Streekomroepen moeten de lokale journalistiek versterken, maar ook bijten in de hand die hen voedt

Als het aan de Nederlandse Lokale Publieke Omroepen (NLPO) ligt, heeft Nederland binnen enkele jaren een landelijk dekkend netwerk van streekomroepen. Wat is een streekomroep precies en wat voegt deze toe aan het medialandschap? En kan een streekomroep de ‘waakhondfunctie’ wel vervullen als hij voor een belangrijk deel financieel afhankelijk is van gemeenten?

Nederlanders voelen zich vaak verbonden met hun streek. Onze leefomgeving is groter dan een gemeente, maar kleiner dan een provincie. De Betuwe, het Gooi, Kennemerland, Twente: de streek is onderdeel van onze identiteit. Een omroep op streekniveau is daarom een voor de hand liggend idee.

Toch zit het iets anders, zegt Marc Visch, directeur-bestuurder van stichting NLPO. ‘Streekomroepen zijn niet het doel. Ze zijn een middel om te komen tot een lokaal toereikend media-aanbod in Nederland.’ Een streekomroep voorziet in nieuwsvoorziening via tv, radio, online en sociale media voor een gebied dat meerdere gemeenten beslaat, maar dat kleiner is dan dat van de regionale omroep. Visch: ‘De regionale omroepen zijn feitelijk provinciale omroepen. Omroep Gelderland heeft bijvoorbeeld de verantwoordelijkheid voor de gehele provincie. Dat is een totaal andere schaal dan de acht streekomroepen die wij daar gedacht hebben.’ Daarbij komt dat er streken zijn die dwars door de provinciegrenzen gaan, bijvoorbeeld Stedendriehoek: Deventer ligt in Overijssel, Apeldoorn en Zutphen in Gelderland. Het is de bedoeling dat de lokale omroepen uit de gemeenten in een streek zich gezamenlijk omvormen tot streekomroepen. ‘Een streekomroep is de lokale omroep 2.0.’

Samenwerking en schaalvergroting helpt de lokale journalistiek te professionaliseren, legt Visch uit. Die professionalisering zal worden bekrachtigd met een speciaal keurmerk. Het keurmerk erkent dat de omroep voldoet aan kwaliteitseisen die zijn geformuleerd door verschillende partijen, waaronder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Nederlandse Vereniging van Journalisten.

Lantaarnpalen en jeugdzorg

Maar de schaalvergroting door streekomroepen lost bij lange na niet het geldgebrek op waar lokale journalistiek mee kampt. Er zal dus op meerdere vlakken actie moeten worden ondernomen door de beleidsmakers, vindt Visch: ‘Er is tien miljoen beschikbaar voor alle lokale omroepen in Nederland. Verdeeld over het aantal huishoudens is dat een verwaarloosbaar bedrag. Ook na de vorming van streekomroepen blijft het in de meeste gevallen te mager om een serieuze omroeporganisatie te exploiteren.’ Dit manifesteert zich met name in de dunbevolkte plattelandsstreken.

Het geldbedrag dat de overheid via de gemeenten beschikbaar stelt voor de lokale omroepen is bovendien niet ‘geoormerkt’. Dat betekent dat gemeenten in principe zelf mogen bepalen of ze het aan de omroep uitgeven of aan ‘lantaarnpalen of jeugdzorg’, zegt Visch. Dat de gemeente zelf het geld verdeelt, vindt hij problematisch. ‘Het is raar dat je als journalist in overgrote mate financieel afhankelijk bent van de partij die je onafhankelijk en kritisch moet kunnen volgen.’

In de praktijk is de spanning tussen financiering en de controlefunctie inderdaad aan de orde van de dag, vertelt Maarten van den Boom van ZuidWestTV, een streekomroep in West-Brabant. De drie gemeenten binnen hun streek – Bergen op Zoom, Roosendaal, Woensdrecht – betalen netjes het bedrag per huishouden, maar daarvan kan de omroep niet draaien. Extra geld haalt ZuidWest binnen door bijvoorbeeld ook voorlichtingsfilmpjes te maken voor diezelfde gemeenten. ‘We hebben dus een inkooprelatie met de gemeente. Het is lastig om dezelfde gemeente dan kritisch te bekijken.’

We waren afhankelijk van diezelfde gemeente en als je dan ineens kritisch bent, dan komt die handtekening er misschien wel nooit.

Onlangs is de redactie van ZuidWest verhuisd naar een pand dat de omroep huurt van de gemeente. Van den Boom vertelt dat de omroep documenten had met informatie over de gemeente, maar dat ze die informatie nog maar even lieten liggen. ‘Ik had nog geen handtekening onder het huurcontract. We waren afhankelijk van diezelfde gemeente en als je dan ineens kritisch bent, dan komt die handtekening er misschien wel nooit.’

Opener over worsteling

Van den Boom ziet ook wel in dat zo’n overweging journalistiek gezien niet juist is. Liever zou hij deze keuze niet maken. ‘Maar anders staat mijn organisatie op straat, of erger nog: gaan we langzaam kopje onder. Dat is het me ook niet waard.’ Hij vindt dat lokale journalisten opener moeten zijn over deze worsteling.

Een vast bedrag per streekomroep vanuit het Rijk zou een oplossing zijn voor dit probleem: net als bij de landelijke en regionale omroepen staat het Rijk op afstand van de omroeporganisaties. En meer financiering betekent meestal ook meer onafhankelijkheid van commerciële inkomsten. Ook Marc Visch is daarvan een voorstander en heeft hoop. ‘De minister heeft recent in de Mediabrief gezegd 15 miljoen euro beschikbaar te stellen voor lokale journalistiek.’ Maar of en op welke manier dat bedrag bij de streekomroepen terechtkomt, is nog onduidelijk.

De NLPO wil eind 2021 ongeveer tachtig streekomroepen hebben gevormd waarvan de continuïteit qua financiering is gewaarborgd. Op dit moment zijn dat er dertig. Hoeveel daarvan hebben al het keurmerk gekregen? ‘Het keurmerk is pas net ontwikkeld’, zegt Visch. ‘Onlangs hebben we de eerste drie keurmerken uitgereikt aan WOS, Open Rotterdam en OOG RTV.’

Stimuleringsfonds voert verkenning uit onder streekomroepen

Het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek (SvdJ) is – in opdracht van het ministerie van OC&W – begonnen met een verkenning naar de mate waarin en de wijze waarop lokale publieke (streek-)omroepen kunnen bijdragen aan de professionalisering van het lokale omroepveld. Die verkenning moet gegevens opleveren die bruikbaar zijn voor een pilot, waarin wordt vastgesteld in welke mate streekomroepen die meer middelen krijgen bijdragen aan verbetering van de nieuwsvoorziening op lokaal en regionaal niveau. Het SvdJ verwacht half oktober op basis van de verkenning met een advies te komen.

Foto: het stadhuis van Bergen op zoom, door Les Hamilton via Flickr.

Lees ook

De Nieuwskaart moet regionale omroepen helpen om hun werk beter te doen
Follow the Money en regionale omroepen doen samen onderzoek in Noord- en Oost-Nederland

Over Jolanda van de Beld

Jolanda van de Beld studeerde Nederlands, Politicologie en Journalistiek & Media aan de Universiteit van Amsterdam. Ze werkt als freelance journalist voor onder andere NRC en Investico en houdt zich veel bezig met de nieuwe mogelijkheden van online journalistiek.