Hoe Snapchat, Google en Facebook uitgevers verleiden

Grote sociale platforms willen nieuws niet enkel meer helpen verspreiden; ze willen het bij zichzelf ónderbrengen. Op welke manieren verleiden Google, Snapchat et cetera uitgevers om hierin mee te gaan?

Momenteel benutten nieuwsorganisaties sociale media vooral door simpelweg links naar artikelen te verspreiden in hun Facebookposts en tweets. Dat is voorzichtig aan het kenteren: sociale media profileren zich namelijk steeds meer als hosts waar journalistieke content rechtstreeks kan worden ondergebracht. Een ontwikkeling die platform publishing of distributed content heet.

Enerzijds is het aantrekkelijk voor uitgevers om van deze mogelijkheden gebruik te maken. Zo kunnen ze het grote en nog immer groeiende publiek op die platformen beter bedienen. Maar er wordt ook gevreesd voor het delen van inkomsten, het verdwijnen van de directe relatie met de lezer, en de neiging van Facebook en Google om informatie over gebruikers te verzamelen.

Deze koudwatervrees ten spijt, zijn veel grote media in met name Amerika al aan het pootjebaden in het water van platform publishing. Een overzicht van hoe uitgevers door respectievelijk Facebook, Google, Twitter en Snapchat verleid worden om hun content bij hen te herbergen:

Facebook: einde aan sloom laden met Instant Articles

Instant Articles laden sneller dan gewone artikelen, omdat ze in een Facebook-interface worden geladen in plaats van op een externe site. De clicks tellen wel gewoon mee in de bezoekersstatistieken van de afzender. In Amerika maken enkele honderden media al een tijdje gebruik van Instant Articles, waaronder grote spelers als The New York Times. Maar er leeft scepsis: is dit een handreiking van Facebook naar de journalistiek, of een ordinaire poging om controle te krijgen over de verspreiding van informatie?

Sinds 12 april kunnen ook alle Nederlandse uitgevers gebruik maken van Instant Articles. In ons eerdere artikel over Instant Articles vertelden RTV Noord, NU.nl en Mindshakes of ze mee doen of niet, en waarom. Facebook kwam onlangs ook met een plugin voor WordPress, wat het gebruik van Instant Articles een stuk makkelijker maakt voor redacties die met dat systeem werken.

Google: in Facebooks vaarwater met AMP

Ook Google is zich bewust van het belang van een kortere laadtijd, en ontwikkelde daarom Accelerated Mobile Pages (AMP). AMP’s zijn mobiele webpagina’s die gestript zijn waardoor ze – aldus Google – vier keer sneller laden. Het oproepen van AMP’s zou de gebruiker ook nog eens tien keer minder data kosten dan het oproepen van gewone mobiele pagina’s.

Met AMP heeft Google een rechtstreekse concurrent van Instant Articles van Facebook in handen. Een AMP-link op Facebook plaatsen lost het probleem van het trage laden van artikelen in de Facebook-app namelijk op. Zelfs het symbooltje komt overeen: zowel instant articles als AMP’s zijn herkenbaar aan een bliksemschichtje.

Deze concurrentiestrijd staat symbool voor een bredere clash tussen Facebook en Google. Facebook ontwikkelt zich tot een walled garden waar gebruikers al hun informatiebehoeftes kunnen vervullen. Google is er echter bij gebaat dat mensen hun informatie en nieuws vinden bij allerlei partijen; partijen waar Google weer advertenties aan kan verkopen. En dat ze dus niet vooral op Facebook zitten.

Snapchat: verhalen vertellen met Discover

Bij Snapchat hebben nieuwsmedia eveneens een plekje gekregen – een prominent plekje zelfs. In het onderdeel Discover, dat bovenaan staat in de interface van de gebruiker, kunnen media een kanaal kopen. Daar kunnen zij stories brengen, verpakt in een bonte mix van foto, video, tekst, animatie en infographics.

Op dit moment hebben 23 media een kanaal in Discover, waaronder Vice, BuzzFeed en The Wall Street Journal (WSJ). De WSJ heeft maar liefst vijf fulltime medewerkers die nieuwsverhalen voor Snapchat maken. Het verdienmodel van Snapchat Discover schuilt in ‘ouderwetse’ advertenties die in deze stories geïntegreerd worden. Discover is (nog) niet in Nederland beschikbaar.

Twitter: nog niet bekend

De ophef was groot toen uitlekte dat Twitter de limiet voor tweets zou willen uitbreiden van 140 naar maar liefst 10.000 tekens. Het bleek uiteindelijk te gaan om een soort uitklapfunctie – handig voor gebruikers die een langere boodschap kwijt willen. Nu moeten zij zich nog behelpen met een ‘tweetstorm’ (reeks aan elkaar geplakte tweets) of een screenshot van een notitie. Dat is in de nabije toekomst waarschijnlijk verleden tijd.

Een limiet van 10.000 tekens zou het mogelijk maken om artikelen niet via maar in tweets te verspreiden. Van alle platformen in deze lijst is Twitter het meest georiënteerd op de actualiteit. Nieuwsverhalen en columns gaan nu al volop viral – een eigenschap van Twitter die alleen maar sterker zal worden als artikelen er in hun geheel kunnen worden verspreid.

Over Menno van den Bos

Menno van den Bos is freelance journalist en schrijft over media en maatschappij. Hij werkt voor Vrij Nederland, VICE en SVDJ.nl.

Reageer

Geef een reactie

*