Een euro per Zuid-Hollander om de journalistiek in de provincie te redden

De provincie Zuid-Holland maakt zich zorgen over de journalistiek in de provincie. Daarom vroeg ze de Universiteit Leiden om onderzoek te doen naar de staat van het medialandschap en de manier waarop steun mogelijk is. Vandaag verschijnt het rapport over de disbalans die onderzoekers De Jong en Koetsenruijter aantroffen. En over de oplossingen in de vorm van meer redactiekracht, een nieuw mediacentrum of een mediafonds.

Door: Jaap de Jong en Willem Koetsenruijter

Het afgelopen halfjaar onderzochten we nieuwsmedia in Zuid-Holland. We deden dat in opdracht van de provincie. Die had te kennen gegeven dat ze zich zorgen maakte over de lokale en regionale journalistiek en dat er wat geld beschikbaar was. Kon de Universiteit Leiden niet eens in kaart brengen hoe het gesteld is met het medialandschap en tegelijk adviseren hoe de provincie dat geld het beste zou kunnen uitgeven?

Verlaten bureaus

Met die opdracht reisden wij en enkele van onze studenten de afgelopen zes maanden naar de Zuid-Hollandse steden en naar gemeenten als Albrandswaard, Papendrecht en Teylingen. We spraken daar niet alleen met journalisten en directeuren van nieuwsorganisaties, maar ook met communicatieprofessionals van gemeenten. En allemaal legden we ze twee vragen voor: hoe is het gesteld met het plaatselijke medialandschap en hoe kan de provincie geld voor ondersteuning het beste besteden?

Al die interviews laten een eensluidend geluid horen: de verschuiving van print naar digitaal en van betaald naar ‘gratis’ nieuws levert een gefragmenteerd medialandschap op met verschillende platformen, formats en media. Een ontwikkeling die niet bepaald leidt tot hogere kwaliteit en meer diepgang in de journalistiek. Grotere gemeenten worden in kwantitatief opzicht redelijk bediend; kleinere gemeenten zien een afnemend nieuwsaanbod. Hoewel er groei is in de online nieuwsvoorziening, is print nog steeds de kurk waarop de uitgevers drijven. Print en radio- en televisiezenders hebben de afgelopen jaren behoorlijk wat fte’s moeten inleveren. Er is ruimte voor verbetering: kleinere nieuwsorganisaties drijven voor een groot deel op vrijwilligers. Lokale omroepen staan op omvallen.

Heel treffend was onze ontmoeting met een journalist van een uitgever van huis-aan-huisbladen. Hij leidde ons naar een lege verdieping met tientallen verlaten bureaus. ‘Hier zat vroeger twintig fte. Nu doen we het met twee en wat freelancers. Ik ben nu meer regisseur dan journalist.’

Disbalans

Disbalans is een term die de situatie goed typeert. Iedereen vindt lokale journalistiek belangrijk, maar er wordt relatief weinig geld voor uitgetrokken. Aan de ene kant slinkt het aantal professionele journalisten, terwijl aan de andere kant de gemeenten steeds meer communicatieprofessionals in dienst hebben. Die disbalans is er ook tussen het grote aantal nieuwsmedia (we vonden er meer dan 400 in Zuid-Holland) en de feitelijke nieuwskwaliteit met heel veel persberichtnieuws en weinig diepgang. Moet een zo belangrijke maatschappelijke functie afhankelijk zijn van zulke beperkte budgetten en van zo veel vrijwilligers? De behoefte aan ondersteuning is urgent: als de journalistiek eenmaal is verdwenen uit een gebied, krijg je die niet gemakkelijk weer terug.

Overal in het land (en trouwens ook in de rest van de wereld) zien we initiatieven om de lokale en regionale journalistiek door overheden te ondersteunen. Dat is niet gemakkelijk. De problemen zijn niet met een eenmalige financiële injectie op te lossen en de verhouding tussen commerciële en door de overheid bekostigde nieuwsondernemingen zorgt voor een ongelijk speelveld dat samenwerking in de weg staat.

