Geen ‘crime passionel’ maar femicide: media reflecteren op hun taal over geweld tegen vrouwen
Nieuws | Vernieuwing
Als journalisten verslag doen van geweld tegen vrouwen, resulteert dat soms in ongelukkige keuzes. Journalist Zoë Papaikonomou en instanties als Atria en Women Inc wijzen hen erop. Hoe kan het dat het regelmatig misgaat en waar kunnen media op letten als ze verslag doen van deze gevoelige onderwerpen? ‘Ook journalisten zijn niet vrij van vooroordelen en zien het soms gewoon niet.‘
Een veroordeelde stalker die wordt geïntroduceerd als ‘gezinsman in hart en nieren’, een volwassen man die ‘seks had’ met een 14-jarig meisje. Als het gaat over misbruik en (psychisch) geweld tegen vrouwen, gebruiken media soms ongelukkige formuleringen. En op die formuleringen komt regelmatig kritiek. Bijvoorbeeld van journalist en podcastmaker Zoë Papaikonomou, die op LinkedIn en Instagram media ter verantwoording roept – vaak op basis van tips van volgers. Regelmatig leiden haar posts ertoe dat media koppen aanpassen.
Een voorbeeld van zo’n door Papaikonomou besproken kop is: ‘Basisschoolleraar die honderden erotische foto’s van minderjarigen en misbruikvideo’s deelde, barst in tranen uit: ‘Ik verdien straf, maar alstublieft niet in de gevangenis’ van het Noordhollands Dagblad. Op sociale media reageerden veel mensen kritisch. Terecht, zegt hoofdredacteur Corine de Vries. Naaktbeelden van minderjarigen zijn geen vorm van erotiek, maar een misdrijf. Daarnaast is het inzoomen op de gevoelens van de dader respectloos richting slachtoffers. Haar redactie paste de kop aan.
Nog te weinig discussie
De Vries greep het eerdergenoemde incident aan om in gesprek te gaan met verslaggevers, redactiechefs en eindredacteuren. Die gesprekken gingen over het perspectief bij verslagen over rechtszaken: wanneer volg je het perspectief van de verdachte, en wanneer dat van het slachtoffer? En welke woorden gebruik je? ‘Zeker als er kinderen bij een zaak betrokken zijn, moeten we niet van seks of porno spreken, maar misdrijven en geweld,’ geeft ze als voorbeeld. ‘En mensen goed laten tegenlezen.’
Als je wordt aangesproken op fouten, moet je daar serieus naar kijken
Joris Gerritsen, hoofdredacteur de Gelderlander
Ook de Gelderlander en De Stentor werden onlangs door lezers op de vingers getikt. Het ging om de kop ‘Zo krijgt een vreemde man via Roblox een 6-jarig meisje zo ver om naaktfoto’s te sturen’ die op de websites van beide kranten verscheen. De kritiek was terecht, zegt hoofdredacteur van de Gelderlander Joris Gerritsen. Bij seksueel misbruik van minderjarigen mag nooit de suggestie gewekt worden dat het slachtoffer iets heeft uitgelokt of over zichzelf afgeroepen. ‘Als je op zoiets aangesproken wordt, moet je daar heel serieus naar kijken en er eerlijk in zijn dat iemand gelijk heeft.’ Dat het om een doorplaatsing van een stuk uit zustertitel BN DeStem ging, had volgens hem geen verschil mogen maken. ‘Ik blijft verantwoordelijk voor wat er op ons platform verschijnt.’ En dus werd de kop uiteindelijk aangepast naar: ‘Meisje (6) in een kwartier misbruikt via online spel Roblox: experts waarschuwen ouders’.
Bij de Gelderlander wordt de laatste tijd gediscussieerd over het taalgebruik dat de krant kiest bij gevoelige kwesties zoals kindermisbruik, zegt Gerritsen, maar: ‘Als ik eerlijk ben nog te weinig.’ Volgens de hoofdredacteur zou het goed zijn om de gesprekken met meer collega’s te voeren dan ‘vanzelf’ gebeurt. Niet alleen met redactiecollega’s die zich er al actief mee bezighouden of die kritiek uiten.
Irrelevante details
Hoe kan het dat media regelmatig de plank misslaan als het gaat om misbruik en geweld richting vrouwen? Dat heeft meerdere oorzaken, zeggen Britt Myren en Paula Thijs. Ze zijn onderzoekers bij Atria, een kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis dat regelmatig wijst op problematische formuleringen in de media.
