Streekomroep in crisistijd: ‘Iedereen is nu bereid om harder te lopen’

streekomroep

Hoe ga je als hoofdredacteur organisatorisch en inhoudelijk om met de nieuwe werkelijkheid van deze crisis? Bas Booister (28) studeert af en geeft daarnaast leiding aan de redactie van een streekomroep. Normaal gesproken al een hele opgave, laat staan wanneer je een compleet nieuwe werkwijze moet implementeren. Zijn WOS, de Westlandse Omroepstichting, biedt een digitaal nieuwsplatform, publieke radio en televisie voor de 170 duizend inwoners van Westland, Maassluis, Midden-Delfland en Hoek van Holland. Dat gebeurt nu allemaal op afstand. De vraag is wel hoe lang de WOS dit volhoudt: ‘Op dit moment zijn 70 tot 80 procent van onze inkomsten verdampt.’

Thuiswerken is ook bij nieuwsredacties de norm, wat betekende deze overgang bij jullie?

‘Dat we eerst een heel complexe puzzel hebben moeten oplossen. Na de eerste persconferentie van Rutte over de lockdown moesten we eerst een goede checklist maken van zaken waar we rekening mee moesten houden. Van het meegegeven van camerasetjes aan vaste medewerkers tot het formuleren van beleid voor de grote groep vrijwilligers voor wie we ons natuurlijk ook zeer verantwoordelijk voelen.’

Heb je een speciaal managementteam ingericht?

‘Nee, eigenlijk niet. Maar er ontstond wel een soort van crisis ín de organisatie. We hebben nooit eerder op deze manier gewerkt en veel functies zijn gecombineerd om kosten te besparen. Ik lees bijvoorbeeld ook nog het radionieuws en presenteer een deel van de tv-uitzendingen naast mijn werk als hoofdredacteur. Dat is soms al een opgave. Als je dan ook nog technisch allerlei zaken in gang moet zetten wordt het wel heel spannend. Bij sommigen was er daarnaast wat weerstand, omdat er werd getwijfeld aan de effectiviteit van het werken op afstand. Begrijpelijk, want thuis zijn er veel zaken die afleiden van het werk. Een belangrijke vraag die op tafel lag was bijvoorbeeld: kunnen we niet toch op locatie blijven werken, omdat we een vitaal beroep uitoefenen? Uiteindelijk kwamen we samen tot één belangrijke conclusie: better safe than sorry.’

Nieuwe collega’s inwerken is nu de grootste uitdaging. Normaal gesproken nemen we ze aan de hand

Wat zijn de belangrijkste afspraken die je hebt gemaakt met het oog op de gezondheid van medewerkers?

‘We werken met veel vrijwilligers en tegen hen hebben we gezegd, als je niet vanuit huis kan werken dan houdt het voorlopig even op. Op de redactie werken we met zo min mogelijk mensen. Gasten zijn niet meer welkom in onze studio. Onze verslaggevers komen nog buiten de deur. Maar dan merk je dat je een omroep bent met beperkte middelen, wij hadden bijvoorbeeld geen microfoonhengels om de 1,5 meter afstand te kunnen handhaven. Totdat iemand opmerkte dat we toch elke vrijdagavond een live muziekprogramma maken met microfoons op een standaard. Die microfoonstandaards hebben we omgebouwd en dat is net zo effectief.’

Wat is de grootste uitdaging gebleken?

‘Technische ellende, dachten we eerst, maar uiteindelijk kwam dat goed doordat medewerkers deels hun eigen laptops en montageapparatuur gingen gebruiken. De tv-items kunnen vanuit huis worden gemonteerd. De grootste uitdaging vind ik tot nu het inwerken van nieuwe collega’s. Wij nemen nieuwe collega’s normaal gesproken aan de hand, je werkt naast elkaar aan producties. Dat kan nu niet. Dat is voor ons lastig en voor de nieuwe medewerker soms heel onprettig. Het leidt tot grote werkdruk en soms paniek. Ook heb ik onze kersverse jongerenredactie die met nieuwsinnovatie content gericht op jongeren bezig was tijdelijk gevraagd om zich volledig op het lokale coronanieuws te richten. Daardoor lopen we met hun project achterstanden op, maar het is nu even alle hens aan dek.’

Wat kost de crisis je organisatie?

‘Zo’n 70 tot 80 procent van onze inkomsten is voorlopig verdampt. De meeste inkomsten halen wij uit advertenties, want ook al zijn we een publiek gefinancierde organisatie, we hebben altijd geprobeerd zo veel als mogelijk onze eigen broek op te houden. De verhouding publieke bekostiging versus inkomsten uit commercie is ongeveer 20 om 80. We zitten midden in het Westland, met een heleboel telers en kwekers die normaal gesproken goed boeren, maar nu, zeker in de sierteelt, veel minder inkomsten hebben. Die geven dus ook minder uit bij de lokale middenstand, ondernemers die normaliter bij ons adverteren. Voor hun gevoel levert het ze nu te weinig op als ze bij ons reclame maken. Ook zijn grote evenementen afgelast waar wij als mediapartner aan verbonden waren. We kloppen nu wel aan bij de gemeentes, maar de media staan meestal niet op nummer 1.’

We hebben nu retesnelle vergaderingen, komen veel sneller tot de kern

Heeft het je iets opgeleverd?

‘Retesnelle vergaderingen! Doordat we nu op afstand met elkaar overleggen kom je veel sneller tot de kern. Ook is iedereen bereid om net wat harder te lopen, omdat lokale verslaggeving nu meer dan ooit belangrijk is voor veel mensen.’

