Nieuws

De Buitenlandredactie is terug om correspondenten te helpen (en redacties het verschil tussen Slowakije en Slovenië te leren)

Nieuws | Op de werkvloer

Met een betaalde nieuwsbrief via Substack – hipper kan niet – heeft platform voor correspondenten De Buitenlandredactie zichzelf nieuw leven ingeblazen. Doel: correspondenten ondersteunen. Maar ook: redacties in Nederland bijspijkeren. ‘We moeten stoppen met doen alsof Europa uit twee helften bestaat.’

Workshops aan correspondenten geven, redacties trainen, podcasts maken, een ebook samenstellen: de manieren waarop De Buitenlandredactie probeert ‘hét platform voor journalisten in het buitenland’ te worden zijn talrijk. ‘Maar we moeten het stap voor stap aanpakken’, zegt journalist Laura Postma – ook een beetje tegen zichzelf. Postma leidt De Buitenlandredactie samen met Hans Klis, die de site een half jaar geleden nieuw leven inblies.

De eerste stap was een betaalde nieuwsbrief via Substack. Voor 5 euro per maand of 36 euro per jaar krijgen abonnees – dat zijn er momenteel 19 – toegang tot premium content, zoals: ‘Tien tips voor correspondenten die een nieuwsbrief willen beginnen’. Of een interview over hoe je een geslaagde buitenlandpodcast maakt. (Tip: bedenk hoe je de taalbarrière gaat slechten, want een podcast kun je niet ondertitelen.) Het is de bedoeling dat ook correspondenten zélf bijdragen aan de brief gaan leveren, en daarvoor ook betaald worden.

Zo willen Klis en Postma correspondenten helpen hun praktijk te moderniseren en zich te onderscheiden. Dat is trouwens niet het enige doel: ook richting hun opdrachtgevers heeft De Buitenlandredactie een missie – maar daarover zometeen meer.

Onder druk

Klis richtte De Buitenlandredactie in 2011 op, toen de stemming in de journalistiek somber was en er flink  op buitenlandjournalistiek bezuinigd werd. Tien jaar later zitten media dankzij optimisme over ‘digitaal’ in beter vaarwater, maar staat de buitenlandjournalistiek nog altijd onder druk. Corona helpt daarbij niet. Het virus bracht de comeback van De Buitenlandredactie in een stroomversnelling, vertelt Postma.

‘Hans en ik hebben al jaren allerlei ideeën over het correspondentschap: van genuanceerd tot radicaal. Begin vorig jaar zeiden we tegen elkaar: moeten we daar niet eens wat mee? Niet lang daarna kwam door de lockdowns alles stil te liggen en dachten we: dit is hét moment om De Buitenlandredactie een herstart te geven.’

Vooral de freelance correspondenten hebben door corona een probleem. Reportages – het belangrijkste wapen van elke correspondent – laten zich lastig vanuit huis maken. Ook Postma, vanuit Praag correspondent in Tsjechië en Slowakije voor onder andere Radio 1 en Deutsche Welle, zag de opdrachtenstroom opdrogen. Haar ‘vaste basis’ viel eveneens weg: de journalistieklessen die ze gaf aan Amerikaanse uitwisselingsstudenten die door corona halsoverkop huiswaarts moesten.

Sinds twee weken woont ze weer in Nederland, waar ze een baan als docent aan de journalistiekopleiding in Tilburg kon krijgen (ze blijft wel correspondent ‘op afstand’). Postma heeft vrede met haar gedwongen terugkeer, maar maakt zich wel zorgen dat dit scenario meer correspondenten wacht. ‘En dan zat ik nog in een relatief goedkoop land. In New York had ik na twee maanden corona al kunnen inpakken.’ 

Diversiteit

Toch zegt Postma nog altijd ‘doen!’ tegen jonge journalisten voor wie het avontuur lonkt. Ook omdat de jonge aanwas het correspondentenvak diverser maakt. Voorbij is de tijd dat correspondenten welgestelde witte mannen waren die als beloning aan het einde van hun carrière, in Postma’s woorden, ‘wijntjes op de ambassade mochten drinken’. Kijk maar naar de NOS, waar millennials Mustafa Marghadi (Rome), Iris de Graaf (Moskou) en Ties Brock (Israël en Palestina) prestigieuze standplaatsen bemensen.

Tegelijkertijd loopt de buitenlandjournalistiek qua representativiteit nog erg achter op de rest van de sector – en daarmee komen we aan bij die zendingsdrang. Postma: ‘We willen als correspondenten kritische discussies over dit soort onderwerpen voeren en in het verlengde daarvan een boodschap naar redacties uitzenden.’

