‘Je moet freelancers gewoon serieus nemen.’ Onderzoeksjournalistiek door zelfstandigen, werkt dat?

onderzoeksjournalistiek door freelancers

Werken met freelancers is al jaren heel normaal, maar opinieblad Vrij Nederland zou deze trend een stukje verder willen doortrekken door de hele schrijvende redactie te vervangen door freelancers. Welke consequenties heeft dat model voor onderzoeksjournalistiek? Is het mogelijk grote onderzoeksverhalen te laten maken door freelancers, of schieten zij er dan bij in? 

‘Hoofdredacteur Vrij Nederland wil verder zonder redactie’, kopte NRC onlangs, boven een bericht dat meldde dat het opinieblad al zijn schrijvende redacteurs zou willen ontslaan, om verder te gaan met een hoofdredacteur, twee ondersteunende krachten en verder enkel freelancers.

Volgens NRC zeggen ‘critici’ dat zo’n redactiemodel minder goed werkt voor het bedrijven van onderzoeksjournalistiek, want: ‘Freelancers zouden veel meer uren in onderzoeksverhalen moeten steken dan waarvoor zij betaald krijgen.’

Is dat inderdaad zo? Leent een redactiemodel met freelancers zich slecht voor onderzoeksjournalistiek? En is dat ongunstig voor de redactie, of alleen voor de freelancers zelf? Hoe is het als freelancer om onderzoeksjournalistiek te bedrijven? Kun je daarvoor tijd vrijmaken als je geen garantie van een inkomen hebt?

Bijklussen

Kim van Keken is freelance onderzoeksjournalist voor onder meer De Groene Amsterdammer en Quote. In 2017 werd zij uitgeroepen tot Journalist van het jaar en won ze de Anne Vondelingprijs, voor haar onthulling bij Follow The Money over de zichzelf verrijkende VVD-partijvoorzitter Henry Keizer.

Ondanks dat ze als succesvol onderzoeksjournalist mag worden beschouwd, is Van Keken dat niet fulltime. ‘Ik werk momenteel een aantal dagen per week als redacteur bij Omroep Max. Deels omdat ik het leuk vind, deels omdat het goed is om af en toe wat anders te doen. Zo stuit ik op nieuwe inspiratie en onderwerpen voor onderzoekswerk. Maar het is ook gewoon zo dat ik het geld van dit soort klussen nodig heb wanneer ik voor langere tijd aan de slag ga met een groot project. Dan komt er weinig binnen.’

Onderzoeksjournalistiek bedrijven op basis van een woordprijs is niet te doen

Dat freelance onderzoeksjournalisten niet kunnen leven van onderzoek alleen, ziet ook Mark Deuze. Hij doet als hoogleraar mediastudies onderzoek naar de arbeidspositie van journalisten, en ziet dat journalisten in vaste dienst evenmin alle tijd in onderzoek kunnen steken: ‘Je moet in vaste dienst van een krant of nieuwsprogramma soms ook gewoon productie draaien, waarbij er geen tijd is om diep te graven.’

Deuze vindt het dan ook ‘flauwekul’ dat het werken met freelancers ten koste zou gaan van de kwaliteit van onderzoeksjournalistiek. Volgens hem is het voor freelancers bijvoorbeeld weer makkelijker om ruimte in hun agenda te maken voor een onderzoeksproject.

Dagprijzen

Dat neemt alleen niet weg dat je als freelancer wel de financiële middelen moet hebben om die tijd vrij te maken. Van Keken zegt hierover: ‘Ik heb gelukkig opdrachtgevers die goed voor me zorgen, en ik zorg dat ik afspraken maak op basis van gewerkte uren, in plaats van een aantal geschreven woorden.’

Evert de Vos, voorzitter van de Vereniging van Onderzoeksjournalisten (VVOJ), adviseert dan ook om afspraken te maken op basis van gewerkte uren: ‘Onderzoeksjournalistiek bedrijven op basis van een woordprijs is niet te doen, omdat er veel meer tijd gaat zitten in het onderzoek dan in het schrijven. Daar heb je een flink budget voor nodig, maar gelukkig zijn daar fondsen voor.’

Ook Ward Wijndelts, de hoofdredacteur van Vrij Nederland, zou volgens NRC verwijzen naar de mogelijkheden die het Fonds Bijzondere Journalistieke Projecten (Fonds BJP) freelancers biedt. Van Keken heeft gemengde gevoelens bij het gebruik van fondsen: ‘Vaak willen ze bij een aanvraag al weten welke kant je onderzoek opgaat, terwijl op dat moment nog alles mogelijk is. Het is logisch dat fondsen details willen, omdat ze verantwoording af moeten leggen, maar dat kan wel leiden tot tunnelvisie.’

Directeur Jessica Swinkels van het Fonds BJP begrijpt dat vooraf vragen om details blikvernauwing in de hand kan werken: ‘Daarom hebben we een aparte subsidie voor de onderzoeksfase, waarin freelancers zich met een open blik kunnen verdiepen in een onderwerp.’ Als er na deze fase meer duidelijkheid is over de mogelijke resultaten, kunnen journalisten aanspraak maken op een vervolgsubsidie voor de verdere uitwerking van het onderzoek.

Maar is het überhaupt wel wenselijk dat media het investeren in onderzoeksjournalistiek afschuiven op fondsen? Mark Deuze vindt het ‘tragisch’ dat dit nodig is, maar: ‘Bedrijfseconomisch gezien is het begrijpelijk. Het medialandschap ontwikkelt zich zo rap dat journalistieke organisaties voortdurend moeten investeren. Niet alleen in personeel, maar ook in techniek. Dit terwijl media, vooral tijdschriften als Vrij Nederland, te maken hebben met teruglopende cijfers. Als je dan stopt met investeren, is het over, dus het is heel fijn dat die fondsen er zijn.’