Kun je nu al zeggen of er binnen je organisatie blijvende veranderingen zijn ontstaan door de crisis?

‘Ik hoop dat die flexibiliteit blijft. En de creativiteit ook. Het is een gelukje dat mijn collega’s vaak zelf spullen hebben die ze goed kunnen gebruiken voor het maken van de uitzendingen en die zetten ze ook graag in. Voor een omroep met beperkte middelen is dat een uitkomst. En ik denk dat ik in de toekomst niet meer het hele land door zal reizen voor vergaderingen met andere streekomroepen. Dat kan vaak prima met een beeldoverleg op afstand.’

Wat betekent de coronacrisis inhoudelijk voor je merk?

‘Mensen zien nu meer dan ooit in dat we als streekomroep een belangrijke bindende functie vervullen voor de maatschappij. Het NOS Journaal laat een groot anoniem ziekenhuis zien met informatie over het aantal sterfgevallen, terwijl wij het hier hebben over de wethouder die overlijdt aan het coronavirus en wat dat betekent. Of we praten over de impact van het virus op het lokale voetbal in Maassluis, waar een van de zo broodnodige vrijwilligers is geveld door het virus. De menselijke maat vind je bij ons, net als de lokale creatieve oplossingen waarmee de mensen elkaar kunnen helpen.’

Service is belangrijk geworden voor veel media. Zie je helpen als jullie taak?

‘Ja, al vanaf het begin van de crisis. Gelukkig doe je zoiets met elkaar. Een groep freelancers die vaak voor de WOS actief is kwam bijvoorbeeld met het plan voor een vier uur durende live-uitzending, waar mensen die hulp zoeken werden gekoppeld aan regiogenoten die wel wat hulp konden gebruiken. En nu proberen we het in onze dagelijkse berichtgeving te doen. Hulpinitiatieven komen in het nieuws voorbij, we geven bijvoorbeeld aandacht aan initiatieven om verveling of eenzaamheid te voorkomen. Daar is echt een taak voor ons weggelegd. Wij zenden nu bijvoorbeeld ook kerkdiensten uit. Dat deden we eigenlijk nooit, maar er is veel behoefte aan, dus hebben we een aantal voorwaarden gesteld; ze moeten in de basis voor iedereen geschikt zijn. Liever geen droge preek, maar een losse presentatie en wat muziek of zo, want anders kijkt er alsnog helemaal niemand. En we zijn gestart met een soort Nederland in Beweging. Voor ouderen is die beweging echt wel belangrijk. Dat doen we samen met een lokaal welzijnsnetwerk.’

Beeldtaal is nu minder belangrijk. De inhoud wint het weer van de vorm

Wat valt je op als naar de conculega’s kijkt?

‘Bij de lokale en regionale omroepen zit vrijwel iedereen in de overlevingsmodus. Het is hard werken met een soms veel kleinere bezetting. We helpen elkaar door samen te werken.’

Welke keuzes maak je nu anders dan voor de crisis?

‘Wat mij opvalt is dat alles over corona gaat, andere onderwerpen sneeuwen onder. Daarin schuilt het gevaar dat belangrijke kwesties niet aan de oppervlakte komen. Onze onderzoeksjournalist kan veel moeilijker aan informatie komen vanwege tijdgebrek bij gemeentes. Zelf proberen we om grote impactvolle verhalen die niet over corona gaan wel de aandacht te geven die ze verdienen. Zo werd een besluit over een geluidswal vanwege de crisis in no-time afgehamerd door de gemeenteraad, terwijl wij weten hoe lang er al over wordt gesteggeld, dat willen we dan ook echt wel laten zien in onze berichtgeving.’

Zijn er bij jullie nieuwe vormen van storytelling ontstaan?

‘Normaal gesproken zie je Skypegesprekken alleen in nationale media als er met het verre buitenland contact wordt gezocht, maar wij gebruiken het nu voor interviews met bijvoorbeeld oudere regiogenoten en mensen die liever niet naar buiten gaan. Je krijgt er echt andere gesprekken door, omdat je veel minder regie hebt over de quotes. De items die wij brengen zijn daardoor ook vaak wat langer dan gebruikelijk. En beeldtaal is nu minder belangrijk. De inhoud wint het weer van de vorm.’

Lees ook de interviews met deze hoofdredacteuren:

Freek Staps (ANP): ‘Geen enkel verhaal is de gezondheid van een collega waard

Gert-Jaap Hoekman (NU.nl): ‘We gaan dagelijks positief nieuws brengen

Over Bart Jan Cune

Bart Jan Cune (38) is naast zijn werk als presentator ook journalistiek strateeg, adviseur en media- en presentatietrainer bij NewsMakers dat hij in 2009 oprichtte. Hij werkt voor zowel publieke als commerciële media. Hij werd voornamelijk bekend als NOS nieuwslezer op 3FM bij de Coen en Sander Show, maar werkte achter de schermen mee aan de totstandkoming van de formats van NOS Headlines, NOS Kort en NOS op 3. Bij 538 Groep creëerde hij een nieuwsdienst voor Slam! en Radio 538. Bij Talpa Network realiseerde hij vervolgens in korte tijd als hoofdredacteur de nieuwsredactie voor alle zenders van Talpa Radio. Begin 2020 besloot hij volledig als zelfstandig adviseur, trainer en presentator te gaan werken.