Waakhond

En zo wordt het steeds moeilijker om lokale, kleinschalige journalistiek als een verdienmodel te exploiteren. Communicatieprofessionals, politici en journalisten zelf onderschrijven het belang van een kritische, onafhankelijke en diepgravende journalistiek. En bestuurders geven aan dat ‘goede journalistiek je scherp houdt.’

Er is steeds meer draagvlak om de journalistiek te ondersteunen uit publieke middelen. Lokale journalistiek moet vanwege de waarde voor de samenleving en de informatieve, kritische en bindende functie gezien worden als een merit good waar een overheid — de samenleving — voor kan betalen.

Geen symboolpolitiek

We formuleren in het onderzoek een aantal criteria voor de versterking van de journalistiek. De onafhankelijkheid van de journalistiek is het belangrijkste. Daarnaast moet de steun vooral gaan naar kleinere gemeenten: daar is de nood het hoogst. Met kleine bedragjes en incidentele hulp is niemand geholpen en steun moet daarom structureel en van langere duur zijn. Hoeveel is dan genoeg? Wij adviseren minstens 3,5 miljoen per jaar: een euro per Zuid-Hollander.

Die versterking moet kunnen gaan naar door de overheid bekostigde nieuwskanalen, maar ook naar commerciële spelers. Steun moet zich vooral richten op diepgravende en kritische journalistiek waar nu geen tijd voor is. Nieuws over kleine gebeurtenissen —  de brandjes en de te water geraakte huisdieren —  is er genoeg.

Op grond van deze criteria ontwikkelden we drie scenario’s: Redactiekracht, Mediacentrum en Mediafonds.

Redactiekracht

Met het scenario Redactiekracht wordt arbeidskracht aan lokale nieuwsredacties toegekend, bijvoorbeeld 1 fte per gemeente. Dit scenario lijkt op het Deense model en het BBC-model van mediaversterking. Redacties in kleinere gemeenten profiteren er meer van dan grote redacties in grote gemeenten.

Mediacentrum

Het scenario Mediacentrum voorziet in de oprichting van een regionaal nieuwscentrum in Zuid-Holland voor lokale journalistiek waar journalistieke halffabrikaten worden geproduceerd. (Artikelen, foto-, video-, en radioproducties die voor alle Zuid-Hollandse nieuwsmedia vrij te gebruiken en aan te passen zijn.) Het centrum is een provinciaal persbureau, een journalistieke hub die eveneens voorziet in opleiding en een platform vormt voor samenwerking.

Mediafonds

Het derde scenario behelst een mediafonds zoals het Leidse fonds of het Groningse: enkele malen per jaar verdeelt een onafhankelijke commissie een bedrag onder ingediende journalistieke projecten.

De keuze is nu aan de provincie. Na de verkiezingen hebben de gedeputeerden van Zuid-Holland een unieke kans te tonen hoe belangrijk zij de lokale en regionale media vinden. Geen symboolpolitiek: de disbalans vraagt om stevige en onorthodoxe maatregelen. Met een euro per inwoner per jaar kan de provincie zich al positief onderscheiden.

Dit onderzoek is uitgevoerd door de Universiteit Leiden in opdracht van de Provincie Zuid-Holland.
Download hier het volledige rapport als PDF.

Op 25 april 2019 presenteert het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek een grootschalig onderzoek naar de nieuwsvoorziening in de grootste steden van Nederland. Het onderzoek richt zich op het medialandschap, nieuwsgebruik, nieuwsaanbod en het nieuwsecosysteem van Utrecht, Amsterdam, Den Haag en Rotterdam. Aanmelden voor deze onderzoekspresentatie in Nieuwspoort Den Haag kan hier.

We brachten eerder al in kaart welke fondsen er zijn voor lokale journalistiek verspreid door het land. Bekijk hier de kaart en laat het ons weten als we deze kunnen aanvullen.