Jop de Vrieze: ‘Wetenschapsjournalisten zijn een soort recensenten van vaccins’

Nieuws | De Voorspellers

Jop de Vrieze (37) is freelance wetenschapsjournalist, met name voor De Groene Amsterdammer, en gespecialiseerd in infectieziektenepidemiologie. Dat komt tijdens een pandemie goed van pas. Moeten journalisten zoals hij alle verschillende geluiden in het coronadebat laten horen? En focussen journalisten genoeg op de grote vragen rondom het overheidsbeleid?

‘Ik verwacht dat de samenleving in 2021 naar wetenschapsjournalisten blijft kijken in de hoop dat wij lichtpuntjes kunnen brengen. Neem bijvoorbeeld de vaccinontwikkeling. Wetenschapsjournalisten hebben in de berichtgeving een grote verantwoordelijkheid. We zijn eigenlijk een soort recensenten: mensen verwachten dat wij vertellen hoe snel de ontwikkeling gaat en of de vaccins veilig zijn. Wij zijn natuurlijk niet de beoordelaars, maar wel de vertolkers van de controle op het hele proces.

Alternatieve geluiden

Wetenschapsjournalisten zullen alle proefballonnetjes moeten blijven schiften en duiden. Ik hou niet zo van autoriteitsargumenten, maar op het moment dat je niet goed in de inhoud zit, kun je alleen afgaan op de opleiding en expertise die iemand heeft. Als je wel goed in de inhoud zit, kun je daarin beter een afweging maken, zowel wat betreft de belangen van een bron als de argumenten die een persoon of instantie aandraagt. Wat is dit eigenlijk voor geluid? Is het zinnige kritiek? Door alles mee te wegen, kunnen we het debat blijven voeden met de beste ideeën − en niet met ideeën die alle kanten opgaan, waardoor de samenleving in verwarring achterblijft.

Dat laatste lijkt nu te gebeuren. Ik snap dat klassieke media zeggen: we moeten alle geluiden de ruimte geven, want deze kritische wetenschapper heeft wel degelijk aanhang. Maar als je de hele tijd over en weer geluiden laat horen, dan halen lezers uiteindelijk de schouders erover op. Je geeft ze geen houvast. Als journalist is het ook ons vak om analytisch te zijn: alle mensen met een eigen stokpaardje spreken, om daar een gemene deler uit te halen en een afgewogen verhaal te maken.

Focus op incidenten

Verder is er het risico dat journalisten zich te vaak richten op kleine onderwerpen of incidenten, zoals het testbeleid dat steeds niet op orde komt. Waardoor komt dat? Is het organisatorisch allemaal echt een zooitje, of heerst er bij de overheid geen overtuiging dat het cruciaal is in de bestrijding van het virus? Zulke vragen over de achtergrond van het beleid worden vaak niet gesteld.

Menselijke verhalen

Ik hoop in 2021 ook weer meer menselijke verhalen te zien. We horen veel over de gevolgen voor de zorg en de ziekenhuizen, maar weinig over wat het virus doet. Dat komt deels doordat die verhalen al verteld zijn in het voorjaar − hoeveel mensen die nog steeds benauwd zijn wil je interviewen? − maar het zijn wel de verhalen die mensen kunnen overtuigen om het coronavirus al dan niet serieus te nemen.

Het gaat nu vooral over mensen die slachtoffer zijn van de maatregelen. Dat is ook logisch, want dit hoort bij de crisis. Maar als je niets over gevolgen van het virus hoort, blijft het abstract en is het voor mensen makkelijk om te denken: ach, het zijn alleen maar besmettingen, het gaat niet om zieken. Een diepgravend, in bredere context geplaatst verhaal van één iemand zegt zoveel meer dan al die grafieken.

Ik zie geen hard eindpunt voor de rol van de wetenschapsjournalistiek, maar ik hoop dat we volgend jaar weer een stapje terug uit de frontlinie kunnen doen. Het nieuws wordt door de wetenschap gedomineerd. Het zou mooi zijn als het leven weer wat vanzelfsprekender wordt en we niet meer bij iedere stap, iedere ontwikkeling, iedere maatregel de wetenschap hoeven te raadplegen. Want ook wetenschappers zijn mensen, met eigen denkbeelden en blinde vlekken.’

Nieuwsbrief

Ontvang ons laatste nieuws
Hidden
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.