‘Mijn baan buiten de journalistiek voelt als een bevrijding’

Jaarlijks studeren honderden journalisten af. Wat komt er van ze terecht? In deze reeks spreken we mensen die (ongeveer) vijf jaar geleden afstudeerden. In deel 4: Wouter Beetsma (32) telt de zegeningen van zijn vaste baan buiten de journalistiek.

Toen Wouter Beetsma in 2009 voor een master Journalistiek koos, was dat geen lichtzinnig besluit. Hij was ‘al’ 25 en had al zeven jaar gedaan over zijn geschiedenisbachelor. Dit moest het gaan worden. “Als iemand toen had gezegd: je gaat hierna werken bij een internetprovider, had ik geantwoord: hallo, ik wil de journalistiek in!” En toch werkt hij nu met veel plezier bij Telfort – daarover straks meer.

Zijn afscheid van de journalistiek begon in retrospect op zijn stageplek, RTL Nieuws. Daar zag hij de keerzijde van het vak van dichtbij. “Veel mensen waren gescheiden, iedereen rookte, iedereen rond de vijftig had hartaanvallen”, zegt hij. “Ik bleef vaak tot 12 uur ‘s nachts, wat voor een student prima is. Maar ik zag wel dat dit vak echt zwaar is.”

Beetsma werkte bij RTL mee aan het geruchtmakende onderzoek naar verschillende toenmalige PVV-kamerleden. “Van James Sharpe heb ik dingen boven water gehaald waardoor hij uiteindelijk opstapte. Ik was maar een radertje in het hele onderzoek, maar ik kan wel zeggen dat er een Kamerlid ‘op mijn naam staat’.”

Wall of shame

Beetsma studeerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Toen hij aan de master begon schreef hij al een tijdje voor de Universiteitskrant, over sport. Achteraf geeft hij de opleiding een kleine 10. “De opleiding zat strak in elkaar en het niveau van de studenten was door de strenge toelating hoog. Je kon goed sparren en elkaar echt motiveren.”

Het was een supertijd

Docenten peperden studenten in dat ze het vak serieus moesten nemen. “Er was een wall of shame: een prikbord waar je op kwam als je een taalfout had gemaakt. Dat is niet leuk, want er lopen een paar duizend studenten langs, maar de gedachte erachter was: als er een taalfout in de krant staat, zien nog veel meer mensen het.”

Gezin onderhouden

Toen hij afstudeerde, was Beetsma al getrouwd en was zijn eerste dochtertje op komst. Met andere woorden: hij had vast werk nodig – het was geen optie om het er als freelancer op te gokken, zoals sommige medestudenten deden. Na wat vergeefse sollicitaties stapte hij een uitzendbureau binnen. Dan maar niet de journalistiek in.

“Ik kon een baantje als klachtenmedewerker bij Telfort krijgen. Onder mijn niveau, maar ik moest gewoon voor zekerheid kiezen.” Hij besloot om niet te treuren dat het in de journalistiek niet gelukt was, en werkte zich snel op. Inmiddels overziet hij de communicatie naar alle Telfort-klanten. En telt hij de zegeningen van zijn besluit zes jaar geleden.

Het vuurtje brandt nog steeds een beetje

Met zijn huidige baan kan hij zich ‘s avonds richten op zijn hobby’s, vrouw en (inmiddels) twee dochters. “In de journalistiek wordt verwacht dat je altijd beschikbaar bent. Ik vind het bevrijdend dat dat in mijn werk niet zo is.” Ook fijn: het betere salaris. Hij dolt oud-medestudenten die nu in de journalistiek werken weleens met het feit dat hij meer verdient. “Je ziet hetzelfde bij wetenschappelijk onderzoek: het betaalt slecht en er wordt van je verwacht dat je het vak ziet als een roeping.”

Korter douchen

Spijt van zijn studie heeft hij niet. Hij plukt er op de werkvloer van Telfort dagelijks de vruchten van. “De analytische manier van denken en de omloopsnelheid die ik heb geleerd geven mij een enorme voorsprong. Als er op mijn werk een IT-probleem is, zit ik net wat sneller op het juiste spoor.”

Het maatschappelijk engagement van de journalistiek mist hij niet. “Uiteindelijk heeft iedereen in de maatschappij een rol en is alles ergens goed voor, denk ik. Ik fiets om vijf uur naar huis, en dan is het klaar: die rust is me ook veel waard. Voor de maatschappij zorg ik dan wel dat ik wat korter douche.”

En toch: wat als geld geen issue was, hij een journalistieke baan kon krijgen, en ‘s avonds met rust gelaten zou worden? Beetsma: “Ik vind mijn werk nu idioot leuk, maar er is een goede kans dat ik ‘ja’ zou zeggen. Het vuurtje brandt nog steeds een beetje. Maar als ik straks 65 ben en nooit de journalistiek ben ingegaan: helemaal prima.”

Lees ook

Deel 1: ‘Als starter kun je van losse verhalen niet leven’

Deel 2: ‘We maken elkaar als journalisten een beetje gek’

Deel 3: ‘Journalistiek studeren is een goede voorbereiding op een marketingbaan’

Deel 5: ‘Ik dacht altijd dat een hbo-diploma journalistiek niet genoeg zou zijn’

Deel 6: ‘Ik heb een platform om diverse verhalen te vertellen’

Over Menno van den Bos

Menno van den Bos is freelance journalist en schrijft over media en maatschappij. Hij werkt voor Vrij Nederland, NRC, VICE en SVDJ.nl.

Reageer

Geef een reactie

*