Popular Front spreekt jongeren aan met rauwe video’s uit oorlogsgebieden
Nieuws | Vernieuwing
Met zijn rauwe oorlogsverslaggeving weet Popular Front een jong publiek aan zich te binden. Het YouTube-kanaal en Instagram-account is opgericht door de gezichtsbepalende Jake Hanrahan, die eerder werkte voor onder meer VICE en The Guardian. Op reguliere mediaredacties voelde hij zich vaak een vreemde eend in de bijt, dus kiest hij nu voor onafhankelijkheid – ook al is dat een stuk minder lucratief. ‘Jongeren willen niet verteld worden hoe ze zich moeten voelen.’
Wereldwijd zien traditionele media – kranten, omroepen – hun bereik dalen. Volgens onderzoek van het Reuters Institute daalt het bereik van traditionele media door afnemende interesse en vertrouwen, terwijl nieuwsconsumptie via sociale media juist toeneemt, met name onder jongeren die nieuws steeds vaker via video-platforms tot zich nemen. Onafhankelijke journalisten en platformen winnen gestaag terrein. Een opvallend voorbeeld is Popular Front, opgericht door de Britse Jake Hanrahan (35).
Na jaren bij VICE en samenwerkingen met onder meer The Guardian besloot hij in 2018 zijn eigen documentaires te maken. In zijn gedurfde oorlogsverslaggeving trok hij op met antifascistische hooligans in Oekraïne die de strijd aangingen met Rusland en reisde hij naar onderbelichte conflicten zoals Nagorno-Karabach in Armenië. Met een no-nonsense stijl en directe manier van vertellen wist hij al snel een voornamelijk jong publiek aan zich te binden, met ongeveer 200 duizend volgers op YouTube en 500 duizend op Instagram.
Wat maakt Popular Front anders dan traditionele media?
‘We zijn erg eerlijk en we geloven niet echt in objectiviteit, zeker niet als het om oorlog en conflict gaat. Ik denk dat dat een leugen is die traditionele media graag vertellen. Je kunt niet zomaar de ergste gruwelen van de mensheid zien en dan zeggen: oh, nou ja, ik ben volkomen objectief tegenover degene die dat heeft gedaan. Wij kunnen bijvoorbeeld zeggen dat Israël genocide pleegt. Dat is geen mening, maar een vaststaand feit. Er is genoeg bewijs voor, maar de traditionele media zeggen: ‘’Nou, dat is eigenlijk niet objectief.’’

Waarom voelen jongeren zich minder aangetrokken tot traditionele media?
‘Ik heb het gevoel dat die media alle menselijkheid eruit halen. Ze presenteren alles zo saai. Terwijl oorlogsverslaggeving nou eenmaal een element van spanning bevat. Misschien is dat niet te verteren voor de gemiddelde kijker, maar zo is het leven. Ook vind ik dat ze je proberen te dwingen je op een bepaalde manier te voelen bij wat je ziet. Wij laten zien wat er gebeurt, als kijker mag je zelf bepalen wat je ervan denkt. Jonge mensen willen niet verteld worden hoe ze zich moeten voelen.’
Dus het is meer in your face en je moet het zelf interpreteren?
‘Precies, en daarnaast houden wij ons ook niet om politieke redenen in als de feiten duidelijk zijn. Mainstream media durven Israël nauwelijks te bekritiseren omdat het een bondgenoot van het westen is. Daar laten wij ons niet door weerhouden. Het kan ons geen reet schelen waar je vandaan komt. We hebben geen echte politieke loyaliteit. Als jij verschrikkelijke dingen doet, dan komt dat er gewoon in.’
Hanrahan voelde zich op de redacties waar hij werkte vaak een vreemde eend in de bijt. Hij komt uit een arbeidersmilieu in Northamptonshire, wat hoorbaar is aan zijn manier van praten: heel anders dan het veelvoorkomende ‘posh’ Londense accent op redacties. Hij laat zien dat je ook zonder welgestelde achtergrond ver kunt komen. Een Reddit-gebruiker vatte het treffend samen: ‘He’s a serious journalist who sounds like the guy I buy my weed from.’
Zijn achtergrond maakt hem kritisch op het vaak wat eenvormige karakter van mediaredacties. ‘In Engeland komt de meerderheid van de journalisten van private schools. Dat betekent niet dat het slechte mensen zijn, maar ze zijn wel vaak out of touch met de wereld, anders dan mensen die arm opgroeiden. Daarom heb je een mix nodig op een redactie,’ zegt Jake. ‘Als iedereen dezelfde afkomst, klasse of achtergrond heeft, kun je de wereld onmogelijk goed begrijpen. Alleen met een mozaïek aan perspectieven kun je ‘m echt doorgronden.’
In Nederland zijn redacties nog steeds overwegend wit. Hoe is dat in Engeland?
‘In Engeland hebben we iets heel oppervlakkigs gedaan. Redacties namen dan bijvoorbeeld 20 zwarte mensen of Aziatische mensen aan, maar dat waren veelal gewoon hun vrienden van de universiteit. Je had dus mensen die raciaal divers waren, maar die dezelfde achtergrond hadden als de witte mensen die uit die hogere klasse kwamen. Ze gebruiken mensen gewoon als decor en dat is geen diversiteit, maar een soort omgekeerd racisme.’
Uit wat voor mensen bestaat jouw publiek?
‘We hadden eens een screening van onze documentaire en toen kwam er een mix van allerlei mensen kijken: nerds, gothics, de working class en rijke kinderen. We hebben altijd gezegd dat we buitenstaanders zich op hun gemak willen laten voelen. Ze kijken graag naar onze docu’s omdat we geen neerbuigende toon aanslaan en wat we maken rauw aanvoelt. We censureren bijna niks, ik ben erg tegen nanny state culture (overbescherming, red.) En mensen uit de traditionele media begrijpen dat niet. Ik heb meerdere aanbiedingen gehad om Popular Front onder te brengen bij een bekend netwerk, maar altijd afgeslagen, niemand leek echt te begrijpen waar we voor staan.’
Hanrahan erkent dat volledige onafhankelijkheid de groei van Popular Front afremt. Het platform draait vooral op Patreon-leden, maar het blijft lastig om documentaires winstgevend te maken en een breder publiek te bereiken. ‘We zijn blij met hoe het gaat, maar de groei stagneert al een tijdje.’ Hoewel zijn populairste documentaire, over de eerste man in Europa die 3D-wapens printte, meer dan drie miljoen keer werd bekeken op YouTube, verdwijnen andere producties regelmatig in het grote aanbod en de algoritmes van platforms als YouTube en Instagram. Ondertussen blijft het team klein: Hanrahan doet nog altijd vrijwel alles zelf, van research en presentatie tot montage, want uitbreiding is financieel moeilijk haalbaar.
Je komt ook erg dicht bij de mensen in je docu’s, soms help je ze ook.
‘Soms krijgen we dat als kritiek: you’re too close to the story. Prima. Op mijn sterfbed zal ik geen slecht geweten hebben omdat ik een kerel heb geholpen om uit Oekraïne te ontsnappen. We hebben units geholpen met medische spullen, een truck gebracht. En wanneer we ergens weer vertrekken, vergeten we de mensen niet.’
