‘Wat wij doen is niet onafhankelijk, maar het is wél journalistiek’

Freek Staps

Freek Staps maakte bij NRC carrière als Amerika-correspondent, chef online en oprichter van NRC Q. Nu leidt hij bij het bureau Second Degree de productie van ‘merkjournalistiek’.

“Laat ik de olifant in de kamer maar benoemen”, zegt Freek Staps als dit interview een paar minuten bezig is. “Wat wij doen is geen onafhankelijke journalistiek, want uiteindelijk betaalt iemand ervoor. Daar mag je van alles van vinden. Als je het als journalist niets vindt: prima.”

Deze disclaimer is het maximale, want Staps wil niets afdoen aan de waarde van het werk van Second Degree, waar hij sinds februari hoofdredacteur is. Het bureau kwam deze zomer met een newsroom: een tienkoppig team dat enerzijds organisaties – waaronder nieuwsmedia – ondersteunt bij het inrichten van redacties en anderzijds zelf digitale content produceert.

Staps noemt dat ‘merkjournalistiek’. Het voorvoegsel ‘merk’ moet duidelijk maken dat er een bedrijf, instelling, NGO of overheid achter zit, “maar het is wél journalistiek”, zegt hij. “We maken van alles: van interviews tot filmpjes, van infographics tot podcasts. Soms wil de klant het op een website zetten, soms op sociale media, soms in nieuwsbrieven. We zijn niet alleen een bureau, maar een modern mediabedrijf.”

Designobjecten

Second Degree is de contentvleugel van Dept, een Nederlands digitaal agentschap met filialen in zeven landen. Bij de receptie van het Rotterdamse kantoor, een van de drie in Nederland, klinkt zacht hiphop uit designspeakers. Op de uitgestrekte werkvloer staan in lijn met workplace-trends geen tussenmuren – wel een bar. Stellingkasten herbergen rijen designobjecten in plaats van kantoorspullen.

Traditionele media worden niet minder belangrijk – misschien juist wel belangrijker

Staps heft zijn handen. “Kijk om je heen, het gaat goed.” En even later: “Er wordt hier naar de toekomst bewogen. Het is heel leuk om in een opgewekt bedrijf te werken waar veel kan en dat snel groeit.”

Second Degree heeft inderdaad de wind mee, want veel organisaties ontdekken het ‘zelf media maken’. Hier en daar ontstaan al interne mediaredacties even groot als die van een middelgroot dagblad. Gaan ze de klassieke journalistiek de pas afsnijden? Een willekeurige CEO hoeft zijn verhaal niet meer aan de krant te vertellen – dat kan ook via de eigen mediakanalen.

Staps zegt dat beide vormen naast elkaar kunnen bestaan en ziet de ontwikkeling als positieve prikkel voor journalisten. “Doe in plaats van een interview een onafhankelijk onderzoek waarin je uitzoekt hoe het zit. Traditionele media worden niet minder belangrijk – misschien juist wel belangrijker.”

Open deuren

Rond het vaste newsroomteam van redacteuren en vormgevers zit een schil van vijftien freelance journalisten die ook werken voor media als NRC, de Volkskrant en DWDD. Er zijn bewust topjournalisten gerekruteerd in plaats van ‘gewone’ tekstschrijvers. “Journalisten zien verhalen. Ze snappen hoe je iets voor een doelgroep vertelt, zijn kritisch en denken niet als marketingmensen. Aan die vaardigheden is heel veel behoefte.”

Journalisten willen gewoon mooie verhalen maken, en daar vragen organisaties om

Dat de freelancers bijklussen bij Second Degree is niet uit financiële noodzaak, zegt Staps, maar omdat ze het leuk vinden. De deuren van organisaties gaan makkelijker open dan wanneer ze namens hun krant bellen. Maar wacht even: is de roeping van een journalist niet om dichte deuren open te wrikken? “Als dat het enige is, hebben we weinig journalisten in Nederland”, zegt hij. “Niet elke journalist voelt de behoefte om boekhoudfraudes te onthullen. De meesten willen gewoon mooie verhalen maken. En daar vragen organisaties om.”

Snelweg

Staps, die zijn jaloersmakende carrière bij NRC koestert, benadrukt dat onafhankelijke journalistiek moet blijven bestaan en dat het verschil met betaalde content duidelijk moet zijn. Maar hij is vooral blij dat er “muren en barricades aan het verdwijnen zijn. Er bestaan ook andere plekken om te werken, en voor journalisten zijn die plekken toegankelijker aan het worden.”

“Het is niet zwart-wit”, zegt hij een paar keer, en: “er is geen goed en fout.” In zijn huidige baan is hij niet meer bezig met het controleren van de democratie, maar dat stoort hem niet. “Aan die tak van journalistiek heb ik zestien jaar alles gegeven, maar dat doen we hier niet, en beloven we ook niet. Geen minister zal om ons aftreden. Maar zijn we de toekomst aan het ontdekken? Ja meneer!”

 

Deel dit artikel:

Over Menno van den Bos

Menno van den Bos is freelance journalist en antropoloog. Hij schrijft over van alles, maar het meest over media.

Reageer

  • Ik heb dus geen argument gelezen waarom het wél journalistiek zou zijn. En zoals Staps zelfs zegt “Als dat het enige is, hebben we weinig journalisten in Nederland”. En dat is natuurlijk ook zo. Ik vraag me vooral af waarom mensen graag dat label ‘journalist’ dragen, tot op het punt dat je opdrachten mis kunt lopen als je jezelf géén journalist noemt terwijl er 0 journalistieke producties van de plank rollen. (Ik bedoel hiermee níet Dept.) Pak een willekeurig groot magazine; het meeste is geen journalistiek. Zelfs veel kranten en nieuwssites bestaan voor groot deel niet uit journalistiek materiaal. Het punt is; dat is helemaal niet erg.

  • Janneke Donkerlo

    Bedrijven die zich bedienen van merkjournalistiek ofwel branded branded journalism doen dit vaak dmv storytelling en ‘betekenisvol te communiceren’. Wat maakt deze communcatie betekenisvol? http://www.donkerlo.nl/index.php/blog/betekenisvol_communiceren_kan_dat

  • Rob Visser

    Het lijkt mij verstandig om te bepalen wanneer er sprake is van journalistiek en wanneer niet meer. Ik hanteer als definitie van journalistiek dat de belangen van de lezer (ontvanger) minstens gelijkwaardig zijn aan de belangen van anderen, zoals opdrachtgever en geïnterviewde. Dit betekent o.m. dat schrappen in de tekst niet onbeperkt mogelijk is, er moet een boodschap overblijven waar de lezer op kan vertrouwen die goed leesbaar is verwoord.

  • journalisten zijn er wel aan gewend om vooral te denken aan omzet en dus mensen te vertellen wat ze willen horen.
    Academici en media zijn tuig van de richel.
    Landelijke politiek deugt ook voor geen meter.
    Gelukkig is Brussel lekker ondemocratisch, dan kunnen de politici tenminste hun werk doen zonder geneuzel van zwakzinnige journalisten of debiele broodintellectuelen