© ntr / Martijn Gijsbertsen

Kinderen interviewen: ”Hoe gaat het?’ is een stomme vraag’

Nieuws | Op de werkvloer

Kinderen zijn misschien wel de spannendste interviewkandidaten. De ene keer zijn ze kort van stof, dan weer schudden ze een origineel inzicht uit hun mouw. Hoe krijg je ze aan het praten? Jeugdjournaal-presentator Bart Tuinman, podcastmaker Sara de Monchy (De Rolverdeling, Sara’s Mysteries) en student journalistiek Thirza Sonneveld (tot voor kort interviewer voor Volkskrant-rubriek ‘Dit ben ik’) geven tips. 

‘Ik wil later notaris worden, dat past echt bij mij.’ ‘Het liefst zou ik een vogel zijn, maar stel dat je geen leuke vogel bent, dan word je door iedereen gehaat.’ ‘Soms praat ik in mijn slaap over Griekenland.’ Zomaar wat citaten van kinderen uit de interviewrubriek ‘Dit ben ik’ in de Volkskrant, waarin wekelijks een kind in diens slaapkamer wordt geportretteerd.  

Kinderen komen vaak met grappige observaties en hebben ontwapenende toekomstplannen. Bart Tuinman, Sara de Monchy en Thirza Sonneveld weten er alles van. Tuinman is presentator van Jeugdjournaal en de Jeugdjournaal Podcast. De Monchy is maker van de populaire podcast De Rolverdeling, waarin ze een aantal kinderen uit groep acht volgt op weg naar hun eindmusical en nieuwe school. Ook maakt ze Sara’s Mysteries, waarin ze samen met een kind een vraagstuk oplost. Sonneveld liep als student journalistiek de afgelopen maanden stage bij de Volkskrant, waar ze kinderen interviewde voor de rubriek ‘Dit ben ik’. Ze geven interviewtips. 

Spreek elkaar in de auto

De kunst van kinderen interviewen is niet te interviewerig doen, zeggen Tuinman, De Monchy en Sonneveld alle drie. De Monchy: ‘Kinderen worden al de hele dag geïnterviewd. Over hoe laat ze naar bed gaan, of ze hun brood al hebben gesmeerd, of ze een som snappen.’  

De Monchy doet dus haar best om niet over te komen als de zoveelste volwassene, maar als een gelijke. ‘Ik vertel zelf bijvoorbeeld ook veel. En het helpt dat ik heel klein ben.’   

Ga dus ook niet tegenover elkaar zitten, adviseert ze, want dat voelt als eenrichtingsverkeer.  ‘Kinderen zijn je continu aan het scannen. Wat wil deze volwassene van me horen?’ Vandaar dat De Monchy graag onderweg interviewt. ‘De auto is een fijne setting. Als een kind je niet hoeft aan te kijken, kan het opgaan in z’n eigen belevingswereld.’  

Sara de Monchy, foto: Sabine Rovers

Vraag wat er gebeurde 

Voor de hand liggende vragen zijn vaak stomme vragen, zegt De Monchy. ‘Als ik begin met ‘hoe gaat het?’ krijg ik ‘goed’. Vraag ik naar een mening: ‘leuk’ of ‘stom’.’ Als interviewer ben je volgens De Monchy meestal op zoek naar wat er op het spel staat voor een kind. Om dat te ontdekken moet je omzichtig te werk gaan. ‘Ik probeer uit te komen op een gebeurtenis waaruit blijkt wat ze vinden of voelen. Daar laat ik ze dan over vertellen.’  

Kinderen zijn extreem genuanceerd, ze zien echt verschillende kanten van een kwestie

Bart Tuinman, presentator Jeugdjournaal

In haar podcast De Rolverdeling sprak ze bijvoorbeeld met Demy, die erg opzag tegen de middelbare school. Waarom precies, dat was De Monchy niet duidelijk. Totdat ze samen in detail bespraken hoe het meisje de eerste schooldag voor zich zag. ‘Toen vertelde ze over het binnenkomen. Dat je daar dan staat, en niet weet wat de juf tegen je zal zeggen, of naast wie je komt te zitten.’  

Ook Tuinman merkt bij Jeugdjournaal dat vragen naar een gebeurtenis (‘Wat heb je gezien, hoe was dat?’) kinderen meer uitnodigt tot vertellen dan informeren naar een mening. ‘Kinderen zijn extreem genuanceerd. Ze zien echt verschillende kanten van een kwestie. Dus dan zeggen ze vaak oprecht: ja en nee, aan de ene kant is dit goed, aan de andere kant slecht.’   

Bouw een band op 

Kinderen staan bekend om hun korte aandachtsspanne, dus is het verleidelijk om recht op je doel af te gaan. Slecht idee, zeggen de drie interviewers, zeker bij een portretterend interview. Wil je een interview dat iets oplevert, dan moet je de tijd nemen.  

