Correspondenten over wisselen van post: ‘Ik moet verbazing voelen’
Nieuws | Op de werkvloer
Als correspondent pak je eens in de zoveel jaar je koffers weer. Op naar een ander buitenland. Saskia Houttuin (NOS) en Emilie van Outeren (NRC) wisselden recent van post, Ana van Es (de Volkskrant) staat aan het begin van een nieuw correspondentschap. Ze vertellen hoe het is om opnieuw te beginnen.
‘Ik moet verbazing voelen, dat lukt beter op plekken die ik niet goed ken’
Ana van Es (de Volkskrant) was ruim vijf jaar Midden-Oostencorrespondent vanuit Beiroet. Daarna was ze vijf jaar terug in Nederland, om een boek te schrijven en verslag te doen van wat er in ons land gebeurt. Deze maand vertrekt ze naar Nairobi, om het nieuws in Afrika te verslaan.
‘Toen ik een paar jaar verslaggever Noord-Nederland was, dacht ik: als ik hier blijf, ben ik voor altijd die vrouw uit Groningen. Ik maakte de overstap naar de verslaggeverij en mocht regelmatig op reis. Tijdens een reportage in Egypte ontdekte ik dat ik in het buitenland in mijn element ben. Ook had ik vanaf het begin iets met de Arabische wereld. In mijn vrije tijd volgde ik een cursus Arabisch en toen ik hoorde dat de post in het Midden-Oosten vrijkwam wist ik: die is voor mij.

Mijn tijd in Beiroet was fantastisch, omdat ik aan de frontlijn van de geschiedenis stond. Dat ik na vijf jaar zou stoppen, was vanaf het begin de afspraak. Het is bij de Volkskrant een regel dat je daarna weer iets anders gaat doen en daar sta ik helemaal achter. En van de ene naar de andere plek in het buitenland hoppen zonder pauze, lijkt me psychisch ook zwaar.
Toch was het ook wennen om terug te zijn in Nederland. Op een nieuwe plek is alles ‘gewoon’ anders, hier moet ik me weer verhouden tot thuis. Terugkijkend was het goed, zowel op persoonlijk als journalistiek vlak. Als je altijd in het buitenland zit, vervreemd je van de krant en de mensen waarvoor je schrijft.
Krankzinnig idee
Toen de post in Afrika onverwachts vrij kwam, dacht ik meteen: dat lijkt me een waanzinnige baan. Dus ik stak mijn vinger op. Het is natuurlijk een krankzinnig idee dat je een heel continent in je eentje gaat verslaan, dat gaat om vijftig landen en 1,6 miljoen mensen. Dat kun je niet allemaal doen, maar je kunt ook een heleboel dingen wél.
Dat in Kenia veel mensen Engels spreken, maakt het werk daar straks een stuk makkelijker. Aan de andere kant weet ik dat toegang krijgen tot een gemeenschap meer vergt dan de taal spreken. Zonder lokale contacten ben ik nergens. Daarnaast weet ik dat ik altijd mezelf meeneem op reportage. Mijn eigen aannames zijn al een paar keer totaal onderuit gehaald. Juist op dat soort momenten weet ik dat mijn werk zin heeft, want de kans is groot dat lezers die aannames ook hadden. Dat, in combinatie met het avontuur, maakt het correspondentschap zo leuk. Ik bedoel: de redactie in een Amsterdams kantoorpand met een bedrijfskantine, best wel saai. Het is toch magisch dat ik vanuit die plek uitgezonden word naar een andere wereld om verhalen te maken?
De komende jaren zit ik goed in Afrika. Plekken waar veel gebeurt, trekken me aan. Ik heb nieuws nodig als houvast. Ook moet ik een zekere mate van verbazing voelen, die vind ik vaker op plekken die ik niet goed ken. In Italië verhalen maken over cultuur en kerkjes, dat heb ik niet in me.’
‘Ik ben niet zo’n correspondent die je overal naartoe kunt sturen’
Saskia Houttuin werkte 8 jaar als correspondent in Afrika, eerst voor RTL Nieuws vanuit Nairobi en daarna voor de NOS vanuit Dakar. Sinds kort doet ze voor de NOS verslag vanuit Parijs.
‘Er was altijd al een stemmetje in mijn hoofd dat zei: je spreekt vloeiend Frans, misschien komt dat nog weleens van pas. Dat dat ook echt zo was, ontdekte ik tijdens mijn eerste baan bij De Wereldomroep. Na enkele reizen naar Afrika, waar in bijna de helft van de landen Frans wordt gesproken, ging de knop om. Wauw, dacht ik tijdens een reportage in de Democratische Rubriek Congo, dit kan dus gewoon mijn baan zijn.

