6 journalistieke lessen die we kunnen trekken uit de onderzoeken naar de zaak-Weinstein

Weinstein

Onlangs verschenen twee boeken over de journalistieke onderzoeken die het jarenlange misbruik door filmproducent Harvey Weinstein aan het licht brachten. Grootschalige projecten waren het, waarbij journalisten Jodi Kantor en Megan Twohey (New York Times) en Ronan Farrow (The New Yorker) een hoop obstakels moesten overwinnen. Wat valt er van hun onderzoeken te leren?

Het was een race tegen de klok. Jodi Kantor en Megan Twohey doken in 2017 voor de New York Times (NYT) in het explosieve verhaal over seksueel misbruik door Hollywood-producent Harvey Weinstein. Ronan Farrow (van NBCNews overgestapt naar de New Yorker) was met hetzelfde verhaal bezig en zat hen op de hielen. De New York Times had de scoop op vijf oktober, de New Yorker publiceerde een paar dagen later een nog uitgebreider verhaal.

Beide publicaties deden veel stof opwaaien en vormden het startschot van de metoo-beweging. Samen kregen de drie journalisten er de felbegeerde Pulitzerprijs voor. Nu, twee jaar later, verschijnen bijna tegelijkertijd ‘Catch and Kill’ (Ronan Farrow) en ‘She Said’ (Jodi Kantor, Megan Twohey) over het onderzoek naar Weinstein, de obstakels die de journalisten op hun weg tegenkwamen en hoe ze er wel in slaagden de verhalen te publiceren. Wat kunnen onderzoeksjournalisten leren van deze twee boeken?

  1. Win het vertrouwen van je bron

Het onderzoek van de NYT begint met een belangrijke bron die niet wil praten. Actrice Rose McGowan heeft geen goede ervaringen met de krant en wil daarom niet meewerken. Farrow van de New Yorker probeert een belastend geluidsbestand van een bron te krijgen die het niet wil delen. Maar de journalisten geven niet op. Maandenlang proberen ze dezelfde bronnen aan het praten te krijgen of van medewerking te overtuigen en vaak hebben ze uiteindelijk geluk. Niet omdat de situatie is veranderd, maar omdat de journalisten het vertrouwen van bronnen winnen door te laten zien dat ze hen serieus nemen en respecteren.

  1. Breng het netwerk in kaart

Kantor, Twohey en Farrow zoeken gedurende hun onderzoek regelmatig steun en informatie bij deskundigen, bijvoorbeeld advocaten en andere journalisten. Later blijkt dat sommigen ervan voor Weinstein werken, zoals een bekende advocate die probeert Weinsteins reputatie op te poetsen. De les: probeer zo vroeg mogelijk het netwerk van je onderwerp in kaart te brengen. Wie werkt voor hem? Wie heeft belangen? In het geval van Weinstein blijkt pas achteraf tot hoever zijn invloed reikte. Farrow suggereert dat Hillary Clinton hem geen interview wilde geven omdat hij bezig was met Weinstein, een belangrijke geldschieter voor haar campagne

  1. Weet je gesteund door je redactie

Als er een ding duidelijk wordt uit de twee boeken, dan is dat het belang van redactionele steun. Kantor en Twohey hebben een eindredacteur en chef die hen vanaf het begin steunen, voor hen in de bres springen en soms tussen hen en het agressieve Weinstein-team komen. Farrow heeft minder geluk. Hij begint zijn onderzoek bij omroep NBCNews, waar de leiding hem naarmate hij meer materiaal verzamelt steeds meer tegenhoudt. Pas als Farrow aanklopt bij weekblad New Yorker, dat wél geïnteresseerd is, krijg hij de nodige steun, wat in dit geval ook beveiliging en juridische hulp betekent. De drie journalisten stellen dat ze het onderzoek zonder deze steun niet hadden kunnen doen. Of zoals Farrow het zegt: ‘Tough stories don’t get told without companies being willing to weather the storm.’

  1. Neem de tijd en wees zorgvuldig

De onderzoeksjournalisten weten dat een concurrerend medium hen op de hielen zat, toch publiceren ze niet overhaast. De feiten moeten kloppen en worden door andere redacteuren aan een grondige check onderworpen. Kantor en Twohey voelen zich ook verantwoordelijk tegenover de bronnen. Je gooit ze voor de leeuwen, dus moet het verhaal kloppen. ‘The journalists had to protect the victims – and the article.’

Voor Farrow betekent dat, dat de dames van de NYT hem voor zijn. Hij baalt, maar ziet snel in dat de publicatie zijn verhaal alleen maar zal versterken. Farrow: ‘As long as we were using the time to strengthen the reporting, I didn’t mind the delay.’

  1. Bewijs het

Ooggetuigen of slachtofferverklaringen zijn aardig, maar je bent nergens zonder bewijzen. In het geval van Weinstein zijn dat de zwijgcontracten die hij slachtoffers heeft laten tekenen, de bedragen die ervoor betaald zijn (NYT) en een bekentenis op tape (New Yorker). Als een slachtofferverhaal niet kan worden geverifieerd, komt het, hoe erg ook, niet in het verhaal. Zoals een eindredacteur tegen Kantor en Twohey zegt: ‘Concentreer je eerst op hetgeen je kunt bewijzen, zelfs als dat de minder zware vergrijpen zijn.’ Soms is creativiteit gevraagd om de bewijzen te verkrijgen, zoals in het geval van Farrow die het audiobestand opneemt terwijl het wordt afgespeeld, omdat de bron het materiaal niet mocht delen.

  1. Ook een misdadiger heeft recht op wederhoor

Ook als dat betekent dat je je moet wapenen voor scheldpartijen, leugens en zelfs bedreigingen. De journalisten leggen hun bevindingen daarom niet alleen aan Weinstein voor, maar doen dit samen met de huisadvocaat van hun werkgever en de eind- of hoofdredactie. Ze leggen het hele verhaal op tafel, zodat Weinstein en zijn team van advocaten erop kunnen reageren, maar houden de regie in eigen hand. Tijdens het onderzoek waren er talloze pogingen geweest om de verhalen te traineren en alvast informatie te verkrijgen, maar de journalisten bepalen het moment en de voorwaarden van het wederhoor.

Foto door Lynn Friedman

Over Birte Schohaus

Birte Schohaus (dr.) is journalist en onderzoeker. Ze schrijft over het spanningsveld tussen media, politiek en maatschappelijke onderwerpen voor onder meer De Groene Amsterdammer en NRC Handelsblad. Haar doctorstitel behaalde ze met een onderzoek naar de relatie tussen politici en talkshows. Voor het Stimuleringsfonds maakt zij een serie over onderzoeksjournalistiek.