Even een quote halen en weer weg – of kun je als journalist ook iets brengen?
Nieuws | Op de werkvloer
In Noord-Zweden strijden de Sámi tegen de gevolgen van de groene transitie. Het nomadische volk worstelt met mijnwerkzaamheden, bosbouw en de bouw van windmolens. Ze vinden het fijn dat media verslag doen van hun problemen, maar voelen zich ook vaak door hen gebruikt. Wat kunnen journalisten doen om dat te voorkomen? ‘Zorg voor de mensen die uiteindelijk jouw reportage maken.’
Het regent pijpenstelen terwijl Henrik Andersson koffiezet in zijn afgelegen berghuis. Een paar weken geleden verzamelde hij, samen met de andere rendierhoeders van de Gällivare Sámi-gemeenschap, de kalveren om hen van een oormerk te voorzien. Al eeuwenlang merken de Sámi hun rendieren om te laten zien bij wiens kudde ze horen. Een paar weken lang leefde Andersson ‘s nachts, omdat de rendieren dan minder last hebben van de hitte en de muggen. Nu zijn dag- en nachtritme hersteld is komt een interview hem beter uit.
Op dit soort vrije dagen schuift hij achter zijn laptop om te reageren op de vele interviewverzoeken die hij krijgt. Net als andere Sámi ervaart Andersson de gevolgen van de groene transitie. Waar rendierhoeders in andere gebieden worstelen met mijnwerkzaamheden, bosbouw en de aanleg van stuwdammen, voert hij al jarenlang een gevecht tegen de bouw van windmolens. ‘Ze willen ons land in beslag nemen. Zodra je je daartegen verzet, krijgt de zaak nieuwswaarde en willen journalisten je interviewen. Daardoor komt er steeds meer op je af en ben je er constant mee bezig: overleggen met advocaten ter voorbereiding van een rechtszaak, reageren op de media, meewerken aan films en documentaires… We hebben onze tijd nodig voor andere dingen, maar als we geen interviews geven verliezen we ook, omdat we ons verhaal moeten vertellen. Nu verdrinken we in vragen en projecten.’

Een artikel of documentaire levert je misschien iets op in de toekomst, maar daar heb ik steeds minder vertrouwen in
Henrik Andersson, rendierhoeder
Zijn ervaring is dat journalisten daar te weinig rekening mee houden. Ze zijn vaak op zoek naar een snelle reactie op actuele onderwerpen, maar die snelheid botst met het tempo waarin de Sámi leven. ‘We hebben een compleet ander dagritme, maar toch word ik vaak om acht uur in de ochtend wakker gebeld door journalisten of analisten. Natuurlijk begrijp ik dat er soms een snelle reactie nodig is, maar het blijft dubbel. Na zo’n nacht werken ben je uitgeput, dan is het echt niet makkelijk om de juiste dingen te zeggen in een interview. Zeker niet in het Engels.’
Lege handen
Andersson en andere Sámi komen vaak in aanraking met journalisten met een extractivistische houding. Zij komen een verhaal halen bij de gemarginaliseerde gemeenschap, maar laten de geïnterviewde met lege handen achter. Zo herinnert Andersson zich een Franse documentairemaker. ‘Ze wilde dagenlang met mij rondrijden door het gebied waar onze kudde rondliep, maar dat is onmogelijk. Ik praat graag over onze cultuur, maar heb slechts een klein inkomen door mijn rendieren, dit kost me te veel.’ Als een journalist oprecht geïnteresseerd is en zich volledig inzet voor het verhaal van de Sámi werkt Andersson graag mee, maar hij heeft het gevoel dat hij vaak wordt gebruikt voor iemands eigen gewin. ‘Een artikel of een documentaire helpt je niet overleven. Het levert je misschien iets op in de toekomst, maar ook daar heb ik steeds minder vertrouwen in.”
Extractivisme is een economisch systeem dat grondstoffen uit een bepaalde regio verzamelt om het voor winst te exporteren. De oorspronkelijke bewoners van het gebied zelf worden berooid achtergelaten. Op een vergelijkbare manier kunnen journalisten zich schuldig maken aan extravisme: als zij een groep mensen uitsluitend beschouwen als een bron van verhalen, en niet als een gemeenschap. De journalist komt dan om een specifieke quote, emotie of een specifiek verhaal op te halen en heeft nauwelijks geïnvesteerd in het begrijpen van de historische of culturele context.