Tuinman: ‘Kinderen kennen me van tv, en dan heb ik ook nog een cameraman met allemaal apparatuur bij me, dus dat maakt indruk. Ik benoem dat vaak even: ‘Raar hè, dat ik er ben?’ Om het kind wat af te leiden maak ik vervolgens vaak wat grapjes ten koste van de cameraman, terwijl hij zijn camera instelt, want dat lijkt voor een kind een eeuwigheid te duren. ‘Bij deze cameraman duurt het altijd héél lang,’ zeg ik dan.’   

Ontdek de bombardeerkever 

Het onderwerp dieren is vaak een uitstekende ijsbreker. Sonneveld heeft er veel met kinderen over gekletst. Bijvoorbeeld met insectenliefhebber Rose van 11, die vertelde over de bombardeerkever die ‘zijn kont kan laten ontploffen, en dat overleeft hij gewoon.’ Sonneveld: ‘Bij ieder kind vind je vroeg of laat wel zo’n fascinatie, iets waardoor diegene opleeft.’ Van K-pop tot het heelal, van opgravingen tot slijmfilmpjes.  

Thirza Sonneveld, foto: Dante Arwen 

Laat ouders erbuiten 

‘I love ouders,’ zegt De Monchy, maar ze wil hen niet bij een interview hebben. ‘Dan zegt een kind namelijk veel meer.’ Ze vraagt de ouders ook niet van tevoren om informatie over het kind. ‘Ouders overschatten hoe goed ze hun kind kennen.’ Wel maakt ze de interviewafspraken met hen. ‘Ik app niet met het kind, want ik wil niet tussen kind en ouder komen. Maar als ik eenmaal ter plaatse ben, breng ik het liefst tijd door met het kind alleen.’  

Volg je ethisch kompas 

Tuinman hoort regelmatig van een kind: ‘Ik wil geen meme of sticker worden, hoor.’ Bij Jeugdjournaal zijn ze zich ervan bewust dat een interview impact op een kind kan hebben. Dus denken Tuinman en zijn collega’s lang na over ieder gebruikt citaat. ‘We willen zeker weten dat een kind goed uit de verf komt. Dat hij of zij echt zijn eigen mening geeft en niet die van een volwassene napraat – dat merk je soms.  En dat iemands woorden bijvoorbeeld niet verkeerd kan worden geïnterpreteerd. Vooral bij onderwerpen waar volwassenen erg gepolariseerd over zijn, zoals oorlog, kunnen er vervelende reacties komen.’  

Een kind kan de impact van een verhaal niet inschatten, dus dat moeten wij als volwassenen doen

Sara de Monchy, podcastmaker De Rolverdeling

Ook Sonneveld merkte bij het uitschrijven van haar interviews dat ze er goed over nadacht hoe een kind naar voren kwam op papier.  ‘Ik liet soms persoonlijke informatie weg, bijvoorbeeld over de thuissituatie na een scheiding. Bij een volwassene denk je: dit heb je gewoon gezegd, ik schrijf het op. Maar van een kind hoeft de lezer echt niet alles te weten.’ 

Ook De Monchy overweegt zorgvuldig de impact van een interview op het kind. Het maken van De Rolverdeling betekende naar eigen zeggen ‘anderhalf jaar slecht slapen.’ Soms besloot ze een interessante verhaallijn toch uit de podcast te halen, omdat ze niet zeker wist hoe de buitenwereld erop zou reageren. ‘Ik probeer mijn ethisch kompas zo goed mogelijk te volgen en spar veel met mijn eindredacteur. En alles wat we voor De Rolverdeling overwogen te gebruiken, legden we eerst voor aan de ouders. Een kind kan nog niet inschatten wat de impact van een verhaal kan zijn, dus dat moeten wij als volwassenen doen.’   

Bart Tuinman, foto: NOS / Stefan Heijdendaal

Steek er wat van op 

‘Kinderen zijn net mensen,’ zegt Tuinman. ‘De ene keer heb je een klik, de andere keer verloopt het gesprek stroef en krijg je er weinig uit.’ 

Een gesprek dat Tuinman niet snel zal vergeten, was met een jongen die een stamceldonor nodig had. ‘Hij was zo sterk, levenslustig en grappig. Door zijn oproep in het Jeugdjournaal, waarin hij mensen met een migratieachtergrond vroeg om stamceldonor te worden, hebben heel veel mensen zich aangemeld. Helaas is hij zelf niet meer beter geworden.’  

Wat hij ook waardeert: dat kinderen het soms eerlijk zeggen als ze niks met een vraag kunnen. ‘Dan hoor ik: ‘Dat weet ik niet, daar heb ik geen verstand van.’ Zeiden volwassenen dat maar wat vaker.’  

Nieuwsbrief

Ontvang ons laatste nieuws
Dit veld is bedoeld voor validatiedoeleinden en moet niet worden gewijzigd.
Dit veld is verborgen bij het bekijken van het formulier