Een soort kruising tussen een denktank en een clubhuis, dus. Waar correspondenten een podium krijgen om de wereld te vertellen over hun meerwaarde – ‘de behoefte daaraan is groot’ – maar ook onderling ervaringen kunnen uitwisselen. Bijvoorbeeld over hoe redacties toch altijd weer op zoek zijn naar reportages die de clichés over je land bevestigen. Zoals in Postma’s geval: communisme en corruptie.

Een manier om die frames als correspondent te verbuigen is taal. ‘Ik weiger om mijn landen Oost-Europa of ‘het voormalig Oostblok’ te noemen. Alsof je Europa in twee helften kunt splitsen – terwijl Praag westelijker ligt dan het ‘westerse’ Wenen. Er wordt ook vaak gedacht dat Tsjechië op buurland Hongarije lijkt, terwijl Hongarije echt een ondemocratisch eiland is en Tsjechië meer op Duitsland lijkt. We snappen toch ook dat Nederland, België en Frankrijk niet één blok zijn?’

Postma, die zelf half Slowaaks is, gaat nog even door. ‘Soms krijg ik een telefoontje of ik iets over Slovenië wil vertellen in een uitzending. Als ik dan zeg dat ik over Slowakije schrijf, is de reactie: “Kun je dan niet de kranten daar checken?” Terwijl Sloveens een heel andere taal is, die ik niet spreek. Ik heb dit zelfs meegemaakt met Nieuwsuur.’

Fundamenteel

De discussie over blinde vlekken en vooroordelen – en redacties hierin trainen – is van groot belang, vindt Postma. Dat heeft de coronacrisis wel aangetoond. ‘Heeft niemand gelezen wat wij schreven?’ schreef correspondent in China Eefje Rammeloo vorig jaar in een hartverscheurend verhaal voor Villamedia. Wat zij en haar collega-correspondenten schreven over Wuhan, waar de levenloze lichamen in de staten lagen, kwam in Nederland nauwelijks aan. ‘Nederland lijkt te hebben gedacht dat het coronavirus een Chinese curiositeit is, iets dat nooit of te nimmer in Nederland kan gebeuren. Was het niet duidelijk dat (…) de gezondheidszorg [in Wuhan] tot de beste van het land behoort? Het toont een pijnlijk gebrek aan kennis over China.’

‘En het geldt niet alleen voor China’, zegt Postma. ‘Mustafa Marghadi verbaasde zich ook over hoe Nederland de situatie in Italië zag als ‘Italiaanse toestanden’. Zo van: in Italië is het toch maar een zooitje.’ Terwijl ook in Noord-Italië de zorg juist tot de wereldtop behoort.

Nog één heet hangijzer dan: die eeuwige buitenproportionele media-aandacht voor Amerika. Postma deed zelf in 2012 verslag van de presidentsverkiezingen. ‘Op de herverkiezingsavond van Obama keek ik naar de vijftien andere Nederlandse correspondenten om me heen en dacht ik: waar zijn we mee bezig? Ook de afgelopen verkiezingen mocht weer iedereen die ooit een week in Amerika was geweest erheen om reportages te maken.’ An sich is het geen probleem dat de VS veel aandacht krijgt, zegt ze . ‘Het gaat om de proportie. We sturen niet diezelfde karavaan naar Duitsland, terwijl die verkiezingen misschien wel belangrijker voor Nederland zijn.’

Toekomst

Postma verwacht in de toekomst steeds meer ‘parachute-journalistiek’, waarbij journalisten worden ingevlogen rond bijvoorbeeld verkiezingen. Wenselijk is dat volgens haar niet, maar in elk land een correspondent is óók niet realistisch. ‘En ja, wat is het verschil tussen een correspondent Zuid-Amerika die vanuit Rio de Janeiro naar Colombia vliegt en iemand die vanuit Nederland invliegt?’

Het mooiste blijft buitenlandjournalistiek vanuit de haarvaten van een samenleving. Postma’s advies voor wie van zo’n vaste standplaats droomt: benut de digitale mogelijkheden, bijvoorbeeld door met een persoonlijke nieuwsbrief precies die 0,2 procent van Nederland te bereiken die gek is van jouw land. En regel een bijbaan voor de vaste basis. Lesgeven, vertalen of biertappen. ‘Als je dat doet, kun je slagen. Zo’n baantje heeft ook als voordeel dat je makkelijk contact maakt met de lokale mensen en niet in een bubbel blijft.’ 

Foto: Laura Postma van De Buitenlandredactie

11 maart 2021
1505 woorden 6 min. lezen