Als schrijvend redacteur voor de camera: ‘Je mag best een beetje quirky zijn’
Nieuws | Op de werkvloer
De tijd waarin je als schrijvend journalist anoniem achter je computer kon blijven zitten is voorbij. Nu ook kranten veel met video doen, krijgen redacteuren steeds vaker de vraag of ze iets willen vertellen in een filmpje. Hoe toveren de videoredacties van NRC en de Volkskrant hun schrijvers om in presentatietalenten? ‘Ga er niet met tegenzin staan, want dat is te zien.’
‘Mensen overtuigen om in beeld te komen wordt steeds makkelijker’
Arno Vanhollebeke is video lead bij NRC. Hij stapte over van de Vlaamse krant De Standaard, waar hij ook jarenlang de videoredactie leidde.
‘Een jaar geleden heb ik het videoteam bij NRC opgestart, met alleen maar nieuwe mensen. Eigenlijk is de krant daar vrij laat mee. We hebben een achterstand ten opzichte van veel populaire nieuwskanalen, vooral van de publieke omroepen, die sociale media veel sneller volledig hebben omarmd en er heel groot geworden zijn. Het was voor hen ook wel makkelijker. Bij kranten is 80 procent van de mensen vooral bezig met geschreven teksten. Dan is het een veel grotere stap uit je comfortzone.
We willen jongeren vooral laten weten dat wij bestaan en wat NRC-journalistiek eigenlijk is, door onze artikelen op een andere, meer toegankelijke manier te verpakken. Dat is de uitdaging: hoe vertaal je de artikelen naar iets wat veel directer en korter is? In de video’s gebruiken we meer spreektaal en directer taalgebruik. Het is minder complex. Ik geef mijn collega’s altijd de opdracht: lees het artikel en vertel me eens wat je echt onthouden hebt, alsof je met mij in het café zit.
Stap uit de comfortzone
We zijn een beetje de start-up binnen NRC. Dat geeft ruimte om dingen te proberen. Als ik in de voorbije tien jaar iets heb geleerd op videoredacties van kranten, is het dat je nooit elk jaar hetzelfde doet. Het werk is continu in evolutie. Als je stilstaat en niet experimenteert, word je vanzelf ingehaald en raak je gedateerd.
Er is op de redactie veel minder gedoe over de video’s geweest dan ik had verwacht. Het is voor een instituut als NRC toch een grote stap uit de comfortzone. Maar van de 350 video’s die we hebben gemaakt, zijn er maar een handvol waar vragen over zijn gekomen. Als we een video maken, herverpakken we een bestaand artikel, en soms komen we terug bij redacteuren, maar heel vaak ook niet. We kunnen niet oneindig alles afstemmen, maar dat loopt eigenlijk goed.
Niemand pushen
Als we een redacteur willen filmen, is het vaak de vraag hoeveel tijd en ruimte daarvoor is. En natuurlijk hoe leuk en goed diegene het doet. We zijn aan de slag gegaan met redacteuren die het leuk vinden en willen proberen. Ik ga niet iemand pushen om iets te doen wat ze niet willen, want dan wordt het ook geen goede video. Het valt me wel op dat het steeds makkelijker wordt om mensen te overtuigen. En sommige redacteuren hebben al ervaring met podcasts of talkshows, dat helpt ook enorm.’
‘Je bent geen tv-journalist, en dat hoef je ook niet te zijn’
Lamyae Aharouay is politiek verslaggever voor NRC en was lang te horen als presentator van de podcast Haagse Zaken. Daarvoor was ze redacteur bij BNR Nieuwsradio. Nu presenteert ze ook video’s over politiek Den Haag vanuit de Tweede Kamer.
‘Ik kom van de radio en heb wat talkshowervaring, dus ik was er niet heel nerveus over om voor de camera te gaan staan. De uitdaging zit meer in het inhoudelijke: die filmpjes mogen niet langer dan een paar minuten zijn, en hebben een script met hooguit een paar honderd woorden. Dan is de vraag hoe je onze boodschap op een goede manier verpakt. We zijn niet de NOS, we duiden niet wat er op dat moment aan het gebeuren is. Wel proberen we in die filmpjes altijd een soort gedachte mee te geven aan een wat jongere doelgroep.
Ik schrijf de scripts samen met de videoredactie. Ik ben zelf bijvoorbeeld heel slecht in die eerste zin, die juist bij video heel pakkend moet zijn. Dat is al anders dan in een stuk. Het is een fijne, jonge redactie, die ik soms ook gewoon de vraag stel: wat zou jij nu willen weten over dit onderwerp? Ik ben zelf de hele week met politiek bezig, maar je wil eigenlijk heel snel kunnen uitleggen waarom iets belangrijk is. Dus niet alleen wat er is gebeurd, maar ook welke les je eruit kan trekken.
