Een laatje met 50 sporters: hoe de necrologie in de krant tot stand komt
Nieuws | Op de werkvloer
De necrologie is al een journalistiek genre sinds de negentiende eeuw. Maar niet iedereen krijgt na diens overlijden een portret in de krant. Jaap Bloembergen (NRC), Hans Goossen (De Limburger) en Evert de Vos (De Groene Amsterdammer) vertellen hoe ze beslissen aan wie er een in memoriam wordt gewijd, en wat ze wel en niet benoemen. ‘De beste necrologie schrijf ik als ik niet voorbereid ben.’
In de lade van Jaap Bloembergen liggen vijftig sporters klaar. Van allemaal heeft hij het in memoriam al paraat. Zodra een van deze mensen overlijdt, is het voor NRC een kwestie van de juiste datum invullen, de laatste details bijwerken en publiceren. Tegenwoordig zit Bloembergen aan de Middentafel bij de krant (de redacteuren van de Middentafel zijn verantwoordelijk voor de indeling van de website en de krant, red.), maar jarenlang werkte hij als sportverslaggever. Vanuit die expertise werkt hij nu één dag per week de map met necrologieën bij. ‘We hebben de regel: voor wie boven de tachtig en behoorlijk belangrijk is, moet de necrologie klaarstaan.’ Door het overlijden van Johan Neeskens werd Bloembergen overvallen: net 73, dus hij stond nog lang niet op de lijst. ‘Die heb ik in anderhalf uur geschreven,’ zegt Bloembergen. Met verdriet in zijn lijf om het heengaan van zijn voetbalheld. ‘De beste necrologie schrijf ik toch als ik niet voorbereid ben.’
Krenten in de pap
Het geheim van een goede necrologie is de anekdote – terwijl een opsomming het stukje juist de das omdoet. Wikipedia bestaat, dus waarom zou je alle clubs, aantal wedstrijden, doelpunten en transfers herhalen? Bloembergen had een in memoriam van Franz Beckenbauer klaarstaan: Duitslands beste voetballer aller tijden en de beschermheilige van Bayern München. Aan het einde van het stuk memoreerde Bloembergen diens vrije levensstijl in het conservatieve Beieren: drie keer getrouwd, tweemaal gescheiden en bij een secretaresse een kind verwekt. Beckenbauers reactie op een lastige vraag over zijn derde huwelijk zei alles: ‘Der liebe Gott freut sich über jedes Kind’ – de goede God ontfermt zich over ieder kind. Bloembergens stem vibreert als die alinea ter sprake komt: ‘Dát zijn gewoon de krenten in de pap. Die anekdote zegt veel over hem.’
Wie wordt het deze week? Bij De Groene Amsterdammer wacht men zo lang mogelijk met de beslissing wie er op de laatste pagina verschijnt, legt redactiechef Evert de Vos uit. Er liggen geen voorgebakken broden op de plank. In samenspraak met hoofdredacteur Xandra Schutte hakt hij op uiterlijk op vrijdag de knoop door en maandagmiddag om 13:00 moet er een necrologie liggen van 800 tot 850 woorden. Eén pagina.
Wij houden van rare leuke types, mensen die eigenwijs zijn geweest
Evert de Vos, necrologieschrijver De Groene Amsterdammer
De lichtelijk anarchistische houding komt ook naar voren in de keuze van de onderwerpen. ‘Wij houden van rare leuke types,’ vertelt De Vos. ‘Mensen die eigenwijs zijn geweest en eigen keuzes hebben gemaakt. En ook de linker progressieve hoek met kunstenaars.’ Zelf houdt De Vos ook van verhalen over bijvoorbeeld wetenschappers die bij een groter publiek onbekend zijn, maar die wel goed passen bij het profiel van De Groene Amsterdammer en het trouwe lezerspubliek. En als De Vos het even niet weet, dan slaat hij de Wikipediapagina met recent overledenen erop na.
Vanwege de schaarse ruimte moet een necrologie bij De Groene ‘een scherpe invalshoek’ hebben, vindt De Vos. En wat betekent dat? ‘Niet een gewone levensbeschrijving.’ Door te kiezen voor twee of drie kenmerken en deze goed op papier te zetten, kun je een levensverhaal mooi vertellen – als een pars pro toto. De Vos wil dan ook geen plichtmatige feitjes over een ziekbed of nabestaanden, maar een ‘eerbetoon’ aan het leven.
