‘Als starter kun je van losse verhalen niet leven’

IMG_0360

Jaarlijks studeren honderden journalisten af. Wat komt er van ze terecht? In deze reeks spreken we met mensen die vijf jaar geleden afstudeerden. Sjoerd Arends had verwacht goed te kunnen leven van journalistiek als hij voor grote kranten als NRC zou kunnen schrijven. Dat viel tegen.

“Wat ga ik nu eigenlijk doen?”, dacht Sjoerd Arends (29) toen hij in 2012 na vier jaar “en een beetje” afstudeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht. Passende vacatures waren er niet of gingen gepaard met onmogelijke werkervaringseisen. Hij moest kiezen: van het journalistieke pad af, of het als eenpitter proberen.

Het werd dat laatste. Met frisse moed ging hij schrijven over hoe technologie de samenleving beïnvloedt. Dat was zijn interesse, en leek geschikt om een specialisme van te maken. Aanvankelijk deed hij dat voor kleine (onderwijs)bladen. “Na een half jaar à een jaar durfde ik het aan om bij grote kranten te pitchen. Maar dat was direct ook het moment waarop ik besefte dat ik het op deze manier niet ging redden.”

Niet omdat het niet lukte: Arends publiceerde in onder meer NRC en de Volkskrant. “Maar die verhalen moeten écht van goede kwaliteit zijn: je moet rapporten lezen, mensen interviewen, er veel tijd in steken. Als je daar een paar dagen mee bezig bent, en je kijkt naar het bedrag dat je ervoor krijgt – dan wordt het meer een soort hobby.”

Tekstschrijver

Wat doe je als je de hoogste regionen hebt bereikt, maar er niet van kunt leven? Arends besloot een jaar na zijn afstuderen uit te wijken naar ‘commerciële’ opdrachten. Sindsdien is hij tekstschrijver voor hogescholen en bedrijven – nog steeds op het gebied van technologie. Echt kritisch kan hij niet zijn, maar de vorm lijkt vaak behoorlijk op journalistiek. En: het levert veel meer op.

Ook als het goed loopt, verdien je niet genoeg

Toch was hij destijds teleurgesteld, herinnert hij zich. “Ik dacht altijd: als ik me opwerk, en eenmaal in de Volkskrant of de NRC heb gestaan, dan gaat het wel lopen. Maar ook als het loopt, verdien je niet genoeg. En ik werkte meer dan 40 uur per week. Veel meer.”

Het was een andere realiteit dan hij op de SvJ voorgespiegeld had gekregen. “Bij het vak ‘Freelancen’ leerden we hoe je verhalen pitcht aan grote uitgevers. Als het verhaal dan gekocht werd, zou het allemaal wel goed komen”, zegt hij.

Basishouding

Arends vindt dat de opleiding studenten steviger moet toerusten voor het ondernemen – temeer omdat veel afgestudeerden dat gaan doen. “Een enkeling vindt een baan, een aantal gaat doorstuderen omdat ze geen baan kunnen vinden, en de rest gaat freelancen.”

Overigens doorliep Arends de SvJ met plezier. Hij koos ooit voor journalistiek om overal zijn neus in te kunnen steken, en daar biedt de studie volgens hem alle ruimte toe. “Ik denk dat ik een goede journalistieke basishouding heb ontwikkeld”, zegt hij.

Ik heb op de SvJ geleerd domme vragen te stellen

“Het klinkt misschien vaag, maar je krijgt een bepaalde kijk op de wereld. Je bent kritischer, je laat je minder makkelijk misleiden en kunt scherper informatie verwerken. Je leert ook hoe je complexe onderwerpen vertaalt naar een breed publiek. Door domme vragen te stellen, bijvoorbeeld. Ook leren doelgroepdenken vond ik waardevol.”

De Pegel

Arends wisselt zijn tekstschrijverswerk nog steeds af met ‘echte’ journalistiek (“na een tijdje gaat het altijd weer kriebelen”). Het liefst zou hij het weer meer gaan doen. Maar hoe? Om die vraag te beantwoorden, begon hij met zijn collega-freelancer Erwin van ‘t Hof een speurtocht naar verdienmodellen: De Pegel.

“We zaten Belgische biertjes te drinken en zeiden: moeten we geen poging wagen om uit te zoeken hoe je wél je geld kunt verdienen als freelance journalist? We vonden het te makkelijk om ons neer te leggen bij de conclusie: het werkt niet.”

Met De Pegel stelt het duo nieuwe verdienmodellen op de proef. Hun werkwijze is als het Droste-effect: ze proberen geld te verdienen met journalistiek over geld verdienen met journalistiek. De inspiratie was een Amerikaanse documentaire over productplaatsing, bekostigd met – inderdaad – productplaatsing.

Ik wil me niet neerleggen bij de conclusie: het werkt niet

“We interviewen journalisten over de nieuwe inkomstenbronnen die zij gebruiken. Gaandeweg leren we daarvan en gaan we het zelf toepassen. We schrijven nu een artikel over fondsen voor journalisten, en met die kennis willen we zelf fondsen aanschrijven.”

Nog een voorbeeld: een interview met Jan Jaap Heij, oprichter van Reporters Online, te verkopen via Reporters Online. Van ‘t Hof en Arends probeerden dat platform reeds uit, met een artikel over gesponsorde podcasts. “We moeten nog afwachten wat we daaraan verdiend hebben.”

Met De Pegel hoopt Arends manieren te vinden om zijn carrière een nieuwe journalistieke impuls te geven. Of zijn zoektocht niet een vak op zich zou moeten zijn op de opleidingen? “Dat denk ik wel. Ik kom graag een gastcollege geven op de SvJ.”

Lees ook de andere delen in deze serie:

Deel 2: ‘We maken elkaar als journalisten een beetje gek’
Deel 3: ‘Journalistiek studeren is een goede voorbereiding op een marketingbaan’
Deel 4: ‘Mijn baan buiten de journalistiek voelt als een bevrijding’

Deel dit artikel:

Over Menno van den Bos

Menno van den Bos is opgeleid als antropoloog en journalist. Hij schrijft als freelancer voor verschillende opdrachtgevers over media en maatschappij.

Reageer

  • Zeer herkenbaar. Goede journalistiek kost tijd. De vergoeding voor die tijd komt niet van kranten en meestal ook niet meer van tijdschriften. Met steun van fondsen kun je van het ene journalistieke project naar het andere leven. Andere inkomstenbronnen zijn nodig voor vrijwel iedere zelfstandige die zich met journalistiek werk bezighoudt.

  • Machiel van der Schoot

    Begin in je eigen woonplaats een lokale site als Alphens.nl Bel eens 0654701996. Daar kan je goed van leven. Geen franchise, gewoon 100% eigen baas.