Ik zette mijn zinnen op buitenlandjournalistiek en kon aan de slag bij VPRO’s Bureau Buitenland. Franstalig Afrika bleef mijn interessegebied en ook mijn tweede thuisland Frankrijk [Houttuin is half Frans, red.] stond vol in de aandacht, met name door de aanslag op Charlie Hebdo en later de aanslagen op 13 november 2015, waaronder bij de Bataclan.
Afrika als niche
In die tijd kwam het nog niet in me op om Frankrijk-correspondent te worden, dat was in mijn ogen een seniorpost. Daarnaast zaten er al veel goede journalisten, hoe zou ik daar als 27-jarige tussenkomen? In Afrika zag ik meer een niche.
Dat ik de enige Afrika-correspondent was voor heel RTL was soms ingewikkeld. Als er verkiezingen waren in twee landen tegelijk, dan moest ik altijd kiezen. Toen ik voor de NOS kon overstappen naar West-Afrika en daarnaast een collega zou krijgen [Elles van Gelder, die is gestationeerd in Zuid-Afrika, red.] heb ik niet getwijfeld.
Hoe fantastisch die tijd ook was, na acht jaar was de koek op. Mijn vriend en ik hadden inmiddels twee dochters gekregen en de wens om dichter bij familie te wonen, werd groter. Al het regelwerk dat bij het correspondentschap komt kijken, knaagde aan mijn werkplezier.
Terugkeren naar Nederland lonkte. Tot ineens de vacature vrijkwam voor Frankrijk. Ik ken de NOS en het land goed, ik spreek de taal… Wat hield me tegen? Ik was knettergek als ik het niet zou doen.
Overzichtelijker werken
De voorbereiding was pittig, want er hoorde ook een intercontinentale verhuizing bij de nieuwe baan. Inmiddels ben ik aardig gesetteld. Werken in Frankrijk is veel overzichtelijker. Ik versla ‘maar’ één land, pak de trein als ik ergens naartoe wil en ben vaak dezelfde dag nog ter plaatse. Ik kan sneller en efficiënter werken, nu ik hier zit merk ik hoe fijn dat is en hoezeer ik dat heb gemist.
Wat ik hierna ga doen? Ik heb geen idee. Ik kies een post aan de hand van mijn persoonlijke band met het land, ik ben niet zo’n correspondent die je overal naartoe kunt sturen. Voor mij is Frankrijk het summum, voorlopig zit ik hier goed.’
‘Een correspondentschap dat wat ‘marginaler’ voelt, biedt juist vrijheid en avontuur’
Emilie van Outeren is sinds 2023 Amerika-correspondent in Washington voor NRC. Eerder was ze ruim vier jaar correspondent in Midden-Europa en de Balkan, en daarvoor werkte ze als verslaggever politiek en defensie voor dezelfde krant.
‘Vanaf het moment dat ik de oorlogen in voormalig Joegoslavië op tv zag, wist ik dat ik correspondent wilde worden. Het hoogste doel was toch wel de VS. Mijn moeder is hier geboren, ik heb hier familie wonen en ben veel met het land bezig geweest tijdens mijn studie Geschiedenis.

Toen in 2016 die knotsgekke republikeinse primaries waren, met Rubio, Cruz en Trump, zei ik tegen mijn chef: goh, is dat niet een beetje veel voor één correspondent, hebben jullie al nagedacht over versterking tijdens de verkiezingscampagne? Daarop mocht ik een paar maanden naar Washington. Het was knetterhard werken en fantastisch. Die periode bevestigde dat ik correspondent wilde worden. Waar maakte me eigenlijk niet zo veel uit. Midden-Europa was de eerste kans die voorbij kwam en ik zei ja.
Honderd man op een voetbalveldje
Ik gun iedere journalist een correspondentschap dat wat ‘marginaler’ voelt. Juist op zo’n plek is vaak veel vrijheid, journalistiek plezier en avontuur te vinden. In Den Haag sta je met honderd man op een voetbalveldje en iedereen wil scoren, in het buitenland werk je juist samen met andere media. Omdat de krant niet iedere dag zit te wachten op een stukje van jou, kun je meer je eigen selectie maken, creatiever zijn en accenten zetten. In de VS denk ik weleens: wat kan ik nog vertellen wat niemand weet?
Ik was na vier jaar nog niet klaar met Midden-Europa, maar de kans om naar Amerika te gaan kwam voorbij en dat was nog steeds mijn droom. Ik was op dat moment zeven maanden zwanger, solliciteerde en kreeg de baan.
Links en rechts ingehaald
Mijn vorige post vond ik spannender, maar dat heeft er vooral mee te maken dat ik toen in een andere levensfase zat. Toen kon ik de trein naar Boedapest pakken, doorreizen naar de Balkan, twee weken wegblijven en daarna wel weer verder zien. Dat gaat niet meer nu ik een peuter heb. Ook moet ik in de VS veel sneller handelen naar de actualiteit. Als ik in Polen even de tijd nam voor een artikel, dan werd ik niet links en rechts ingehaald door andermans verhalen.
Wat weer een verademing is in Amerika, is dat ik iedereen versta. Het is een totaal andere manier van werken dan altijd met vertalers en fixers te werken, waardoor toch details lost in translation raken. Ik leefde als expat in Warschau, terwijl ik hier echt onderdeel van de samenleving ben: ik ben samen met een Amerikaan, mijn dochter gaat hier naar de crèche, ik heb veel meer contact met mijn buren.
Voorlopig zit ik hier goed, maar uiteindelijk wil ik terug naar Nederland. Het grootste deel van de 19 jaar die ik voor NRC werk, heb ik niet op de centrale redactie gewerkt. Terwijl ik dat ook heel leuk vind.’
