modelovereenkomsten tekenen: verplichte, op papier vastgelegde afspraken tussen de zelfstandige en iedere afzonderlijke opdrachtgever.

De bedoeling was dat die overeenkomsten het voor de Belastingdienst eenvoudiger zouden maken om arbeidsrelaties te controleren, en zo schijnzelfstandigheid te bestrijden. Maar het pakte anders uit. Pierre Spaninks, zzp-expert: ‘Door de afschaffing van de VAR en de komst van de nieuwe regeling moesten opdrachtgevers en -nemers zich gaan afvragen wanneer een arbeidsrelatie loondienst moest zijn of zelfstandigheid mocht zijn.’

Wet DBA: al na een half jaar opgeschort

Veel opdrachtgevers die met modelovereenkomsten gingen werken, kregen geen goedkeuring van de belastingdienst voor de overeenkomsten. Dat was bijvoorbeeld omdat een zelfstandige zijn eigen werktijden en werkwijze niet mocht bepalen – een voorwaarde die de Belastingdienst stelt aan zelfstandig werk. In november 2016 werd de Wet DBA al een half jaar na de inwerkingtreding opgeschort vanwege de voornoemde problemen. De wet is officieel nog wel van kracht, maar wordt door de Belastingdienst niet meer gehandhaafd.

Volgens Rosa García López van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ) heeft de Wet DBA ook voordelen gehad. Door die wet wisten opdrachtgevers en opdrachtnemers namelijk beter wanneer er sprake is van een arbeidsovereenkomst en wanneer niet. Zo waren er opdrachtgevers die vaste- of flexcontracten aanboden aan freelancers die al jaren meer dan twee dagen op de redactie werkten en geen andere opdrachtgevers hadden. ‘Sommige opdrachtgevers kondigden aan dat ‘vaste freelancers’ niet meer dan twee dagen per week op de redactie mogen werken. Een deel van deze vaste freelancers is daarom op zoek gegaan naar andere opdrachtgevers. Redacties werken nu vaak met veel verschillende freelancers.’

Nieuwe wet

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Wouter Koolmees werkt aan een opvolger van de Wet DBA. Eerder dit jaar lichtte hij de Tweede Kamer uitgebreid in over zijn plannen. Onlangs bleek dat sommige daarvan botsen met het Europees recht, waardoor Koolmees ze zal moeten aanpassen. De bedoeling was dat de nieuwe wet in 2019 van kracht zou zijn, maar waarschijnlijk gaat het langer duren.

Als het aan Koolmees ligt,  wordt er straks onderscheid gemaakt tussen werkzaamheden in de categorie ‘regulier werk’ – werk dat normaal gesproken door vaste medewerkers van een bedrijf verricht wordt – en werk dat ‘extra’ is, en buiten de normale bedrijfsvoering valt.

Er zitten haken en ogen aan dit plan, vindt Spaninks. ‘Als je als tekstschrijver ingehuurd wordt door een bouwbedrijf mag je wel als zelfstandige aan de slag, maar als je dezelfde taak uit wilt voeren bij een communicatiebureau dien je een arbeidsovereenkomst te tekenen. Dat is heel gek.’ De plannen voor de nieuwe wet hebben impact op verschillende groepen freelancers:

  1. Zelfstandigen die minder dan gemiddeld verdienen

Koolmees wil zelfstandigen die weinig verdienen te hulp schieten. Als een opdrachtgever minder dan 18 euro per uur betaalt, moet hij de zelfstandige een arbeidsovereenkomst aanbieden, zo staat in het regeerakkoord. Dat klinkt goed, alleen is het volgens het Europees recht niet mogelijk, legt Spaninks uit. ‘Een opdrachtovereenkomst verplicht omzetten naar een arbeidsovereenkomst is volgens Brussel strijdig met de vrijheid van vestiging en de vrijheid van dienstverlening.’

Omdat de EU, vanwege de botsing met het Europees recht, voor dit plan is gaan liggen, moet Koolmees terug naar de tekentafel. In het voorjaar komt hij met een nieuw voorstel. Een optie is een minimumtarief, zegt Spaninks.

‘Dat zou inhouden dat iemand met een opdrachtovereenkomst niet minder betaald mag krijgen dan 15 tot 18 euro per uur.’ Er moeten dan wel huidige wetten aangepast worden, waaronder de Wet Minimumloon (WML). In deze wet staat dat ‘thuiswerkers’ die tenminste 30 dagen samenwerken met de opdrachtgever en met dat werk in opdracht meer verdienen dan 40 procent van het wettelijk minimumloon, sinds 1 januari 2018 verzekerd zijn van een minimumtarief. Spaninks: ‘Op dit moment zijn zelfstandigen zonder personeel uitgesloten van deze wet. Die beperking zou Koolmees dan moeten schrappen.’ Dan kunnen zelfstandigen een minimumtarief van 15 tot 18 euro per uur krijgen. Maar haalbaar is dit idee niet, volgens de zzp-expert. ‘Ook dit kan in strijd zijn met Europees recht.’

