Max van Weezel: ‘Ik ben hoopvoller dan vijf jaar geleden’

Max van Weezel

Max van Weezel (67) is een van de meest gerespecteerde politiek journalisten van Nederland. Hij was decennialang verslaggever aan het Binnenhof namens Vrij Nederland, waarvoor hij nog altijd een column over politiek schrijft. Op Radio 1 is hij vaste presentator van Argos en een van de presentatoren van Het Oog op Morgen. Ook maakt hij met EenVandaag-collega Joost Vullings een wekelijkse podcast. Na veel terugblik-interviews kijkt Van Weezel nu vooruit: welke ontwikkelingen, wenselijk of onwenselijk, ziet hij in 2019 doorbreken in de journalistiek?

‘Het engagement in de journalistiek keert terug. Je ziet het bij media als De Correspondent en ook bij Vrij Nederland, al is dat een ander soort engagement dan vroeger; het draait nu meer om onderwerpen als klimaatverandering. Met constructieve journalistiek (journalistiek die oplossingen voor problemen in kaart brengt, red.) heb ik minder. Vind maar eens een antwoord op het vluchtelingenvraagstuk – ik wens je sterkte. Je moet je dus richten op kleinere problemen, die behapbaar zijn, maar dat wordt snel saai. Ik denk daarom dat constructieve journalistiek een niche blijft. Ook omdat het grote publiek meer geïnteresseerd is in conflicten en spektakel.

Van het hernieuwde engagement is de podcast een symptoom. Je geeft daarin als journalist ook je eigen mening in plaats van dat je alleen vragen stelt. Podcasten is voor mij veel vrijer dan het maken van radio en televisie, wat toch sterk gescript is. Of podcasts radio gaan verdringen? Nee. Voor veel mensen is radio ook serviceverlening: weerberichten, fileberichten op vaste tijdstippen.

Sterven in het harnas

Het lijkt me een gezonde ontwikkeling als journalisten beter op hun welzijn gaan letten. Vroeger heerste, in elk geval bij Vrij Nederland, een sterven-in-het-harnas-cultuur. Het hield nooit op, ik werkte weekenden en nachten door. Het is me wel overkomen dat ik mijn vakantie al had geboekt, maar thuisbleef omdat een eindredacteur belde of ik nog een stuk kon schrijven. Tegenwoordig gebeurt dat niet meer. Bij grote Haagse redacties zoals die van de NOS zijn er gewoon rouleerschema’s, er is altijd iemand die je kan vervangen.

Meer samenwerking

Ik zie een trend van meer samenwerkingen tussen media. Een paar jaar geleden was het hopeloos om dat te proberen, want er ontstond al snel ruzie over wie de primeur kreeg. Maar de bereidheid onder journalisten om elkaar vanuit ieders eigen kracht aan te vullen groeit, zie een project als Schaduwmacht van Vrij Nederland en Nieuwsuur.

Anderzijds zijn er nog veel regels die samenwerking belemmeren, vooral omdat omroepen met overheidsgeld werken terwijl de geschreven pers volgens de regels van de vrije markt is georganiseerd. Een paar regionale samenwerkingen zijn daardoor lelijk mislukt. De Tweede Kamer moet aan het werk om die wettelijke beperkingen weg te nemen.

Lokale fondsen

Het taboe op overheidssubsidie voor journalistiek lijkt te gaan verdwijnen. Er worden allerlei lokale fondsen opgericht. Het is daarbij nog wel een uitdaging om bestuurlijke constructies vorm te geven waarbij de overheid geen invloed op de inhoud heeft. Toen ik NVJ-bestuurslid was, en we hielden brainstormsessies met een burgemeester of Commissaris van de Koning over dit onderwerp, bleek dat ze altijd een tegenprestatie verlangden: bijvoorbeeld dat journalisten in ruil voor financiële steun naar de raads- of statenvergaderingen zouden komen. Er moet dus een bestuurslaag worden gecreëerd tussen de overheid en de media die subsidie ontvangen, zoals bij het Leids Mediafonds is gedaan.

Hoopvol

Een paar jaar geleden was ik kritisch op de ontwikkeling dat redacteuren zich steeds meer bezighielden met de leescijfers van hun artikelen. Ik vreesde dat de inhoud zou worden verdrongen. Dat is meegevallen, zie ik nu. Door te meten hoe vaak of hoe lang een artikel gelezen is, kun je het de eerstvolgende keer beter opschrijven of tekst en beeld beter op elkaar afstemmen. Zolang de inhoud het uitgangspunt blijft, is het een hulpmiddel om je product te verbeteren.

Ik heb me lang gestoord aan de vermenging van journalistiek en entertainment. Gordon naar zijn mening over Mark Rutte vragen, dat soort dingen. Maar ook dat is een groeiproces gebleken. Talkshows waren lang zoekende, maar je merkt dat er op de redacties beter over wordt gediscussieerd.

Veel ontwikkelingen zijn vanzelf in balans gekomen. Ik zie nu vooral hoopvolle dingen gebeuren, zoals de wil tot samenwerken. Dingen waarvan ik vijf jaar geleden dacht: waarom komt het niet van de grond, komen nu wél van de grond.

Illustratie door Rosanne van Leusden

Meer voorspellers

Hoe ziet de journalistiek van 2019 eruit? Voor de tweede keer blikken we vooruit op een nieuw jaar. 20 journalisten, developers, onderzoekers en andere mediakenners vertellen wat ze verwachten én hopen dat 2019 gaat brengen. Dit zijn alle voorspellers.

Over Menno van den Bos

Menno van den Bos is freelance journalist en schrijft over media en maatschappij. Hij werkt voor Vrij Nederland, NRC, VICE en SVDJ.nl.