Myren en Thijs hielden vorig jaar journalistieke artikelen tegen het licht en zagen onder andere dat er soms zachte bewoordingen worden gebruikt voor ernstige misdrijven. Neem bijvoorbeeld de eerdergenoemde formulering ‘erotische foto’s’ voor naaktbeelden van kinderen. Of de keren dat femicide of partnergeweld wordt omschreven als een ‘familiedrama’, ‘relatieconflict’ of ‘crime passionel’. Ook viel het hen op dat er regelmatig irrelevante details over slachtoffers worden vermeld. Bij een moord door een ex-partner werd bijvoorbeeld vermeld dat de vrouw inmiddels een andere vriend had, of dat ze alleen naar huis fietste toen er een misdrijf plaatsvond. ‘Dat leidt tot victimblaming’, aldus Thijs.
Stijlboeken en afspraken zijn vaak een papieren realiteit, ze worden te weinig levend gemaakt en onderhouden
Zoë Papaikonomou, journalist en podcastmaker
Volgens Papaikonomou komen redactionele missers vaak voort uit de manier van werken op redacties. Er is vaak haast, journalisten werken snel en leven de ‘regels’ niet altijd na. ‘Ik weet dat er op heel veel plekken wel stijlboeken of afspraken zijn, maar dat is vaak een papieren realiteit. Ze worden te weinig levend gemaakt en onderhouden.’ Daarnaast wijt ze fouten aan gebrek aan kennis over gevoelige onderwerpen, vooroordelen en patriarchaal denken. ‘De manier waarop we naar vrouwen kijken, hoe ze behandeld worden en hoe we bereid zijn dat te benoemen, zit verweven in onze maatschappij. Ook journalisten zijn niet vrij van vooroordelen en zien het soms gewoon niet.’
Belangenorganisatie Women Inc, die zich inspant om de positie van vrouwen te verbeteren, benadrukt in haar stijlgids voor communicatie dat victimblaming met name ontstaat wanneer de focus op het slachtoffer komt te liggen en de dader naar de achtergrond verdwijnt. Het helpt om actieve zinnen te schrijven, stelt de organisatie, waarin de dader wordt benoemd. Dus: ‘Man betast vrouw’ in plaats van ‘Vrouw werd betast.’
Balanceeract
Verantwoordelijkheid toekennen aan de dader moet echter niet verward worden met het centraal stellen van het daderperspectief, zeggen Myren en Thijs van Atria. Dat laatste betekent: te veel ingaan op de kant van de dader, bijvoorbeeld door te vermelden dat het een leuke buurman is, een goede onderzoeker of een getalenteerd muzikant. Of, zoals in het voorbeeld uit het Noordhollands Dagblad, dat de dader in tranen uitbarst. ‘Dat legt de nadruk op het menselijke gezicht van de dader ten koste van het slachtoffer,’ zegt Myren. Het gebeurde bijvoorbeeld bij de recente rechtszaak van Ali B, waarover Nu.nl bijvoorbeeld kopte: ‘Ali B in laatste woord: ‘Zoon vroeg of het klopt dat papa de gevangenis in gaat”.
Toch kan het karakter van de dader wel degelijk relevant zijn voor een verhaal, vindt hoofdredacteur De Vries. Bijvoorbeeld om de verbazing van een gemeenschap te duiden, en mensen alerter te maken op het feit dat je niet aan iemands gezicht kunt zien waar diegene toe in staat is. ‘Maar we merken dat het ook irritatie kan opwekken, bij lezers die het als goedpraten zien. Het is een balanceeract.’
Maatschappelijke relevantie
Volgens de Atria-onderzoekers en Women Inc is het ook belangrijk om een breder perspectief te bieden. Beide partijen wijzen erop dat media geweld van mannen richting vrouwen veelal als geïsoleerde incidenten beschrijven, in plaats van als een breed maatschappelijk probleem met onderliggende patronen. Ook gaat het vaak over onbekende daders, terwijl de dader in veel gevallen juist een bekende is van een slachtoffer, zoals een ex-partner. Myren: ‘Dat willen we niet zien of het is niet nieuwswaardig genoeg. Het frame van de onbekende man in de bosjes wordt vaak uitvergroot.’
De Vries legt uit waarom haar krant de ene zaak meer aandacht geeft dan de andere. ‘We zijn kritischer gaan kijken naar het maatschappelijk belang van een zaak. Is het puur een familieomstandigheid of gaat het om iemand die veel breder binnen een gemeenschap schade aanricht?’ Thijs van Atria zou het graag anders zien. ‘Wat in huiselijke sfeer gebeurt, kenmerkt juist het maatschappelijk probleem en heeft daarom per definitie maatschappelijke relevantie. Ook al is het misschien niet spannend of nieuwswaardig genoeg als incident.’
Ondertussen ziet Papaikonomou steeds vaker dat media haar kritiek ter harte nemen en reflecteren op wat er fout gaat. ‘Reflectie is vaak iets moeizaams in de journalistiek, maar ik krijg steeds vaker respons van mensen die erover nadenken, hun werk aanpassen en het gesprek aangaan. Er wordt minder in de verdediging geschoten.’