Andere toon
Je moet ook een andere toon aanslaan, want de doelgroep is jonger en de vorm is informeler. Ik probeer jargon te vermijden. Als ik jou nu iets zou vertellen over de komende politieke week, doe ik dat al op een andere manier dan als ik het voor je zou opschrijven. Dus dat het anders klinkt, is heel vanzelfsprekend.
We veroorloven ons soms grapjes die je niet in de krant zou gebruiken. Laatst constateerden we in een video over het nieuwe kabinet dat er veel millennials tussen zitten. Toen zei ik: je kent de vooroordelen over millennials, maar ik ben er zelf ook één, en ze kloppen heus niet allemaal. Dat zeg je dan met een knipoog, maar dat zou ik in een artikel nooit zo opschrijven.
Bloed, zweet en tranen
De reacties zijn positief. Soms zit er een rotopmerking tussen. Het zal je niet verbazen: ik ben een vrouw met een hoofddoek die over politiek praat. Ik ben zichtbaar, en dat betekent dat mensen die gefrustreerd zijn over de politiek of in mijn geval over moslims in het algemeen, daarop aanslaan. Maar als mensen een inhoudelijke reactie geven, vind ik dat heel leuk. Dan heb je ze blijkbaar aan het denken gezet. En dat is ons doel.
Tegen andere krantenjournalisten zou ik zeggen: bij twijfel niet doen. Je moet het leuk vinden, anders zie je dat je er met tegenzin staat. En: je bent geen tv-journalist, en dat hoef je ook niet te zijn. We zijn krantenjournalisten, alleen nu met een ander platform om onze journalistiek kenbaar te maken voor een breder publiek. We willen allemaal dat de stukken waar we bloed, zweet en tranen in steken, door zoveel mogelijk mensen worden gezien, gelezen en gehoord.’
‘Sommigen zijn natuurtalenten, anderen hebben wat meer aanwijzingen nodig’
David Wouters werd na een geslaagde stage op de buitenlandredactie videoredacteur bij de Volkskrant. Eerder schreef hij voor Vice, De Groene Amsterdammer en zijn eigen magazine Cadence Culture.
Ik ben de enige videoredacteur bij de Volkskrant en werk samen met mijn chef, Corinne van Duin. Samen selecteren we onderwerpen. Ik schrijf zelf meestal de scripts, voer gesprekken met redacteuren en correspondenten, begeleid redacteuren in presenteren en presenteer ook zelf als er breaking news is.
Een jaar geleden begon ik een eigen TikTok-kanaal waarvoor ik explainers maakte over geopolitiek. Uiteindelijk heb ik maar dertien filmpjes gemaakt, maar sommigen kregen al redelijk snel veel views. Ik heb er een maand voor uitgetrokken om te leren hoe ik explainers moest maken, en vervolgens bij Fonds BJP een traject gevolgd over nieuw mediagebruik. Daarna wilde ik graag meer redactie-ervaring opdoen en liep ik stage bij de buitenlandredactie van de Volkskrant, waar ik al snel veel kansen kreeg. Uiteindelijk kwam ik met mijn huidige chef in gesprek over het opzetten van shortform video. Zodoende ben ik daar nu sinds november mee bezig.
Licht op je gezicht
In het begin is het wennen, er komt ineens een nieuw medium bij. Maar eigenlijk ging het al snel goed. En nu zie ik dat mensen zelf hun artikelen beginnen te sturen en aanbieden om te presenteren.
Tot nu toe hebben we er vooral voor gekozen om geen presentatoren aan te nemen, maar onze journalisten zelf hun eigen verhalen te laten vertellen. Dat is voor de meesten in het begin wel spannend, want een nieuw medium vraagt weer om andere vaardigheden. Veel mensen hebben nog nooit gepresenteerd, en dan zitten ze ineens voor de camera om een explainer te maken. Je zit plots in de studio, met een licht op je gezicht en een team voor je, dat kan spannend zijn.
Trots
Daarin proberen we onze journalisten zo goed mogelijk te begeleiden. Voordat we draaien vraag ik altijd: wat heb jij het liefst? Gaan we samen een script schrijven, wil je dat ik een opzetje maak, werken we met het stellen van vragen of gaan we het helemaal spontaan doen? Wat voor de ene journalist goed werkt, werkt voor de andere weer minder natuurlijk. Ik vind het belangrijk dat iedereen zich zo comfortabel mogelijk voelt. Sommigen zijn natuurtalenten en anderen hebben wel wat meer aanwijzingen nodig. Maar ik moet zeggen, ik ben trots op hoe iedereen het doet, het is heel tof om te zien hoeveel groei journalisten doormaken in presenteren. Het is ook helemaal oké als mensen een beetje quirky zijn of wat minder gemaakt. Dat hoort er ook bij, dat zijn gewoon persoonlijkheden.’