Toch is het niet geheel te voorkomen dat journalisten gebruikmaken van de geïnterviewde, legt Baldwin van Gorp uit. Volgens de hoogleraar Journalistiek aan de KU Leuven bevat de journalistiek altijd elementen van extractivisme. ‘Het is inherent aan de journalistiek, omdat journalisten afhankelijk zijn van bronnenmateriaal en interviews met mensen met expertise en kennis. Vaak is er sprake van een soort gelijkwaardigheid en wisselwerking, waardoor ook de bronnen een voordeel hebben bij de media-aandacht voor hun topic. Dan is er niks aan de hand. Maar als er sprake is van onevenwicht en als de mensen zelf geen rechtstreeks baat hebben bij, of zelfs nadelen ondervinden van die media-aandacht, dan moeten journalisten zichzelf de vraag stellen: kan ik ook iets voor hen betekenen? Of zelfs terughoudender zijn en het onderwerp links laten liggen.’

We komen overal binnenvallen, filmen, fotograferen, stellen vragen en zijn weer weg. Ons verhaal, dat is waar het om draait
Baldwin van Gorp, hoogleraar journalistiek KU Leuven
Ook op Van Gorp wordt regelmatig een beroep gedaan door media. ‘Dat hoort bij mijn werk en ik zie daar het voordeel van in. Het is fijn dat men naar mij wil luisteren en de publicatie van een stuk kan ervoor zorgen dat andere mensen kennis met mij maken. Maar journalisten vinden het heel vanzelfsprekend dat dit gebeurt. Wij moeten als wetenschappers constant klaarstaan om direct naar de studio te komen of om tijd te maken voor vragen, terwijl we heel planmatig bezig zijn. Voor journalisten is het te vanzelfsprekend dat mensen blij zijn met de aandacht die zij geven aan een onderwerp.’
De macht om te kiezen
Als journalisten niet oppassen, lopen ze het risico dat mensen niet meer met hen in gesprek willen, zegt Van Gorp. ‘En dan kan je je werk niet meer doen.’ Dat is geen doemscenario, maar de harde realiteit. Steeds meer groepen in de samenleving worden zich ervan bewust dat het journalistieke bedrijf niet altijd op basis van gelijkheid gebeurt, maar dat er een machtsverschil zit. Journalisten hebben de macht om te kiezen welke verhalen er verteld worden. Van Gorp: ‘We komen overal binnenvallen, filmen, fotograferen, stellen vragen en zijn weer weg. Ons verhaal, dat is waar het om draait. We zouden er goed aan doen om erbij stil te staan dat we die mensen misschien aan het gebruiken zijn en dat we ons verheven voelen, met alle gevolgen van dien.’
‘Niet alleen in Zweden, maar ook binnen Nederland en België zie je dat bepaalde groepen niet meer met reguliere media willen spreken. Neem bijvoorbeeld mensen met een migratieachtergrond. Zij komen vaak op een negatieve manier in het nieuws en dan ook nog om een negatief verhaal te vertellen of te bevestigen. Uiteindelijk willen zij niets meer met de media te maken hebben.’
Nazorg bieden
Om ongelijkheid in de verhouding tegen te gaan zou Andersson graag een financiële tegemoetkoming zien van journalisten die langere tijd met hem optrekken. Van Gorp begrijpt dat dat om diverse redenen geen optie is. Daarom benadrukt hij het belang van nazorg. ‘Journalisten bellen zelden na publicatie terug om te vragen of de geïnterviewde nog reacties heeft gehad op het stuk en hoe hij die reacties ervaart. Dat zouden ze naar mijn gevoel meer moeten doen.’
Daarnaast mogen journalisten zich meer bewust zijn van hun bevoorrechte positie, vindt Van Gorp. Er is in de regel niet direct sprake van gelijkheid tussen de journalist en de mensen die hij interviewt, of waar hij een reportage over maakt. Die gelijkheid kan onder andere gecreëerd worden door inspraak te bieden in het eindproduct. ‘Natuurlijk hoef je de controle niet uit handen te geven, maar het is ook een taak van journalistiek om mensen inzage en transparantie te geven. Als journalist moet je niet uitgaan van je eigen gelijk of zienswijze, maar zorgen voor de mensen die uiteindelijk jouw reportage maken.’
(In de headerafbeelding: Rendierhoeder Henrik Andersson vertelt aan een documentairemaker wat de gevolgen zijn van een windmolenpark in het gebied waar rendieren grazen. Foto: May-Britt Öhman.)