  1. Zelfstandigen die gemiddeld verdienen

Voor zelfstandigen die een gemiddeld uurtarief betaald krijgen, moet er een opdrachtgeversverklaring worden opgesteld tussen opdrachtgever en -nemer. De opdrachtgever moet een online vragenlijst invullen over de relatie tot de opdrachtnemer. Wordt die vragenlijst door de Belastingdienst goedgekeurd, dan hoeft de opdrachtgever – net als in het huidige systeem het geval is – geen loonheffing te betalen en geen premies voor werknemersverzekeringen te betalen. De opdrachtnemer hoeft – anders dan in het VAR-tijdperk – niets te doen.

‘In Engeland heeft die aanpak voor veel problemen gezorgd,’ vertelt Spaninks. ‘In slechts de helft van de gevallen werd meteen duidelijk of iemand als zelfstandige kon werken of als werknemer in dienst genomen moest worden. De andere helft kreeg niet meteen uitsluitsel. Daarbij kwam nog dat het oordeel van de Belastingdienst vaak niet klopte.’

Onlangs liet Koolmees weten dat er inmiddels een vragenlijst is ontwikkeld. Er kunnen vragen instaan als: “Mag de werkende zijn eigen visitekaartje gebruiken als hij in contact komt met klanten van de opdrachtgever?” en “Is de werkende vrij om zelf de locatie te bepalen waar hij de werkzaamheden uitvoert?”. Ieder bevestigend antwoord laat zien dat er op dat punt sprake is sprake van een relatie opdrachtgever/opdrachtnemer. In de komende maanden wordt de vragenlijst getest. De EU-tussenkomst heeft geen effect op dit onderdeel van Koolmees’ plannen.Zijn doel is om de online vragenlijst ‘eind 2019’ af te hebben, als eerste onderdeel van de nieuwe wet.

  1. Zelfstandigen die bovengemiddeld verdienen

Ook voor bovengemiddeld verdienende zzp’ers – Koolmees wil deze groep blijven vrijstellen van de loonheffing en werknemersverzekeringen – zien de plannen er niet per se gunstig uit. In het regeerakkoord wordt een grens van 75 euro per uur genoemd. Als zelfstandigen minder dan dit bedrag verdienen, moet hun opdrachtgever de opdrachtgeversverklaring invullen. Als ze meer verdienen worden ze automatisch aangemerkt als zelfstandige.

Onzekerheid

García López is sceptisch over de voorstellen van Koolmees. ‘Ze zullen niet werken, vooral  omdat er nog steeds geen integraal beleid ten aanzien van zelfstandige arbeid wordt voorgesteld. Het kabinet beperkt zich tot het “verduidelijken van arbeidsrelaties” tussen werknemer of zelfstandige.’ Terwijl het kabinet volgens haar ook iets zou moeten doen aan het ‘grote verschil in behandeling’ van werknemers en zelfstandigen in Nederland.

Zo zijn Nederlandse zelfstandigen niet bij wet verzekerd tegen de risico’s van langdurige ziekte en arbeidsongeschiktheid en het opbouwen van pensioen. En daarin loopt Nederland achter, zegt García López. ‘In veel Europese landen is het volstrekt normaal. De NVJ roept het kabinet op bestaande wetgeving te gaan handhaven en werk te gaan maken van een integrale aanpak: onder meer handhaven, sociale zekerheid en pensioenopbouw.’

De nieuwe wet moet volgens de huidige plannen ondanks de tussenkomst van de EU op 1 januari 2021 van kracht zijn. Voor minister Koolmees is er genoeg werk te verrichten, zegt Spaninks. ‘Als de nieuwe wet eruit gaat zien zoals Koolmees wil, wordt deze niet gunstiger voor freelancers dan de wet die er nu ligt. Het is een onwerkbaar idee om per opdracht te beoordelen of iets loondienst is of zelfstandigheid. Mijn advies is om terug te gaan naar het principe van de VAR: definieer wat een zelfstandig ondernemer is, laat de Belastingdienst per individu besluiten wie een zelfstandig ondernemer is, geef op basis een ondernemer de voordelen die hij verdient en beoordeel om de zoveel jaar zijn ondernemerschap opnieuw.’

Foto door Shridhar Gupta 

Over Jessy De Cooker

Jessy de Cooker studeerde journalistiek en werkt onder meer voor HP/De Tijd en SvdJ.nl. Ook volgt hij het masterprogramma New Media & Digital Culture aan Universiteit Utrecht.