Publicism richt zich op journalisten die het grootste risico lopen

Publicism wil het voor journalisten mogelijk maken dat ze anoniem verhalen kunnen publiceren en betalingen kunnen ontvangen. Het einde van de subsidieperiode is in zicht, maar de ambities zijn groter dan ooit. Mede-initiatiefnemer John Oliveira: “We bouwen niet alleen een dashboard waarmee journalisten hun werk veilig kunnen publiceren en financieren, we veranderen het hele ecosysteem.”

Het bouwen van het dashboard waar het bij Publicism om draait, bleek voor John Olivieira en zijn teamleden Pieter Haasnoot en Annemieke Teune meer voeten in de aarde te hebben dan ze hoopten. Een jaar geleden kreeg het project subsidie toegezegd van het Stimuleringsfonds.  “Het bedrijf waarmee we wilden gaan samenwerken, was technisch minder ver dan we dachten”, legt Olivieira uit. “Bovendien keek dat bedrijf vooral naar manieren om snel geld te verdienen. Voor ons is de maatschappelijke kant van dit project veel belangrijker. We hoeven hier niet rijk van te worden, we willen gewoon voor meer persvrijheid zorgen.”

Daarom besloot het team van Publicism de samenwerking stop te zetten en vroegen ze Martijn Eindhoven zich bij hen aan te sluiten. “Martijn heeft een technische achtergrond. Nu hij in ons team zit, hebben we samen alle vaardigheden die we nodig hebben om Publicism succesvol te maken.”

Overbrengen van relevantie

Een ander obstakel waar het team tegenaan liep is volgens Olivieira dat veel Nederlandse journalisten niet direct zien wat zij kunnen hebben aan de ideeën en het systeem van Publicism. Volgens het viertal staat de Westerse pers steeds meer onder druk, maar hebben individuele journalisten daar op dit moment nog niet voldoende last van om er iets aan te willen doen. “Daarom hebben we besloten dat we ons in eerste instantie gaan richten op journalisten die meer risico lopen, bijvoorbeeld journalisten met een vluchtelingenachtergrond”, legt Teune uit. “Die journalisten zijn meer op zoek naar oplossingen en zijn minder geneigd gebruik te maken van de gebaande paden.”

Turkse Nederlanders moeten heel voorzichtig doen. Wat gebeurt er als zij willen publiceren?

Volgens Haasnoot zullen ook Westerse journalisten de noodzaak van Publicism uiteindelijk inzien, met name vanwege recente onderzoeken en de situatie in het buitenland. Olivieira sluit zich hierbij aan: “Denk maar aan wat er nu in Turkije gaande is. Turkse Nederlanders moeten heel voorzichtig doen. Wat gebeurt er als zij willen publiceren? Sommige journalisten met een Turkse achtergrond hebben het gevoel dat hen de mond gesnoerd wordt.”

Niet zomaar een tooltje

Het systeem waar Publicism aan werkt moet ervoor gaan zorgen dat journalisten verhalen kunnen publiceren en betalingen kunnen ontvangen zonder dat overheden, bedrijven en terroristische organisaties hun identiteit kunnen achterhalen. Om dit te kunnen doen, maakt het team gebruik van blockchaintechnologie. Klassieke tussenpersonen, denk bijvoorbeeld aan mediabedrijven en banken, krijgen dankzij de blockchain geen centrale rol. Informatie wordt hierdoor niet langer via rechte lijnen en knooppunten beheerd, maar door meerdere computers die samen een netwerk vormen. Hierdoor is het voor kwaadwillenden veel moeilijker om identiteiten en de herkomst van informatie en betalingen te achterhalen.

“De diensten die eerst bij die centrale mediabedrijven lagen, stoppen wij in dat netwerk”, legt Haasnoot uit. Voor een paar van die diensten zoekt hij op dit moment nog manieren om ze op de blockchaintechniek aan te laten sluiten. Zo hoopt Haasnoot dat het controleren van teksten en factchecking uiteindelijk gedaan kunnen worden door zogenaamde ‘coaching circles’; groepen journalisten die met punten beloond worden voor hun nakijkwerk. “Alles wordt anders, we bouwen niet zomaar een tooltje – het gaat niet eens om het tooltje. Door in netwerken te gaan denken, veranderen we het hele ecosysteem.”

Ontwerpen voor de wereldwijde journalistiek

Ondanks het feit dat er nog wat dingen uitgedacht moeten worden, is de eerste versie van het dashboard bijna klaar. “We zijn op dit moment vooral bezig met user experience design”, vertelt Haasnoot. Omdat Publicism zowel door binnenlandse als door buitenlandse journalisten gebruikt zal worden, is het niet eenvoudig de juiste vormgeving te kiezen. “Dat zie je ook bij de ontwikkeling van games. Als je een game laat ontwikkelen in Korea of Japan, krijg je iets wat wij eruit vinden zien als een kermisattractie”, lacht hij.

Met de lancering van het dashboard loopt het eerste deel van het werk van Publicism ten einde. Toch zijn Olivieira, Haasnoot, Teune en Eindhoven nog lang niet klaar. “Uiteindelijk moet het systeem duurzaam worden”, vertelt Olivieira. “We zijn begonnen met een applicatie, maar werken nu aan de ontwikkeling van een nieuw ecosysteem, we willen het bestaande systeem ‘disrupten’.” Hoe dat nieuwe systeem zichzelf overeind gaat houden, moet in een volgende fase van het project blijken. Wat er ook gebeurt, Olivieira is zeker van een goede afloop: “Burgers hebben behoefte aan goede journalistiek en ons systeem draagt daaraan bij, daar hebben mensen geld voor over.”

Beeld: The Opte Project, via Wikipedia

 

Over Inge Beekmans

Inge Beekmans geeft les over online journalistiek en innovatie aan Fontys Hogeschool Journalistiek in Tilburg. Naast haar baan als docent werkt ze als freelance journalist, tekstschrijver, vormgever en bouwt ze websites | Twitter: @ingebeekmans

Reageer

1 comments

De bijdrage van Haasnoot tijdens een blockchain/bitcoin debatavond in de Zwijger was om het echt goed te kunnen begrijpen te kort. Ik kreeg wel het gevoel dat het een zeer serieuze invalshoek betekent. Ik zou belangstelling hebben in een workshopachtige bijeenkomst.

Geef een reactie

*