Verhalen die niet naar problemen maar naar oplossingen kijken

Voor de eerste internationale conferentie over constructieve journalistiek haalde Hogeschool Windesheim vrijdag 2 december een keur aan journalisten naar Zwolle. Topspreker was Alan Rusbridger, oud-hoofdredacteur van The Guardian.

De Deense Catharina Gyldensted, vorig jaar aangesteld als director of constructive journalism bij hogeschool Windesheim, is het gezicht van een nieuwe vorm van journalistiek. Een vorm die niet alleen gericht is op het blootleggen van problemen maar juist ook op het kijken naar oplossingen. Of in een iets langere definitie, zoals beschreven in de toolkit die bij het congres werd uitgedeeld: ‘Constructieve journalistiek is kritisch maar niet cynisch, toont meerdere perspectieven op een situatie, probeert het publiek erbij te betrekken en is gericht op mogelijkheden, kracht en groei, waarbij de kernwaarden van de journalistiek onverminderd belangrijk blijven.’

Op het eerste internationale congres gewijd aan deze vorm van opbouwende journalistiek, met gasten en sprekers uit heel verschillende landen en disciplines, bleek dat je kunt spreken van een serieuze trend in de journalistiek. Het congres riep drie vragen op.

1. Hoe ver ga je als journalist?

Constructive journalism, postive journalism, solution focused journalism, solutions journalism, problem solving journalism, activism: allemaal termen die vrijdag de revue passeerden. Nieuwsorganisaties en journalisten geven zo hun eigen invulling aan opbouwende journalistiek. Fotojournalist Jeroen Swolfs pleitte voor verhalen met een positieve insteek. Voor zijn fotoproject Streets of the world maakte hij in zeven jaar tijd in 194 wereldhoofdsteden een foto. Gebundeld geven ze een positief mensbeeld. Je ziet vriendschap, broederschap, samenwerking, hoop. Hij wil laten zien dat overal waar je komt, optimistische verhalen te vinden zijn – ook in steden waar dat ver weg lijkt, zoals Bagdad, Mogadishu of Kabul.

Positieve journalistiek, daar spreken nieuwsorganisaties als de BBC of de Zweedse omroep liever niet over. Ze hebben het liever over oplossingsgerichte journalistiek. Daarbij kiezen ze bewust voor een andere insteek in verhalen: niet voor de traditionele slachtoffers van een ramp, maar juist de mensen die de handen uit de mouwen steken bij de wederopbouw. Emily Kasrie van BBC World betoogde dat journalisten het publiek daarmee een realistischer kijk op de wereld geven.

Journalisten kunnen het publiek een realistischer kijk op de wereld geven

Alan Rusbridger ging nog veel verder. Hij betoogde dat sommige onderwerpen, zoals bijvoorbeeld de tabaksindustrie, het waard zijn om activistische journalistiek voor te bedrijven. Met de Keep it in the ground-campagne voerde zijn krant actie om klimaatverandering niet alleen op de agenda te zetten, maar ook om organisaties te bewegen niet te investeren in fossiele brandstoffen. Deze vorm van activistische journalistiek zorgde voor heel wat controverse op de eigen redactieburelen.

2. In hoeverre draait journalistiek om impact?

Gaat het in de journalistiek om onpartijdigheid en objectiviteit, of draait het om impact? Net als bij the Guardian werd daar op het congres verschillend over gedacht. Maar het voorbeeld van de klimaatcampagne laat in ieder geval zien dat journalistiek nog steeds invloed kan hebben. Net als het  werk van Jesper Borup bij zijn regionale Deense radiostation. Hij experimenteert met probleemoplossende journalistiek, met een show waarbij luisteraars concrete problemen in hun omgeving aankaarten waarna journalisten op zoek gaan naar oplossingen. Volgens Ethan Zuckerman van het MIT Civic Media Lab kan dat de redding zijn voor de journalistiek. Hij zette de cijfers over dalend vertrouwen in instituties in het algemeen en overheden en de media in het bijzonder, maar weer eens op een rijtje. Zuckerman betoogde dat door burgers te laten zien dat je wel degelijk de samenleving kunt veranderen, je mensen het vertrouwen in de maatschappij en de journalistiek weer terug kunt geven.

3. Wat vindt het publiek ervan?

Ervaren lezers, kijkers en luisteraars constructieve journalistieke verhalen ook als iets wezenlijk anders dan de gewone journalistiek? Het lijkt er wel op. Borup ondervroeg luisteraars over tien probleemoplossende producties. Niet alleen herinnerden de luisteraars zich alle verhalen, ze waren er ook zeer positief over. Daarnaast lijkt deze vorm van journalistiek ook geschikt voor de betrokkenheid en interactie. Verhalen op De Correspondent die zicht bieden op een oplossing, krijgen veel meer reactie dan verhalen die uitzichtloos lijken.

Harde cijfers zijn er nog niet. De in oktober door Windesheim aangestelde lector Liesbeth Hermans gaat de komende jaren onderzoeken of constructieve journalistiek positieve effecten heeft op de nieuwsconsument en de samenleving. Wie meer wil weten over constructieve journalistiek, kan de laatste ontwikkelingen volgen op de vrijdag gelanceerde website.

Foto: Alan Rusbridger door Alessio Jacona

Over Esther Van der Meer

Esther van der Meer studeerde Nederlands en Journalistiek in Groningen. Ze werkte tien jaar bij Dagblad van het Noorden en geeft nu les aan de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden.

Reageer

1 comments

Wat in journalistieke vaktermen ‘positief’ heet is volgens mij in de taal van lezers: meer balans. Dat betekent: minder cynisme, minder schokeffect, minder incident en meer over achtergronden, drijfveren en ambities.

Geef een reactie

*