In de gevarenzone
Als er een bekende Limburger overlijdt, komt er bij De Limburger steeds een discussie op gang, vertelt Hans Goossen. ‘Moeten we niet meer necro’s klaar hebben liggen van mensen die in de gevarenzone zitten?’ Daar zitten ook nadelen aan, merkt hij: sommige mensen blijken bijkans het eeuwige leven te hebben. ‘Die necrologieën moet je dan toch weer actualiseren op het moment dat het onverhoopte gebeurt en daar heb je ook weer veel werk aan.’
Er zit ook een wrange bijsmaak aan vooruitwerken. Goossen hoorde van een medium dat voxpopjes haalde over een bekendheid die nog niet was overleden. ‘Ik vond dat wel ver gaan.’ Hij schetst de situatie: hallo, kun je even doen alsof hij of zij dood is? ‘Dan moet je niet bij goede vrienden of bekenden zijn.’
Vervelend karakter
Over de doden niets dan goeds, maar als necrologieschrijver blijf je journalist. Hoe ga je om met netelige kwesties? Bij het overlijden van Johan Cruijff in maart 2016 maakte NRC een speciale bijlage. Alle auteurs kwamen superlatieven tekort. De Verlosser. Beste voetballer ooit. Ook in Bloembergens hart had Cruijff een speciaal plekje. Toch ging de journalist naar zijn chef. ‘Cruijff had ook een heel vervelend karakter, hè?’ Bloembergen somt de nukken van de voetballer op: ruzies, het pesten van collega’s, intriges, journalisten die hij voor zijn karretje spande. ‘Het was alsnog uit balans met die acht hagiografieën, maar ik vond dat het geschreven moest worden.’
Een in memoriam moet geen afrekenstuk worden waarin je iemand nog even postuum te kakken zet
Hans Goossen, necrologieschrijver De Limburger
De Vos kijkt verschrikt als hij zijn eigen woorden uit de necrologie van politicoloog Hans Daalder uit 2016 hoort. Hij memoreerde dat Daalder oud-collega Lucas van der Land postuum laf had genoemd, terwijl Van der Land als scholier met gevaar voor eigen leven een staking tegen de Jodenvervolging had georganiseerd. De Vos bracht het minder dappere oorlogsverleden van Daalder ter sprake: ‘De familie Daalder had in de oorlog ook overwogen een joodse jongen in huis te nemen, bekende Daalder later in Elsevier, maar opa Daalder vreesde de consequenties en dus werd ervan afgezien.’ ‘Dat is achteraf gezien wel hard, ja,’ vindt De Vos. ‘Ik werd erdoor getroffen dat Daalder een verzetsheld laf durfde te noemen.’
Waarheidsgetrouw beeld
Het blijft op eieren lopen, vindt Goossen. ‘Als journalist moet je natuurlijk een zo waarheidsgetrouw mogelijk beeld schetsen, maar het moet geen afrekenstuk worden waarin je iemand nog even postuum te kakken zet.’ Voor De Limburger onthulde Goossen de malafide praktijken van de Venlose VVD-politicus Jos van Rey. Toen diens zakenpartner Piet van Pol overleed noemde hij die kwestie wel in de necrologie, maar maakte daar niet de hoofdzaak van. ‘Iemand is meer dan een corruptieaffaire van een paar jaar. Probeer wel respect te tonen voor de overledene.’
Goossen is ook voorzichtig met het bellen van nabestaanden. ‘Als iemand op 99-jarige leeftijd overlijdt, is dat toch wat minder dramatisch dan een persoon die door een ernstig ongeluk om het leven komt.’ In zo’n geval ligt het wat hem betreft minder voor de hand om familie en vrienden te bellen. Media-ervaring van nabestaanden speelt ook mee – en of de overledene een publieke functie had. Als een politicus ernstig ziek is, kun je voorzichtig partijgenoten benaderen, legt Goossen uit.
Er is één geval waarvan alle drie vinden dat je wél contact kunt opnemen. NRC heeft een pagina voor relatief onbekende, bijzondere overledenen, De Limburger in het verleden ook. Te ‘klein’ voor een necrologie, maar wel een boeiend leven. Zo’n artikel kan weken, soms maanden later verschijnen. Goossen: ‘Dat maakt het ook makkelijker om mensen in de directe omgeving te benaderen. Je krijgt dan ook een mooier beeld van de overledene dan in de week na zijn dood.’