Versplintering of samenwerking?

Bij het werken met freelancers komt ook een andere redactionele structuur kijken. Het klinkt logisch dat wanneer er meer wordt gewerkt met zelfstandigen, die meer op eigen eilandjes werken, een redactie versplintert. Maar Evert de Vos van de VVOJ ziet juist een andere trend in de onderzoeksjournalistiek: meer samenwerking. ‘Je ziet steeds vaker dat verschillende media samen optrekken, bijvoorbeeld dat Trouw het nieuws in de krant brengt, Nieuwsuur het bericht op televisie en De Groene een uitgebreide reportage.’

Soms is het best eenzaam, vooral als er een rechtszaak tegen je wordt aangespannen

Ook op redactieniveau ziet De Vos niet dat er meer alleen gewerkt wordt: ‘Onderzoeksjournalistiek was altijd al iets voor eenpitters. Het archetype beeld van de onderzoeksjournalist is een eenling die zich isoleert en ergens in vastbijt, maar het vak is veelzijdiger geworden en vraagt om meer specifieke eigenschappen, zoals datajournalistiek. Die vaardigheden heb je niet altijd zelf in huis, dus dan is het fijn dat je die als redactie kan inhuren, of als freelancer met een ander kan samenwerken.’

Ook Kim van Keken werkt regelmatig samen met andere freelancers, zo bracht ze de onthullingen over de dubbele pet van VVD-senator Anne-Wil Duthler samen met Dieuwertje Kuijpers. Veel contact met redacties heeft ze niet: ‘Soms is het best eenzaam, vooral als er een rechtszaak tegen je wordt aangespannen. Opdrachtgevers betalen die wel, maar je hebt dan toch het gevoel dat je er alleen voor staat.’ Ook om die reden vindt Van Keken het fijn om af en toe op een redactie te werken.

Organisatie van freelancers

Werken met freelancers biedt dus de mogelijkheid tot meer vormen van samenwerking, en met de juiste afspraken is het bedrijven van onderzoeksjournalistiek ook geen financiële strop voor die freelancers. Toch zou Jeroen Trommelen het liever anders aanpakken. Trommelen is hoofdredacteur van Investico, het platform voor onderzoeksjournalistiek. Alle journalisten van Investico zijn freelancer, máár, zegt Trommelen: ‘Ik vind het veel socialer om mensen een vaste aanstelling te geven, dat getuigt gewoon van meer toewijding aan je werknemers. Helaas zou dat betekenen dat we met minder journalisten moeten werken.’

Daarom probeert Trommelen die toewijding op een andere manier te tonen. Investico betaalt zijn freelancers tijdens projecten zo’n 3.300 euro per maand, exclusief onkosten, en ze kunnen in die periodes ook nog ander werk doen. ‘Het is een bedrag waar je als freelancer redelijk van kan rondkomen,’ aldus Trommelen. Verder werft Investico nieuwe journalisten via een eigen opleidingsprogramma: ‘Als ze dat hebben afgerond, worden ze ieder gekoppeld aan een van onze ervaren onderzoekers, van wie ze nog een tijdje intensieve begeleiding krijgen.’

Als je freelancers aan je weet te binden, kun je gewoon op regelmatige basis mooie verhalen maken

De Vos zegt dat zulke begeleiding er nog weleens inschiet bij freelancers, en vindt dat problematisch. Volgens Van Keken is dat niet alleen een probleem bij freelancers, maar in de journalistiek in het algemeen. ‘Jongeren die een contract krijgen wordt vaak van alles beloofd, maar daar komt weinig van terecht. Ik heb toen ik nog voor de Volkskrant werkte de mazzel gehad dat een oudere collega mij bij de hand nam, maar journalisten zijn meestal niet zo solidair met elkaar.’

Solidariteit en toewijding: die woorden klinken ook door in de antwoorden van De Vos en Deuze op de vraag of onderzoeksjournalistiek bedrijven met louter freelancers een goed idee is. De Vos ziet in principe geen problemen: ‘Er komt meer organisatie bij kijken doordat je minder vastigheid hebt. Maar als je freelancers aan je weet te binden, kun je gewoon op regelmatige basis mooie verhalen maken.’

Deuze beaamt dit: ‘Een plan als dat van Vrij Nederland is een heel reële strategie en is in wezen niet veel anders dan de rompredacties die tijdschriften nu al vaak hebben: het trekt die lijn alleen nog iets verder door. Als jij een groep freelancers hebt die op relatief vaste basis voor je werken en je biedt hen werkplaatsen en begeleiding, is er weinig aan de hand. Je moet je freelancers gewoon serieus nemen.’

Onderzoeksjournalistiek op De Regio Vecht Terug

Het Stimuleringsfonds subsidieert twee collectieven van freelance onderzoeksjournalisten: het Brabantse collectief Spot on Stories en SPIT, een collectief opgericht door Parcival Weijnen en Bram Logger. Op 22 mei vertellen beide collectieven op het congres De Regio Vecht Terug over hun manier van werken. Zowel Spot on Stories als SPIT ontvangen subsidie in het kader van de regeling onderzoeksjournalistiek – bekijk hier alle 23 projecten die onder deze regeling vallen.

Over Sjors Hofstede

Sjors Hofstede studeerde communicatiewetenschappen en journalistiek, en werkt als freelance journalist voor onder meer de Volkskrant en SvdJ.nl. Eerder werkte hij voor Blendle en Vrij Nederland.