Het Luxemburgse subsidiemodel voor kranten: zou het in Nederland kunnen werken?

Luxemburgse model

In geen enkel land financiert de overheid de dagbladjournalistiek zo rechtstreeks als in Luxemburg. Al jaren garandeert een basisinkomen voor dagbladen er een divers aanbod aan kranten. Hoe haalbaar zou dat systeem in Nederland zijn? Hans van Kranenburg, hoogleraar Strategisch Management aan de Radboud Universiteit, en media-onderzoeker Piet Bakker zien er de charme van in, maar plaatsen ook kanttekeningen. ‘Geen politicus maakt zich hier hard voor zo’n stelsel.’

‘Een systeem van prachtige eenvoud,’ zo omschrijft media-onderzoeker Piet Bakker het Luxemburgse model. Vijf Luxemburgse kranten maken sinds 1976 gebruik van de miljoenen die jaarlijks beschikbaar wordt gesteld door de regering. Met als enige voorwaarde: er moet dagelijks een krant worden gemaakt. Sinds 2013 bestaat het potje van staatssteun uit zo’n 7,5 miljoen euro per jaar. Voor een deel wordt het basisinkomen van elke krant gefinancierd uit dit potje; elke krant -ongeacht de grootte- ontvangt jaarlijks ongeveer een miljoen euro van de overheid. Hoeveel elke krant daarnaast nog krijgt, hangt af van het aantal gepubliceerde pagina’s.

Bestaansrecht van kleine kranten

Het basisinkomen maakt mogelijk dat een klein land als Luxemburg een divers aanbod aan dagelijkse kranten heeft. Zo verschijnt de communistische krant dankzij het basisinkomen nog steeds iedere dag. Het zijn dan ook met name de kleine kranten die baat hebben bij het basisinkomen. Of sterker gezegd, ze ontlenen er hun bestaansrecht aan. ‘Economisch gezien zijn de kleine kranten in Luxemburg niet levensvatbaar,’ zegt Hans van Kranenburg, hoogleraar Strategisch Management aan de Radboud Universiteit. In zijn boek Innovation Policies in the European News Industry vergelijkt hij Europese mediasystemen met elkaar. ‘Ze hebben hun bestaan te danken aan politiek Luxemburg, dat grote waarde hecht aan een divers en eigen medialandschap.’

Dankzij de simpele voorwaarden (dagelijks publiceren, aantal gepubliceerde pagina’s) is de verdeling van het geld snel gemaakt. Daarnaast is er geen toezicht op het verdeelde bedrag nodig. Zolang er dagelijks een krant verschijnt hoeft geen mediapartij zich te verantwoorden in de vorm van tussenrapporten of evaluatiegesprekken. Daarmee lijkt het Luxemburgse model het walhalla voor ieder dagblad: verzekerd zijn van een inkomen zonder al te veel rompslomp.

Toch piept en kraakt het systeem. Digitale media menen door hun grote bereik ook recht te hebben op een deel van het subsidiepotje en leggen de bal bij de politiek. De vraag is of het subsidiegeld verdeeld kan worden over meerdere partijen, en zo ja, of er dan niet meer geld in die pot moet. Bakker: ‘Een systeem als dit stamt uit het pre-digitale tijdperk. Inmiddels zijn digitale media in vergelijking met papieren media minstens zo belangrijk voor de nieuwsvoorziening. En als overheid moet je nieuwsvoorziening steunen.’

Politieke wil

Is een systeem als het Luxemburgse ook een mogelijkheid in Nederland? ‘Het draait allemaal om politieke wil,’ zegt Van Kranenburg desgevraagd. ‘Zonder de subsidie worden de Luxemburgse kranten weggeconcurreerd door buitenlandse dagbladen en/of nieuwe media. De politieke nood is hoog. Nederland kent die noodzaak niet en daarom maakt geen politicus zich hier hard voor een soortgelijk stelsel,’ gaat hij verder. ‘Dat is jammer; een systeem als in Luxemburg kan bijdragen aan de digitale innovatie van de traditionele Nederlandse media. De extra subsidie zou dan bijvoorbeeld verplicht in de digitale component van een dagblad gestoken moeten worden. Dat vraagt ook om een aanpassing van de huidige wet- en regelgeving. De spelregels voor nieuwe media zijn vaak anders dan voor de traditionele media.’

Piet Bakker ziet een andere bestemming voor het basisinkomen en refereert aan een voorstel van de Stichting Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO). ‘Dat lijkt wel een beetje op het Luxemburgse systeem. Lokale omroepen worden nu gefinancierd door gemeentes, de NLPO pleit voor een overheidspotje waarmee vaste kosten voor die omroepen gedekt kunnen worden. Of je nou één radio-uitzending maakt of twintig, de studio kost altijd geld. Die vaste kosten zijn voor iedereen hetzelfde.’

Omroepen

Bakker ziet een invoering van het Luxemburgse model in Nederland niet op grote schaal gebeuren. Zeker niet op korte termijn. ‘De grote dagbladen worden nu al indirect gefinancierd door de BTW-korting (9 procent in plaats van 21 procent, red.). Dat wordt niet zomaar teruggedraaid om het geld opnieuw te verdelen.’ Alleen voor publieke, lokale en regionale omroepen is een basisinkomen momenteel realistisch: ‘Dat zijn sectoren die nu al direct gesubsidieerd worden, dat geld hoeft dan alleen maar op een andere manier verdeeld te worden. Politiek gezien is alleen voor deze partijen een basisinkomen als in Luxemburg op korte termijn haalbaar.’

Voorlopig dus nog geen Luxemburgse praktijken in Nederland, al lijkt het niet onhaalbaar. De digitale media in Nederland hebben vooruitgang geboekt: zij ontvangen sinds 1 januari 2020 dezelfde BTW-korting als de papieren kranten.

Lees ook:

De Denen hebben toch ook een eigen model? Klopt. Maar dat is geen onverdeeld succes 

Foto door Bank Phrom

Over Sergio Nieto Solis

Sergio Nieto Solis rondde een master Media & Journalistiek aan de Erasmus Universiteit af. Als freelance journalist schrijft hij over wetenschappelijke ontwikkelingen in het journalistieke landschap en is hij werkzaam als onderzoeksjournalist bij De Onderzoeksredactie.