Waarom Gaza en Oekraïne het nieuws domineren en Soedan veel minder aandacht krijgt
Nieuws | Op de werkvloer
‘We zouden het helemaal anders moeten doen, maar dat gebeurt niet,’ zegt psycholoog en communicatiewetenschapper Jaap van Ginneken. De onderzoeker ziet dat het geweld in Gaza en Oekraïne veel aandacht krijgt in westerse media, terwijl andere conflicten onderbelicht blijven. Kiezen redacties daar bewust voor, en is dat terecht?
In de maanden na het uitbreken van de oorlog in Gaza in oktober 2023 plaatsten de grote internationale nieuwsmedia in totaal 32.000 artikelen over Gaza, ten opzichte van 3.400 over het gewelddadige conflict in Soedan. Dat blijkt uit een onderzoek van de London School of Economics. Andere conflicten raakten volgens het rapport ondergesneeuwd, zoals het geweld in de Balochistan-regio in Pakistan in die periode.
Dat verschil in berichtgeving is iets van alle tijden, zegt Jaap van Ginneken. De psycholoog en communicatiewetenschapper schreef in 2002 een boek over de journalistieke processen die bepaalde stemmen buitensluiten. Die processen bestaan nog steeds, zegt hij.
Rechtmatige nieuwsverschaffers
‘Over het algemeen gaat het om menselijke mechanismen: wat valt ons op en wat niet? Wat beschouwen we als nieuws? Een indringend verhaal over een familie in de Sahel wordt gezien als een achtergrondverhaal en niet als een nieuwsverhaal. Dat we dat als achtergrond zien, is al een waardebepaling. Zo’n verhaal over Oekraïne of Gaza zou sneller op de voorpagina staan.’ Iets dergelijks geldt volgens de onderzoeker voor de westerse kijk op ‘deskundigen’. We zijn geneigd westerse journalisten te zien als ‘rechtmatige nieuwsverschaffers.’ Van Ginneken: ‘Een deskundige in de Congo komt niet zomaar aan het woord in Nederlandse media.’
Het westen heeft bij Gaza veel meer skin in the game dan bij Soedan
Abdou Bouzerda, journalist bij Bureau Buitenland
Die keuzes worden onbewust gemaakt, meent Van Ginneken, maar volgens Abdou Bouzerda, journalist bij tv-programma Bureau Buitenland, zit het anders. Als het bijvoorbeeld gaat om de vergelijking tussen Soedan en Gaza, worden keuzes juist wel bewust gemaakt, waaronder het besluit om meer aandacht te besteden aan Gaza. De reden is volgens hem helder: ‘Het westen heeft bij Gaza veel meer skin in the game dan bij Soedan.’
Dat de Palestijnen door Israëlische joden worden onderdrukt, raakt volgens Bouzerda een gevoelige snaar in het westen vanwege de Holocaustgeschiedenis. Daarnaast zijn er westerse financiële belangen mee gemoeid en is de Nederlandse nieuwsconsument meer geïnteresseerd in die regio dan in bijvoorbeeld Soedan.
Indirecte betrokkenheid
Bouzerda benadrukt dat de westerse wereld ook betrokken is bij het conflict in Soedan, door de relatie met de Verenigde Arabische Emiraten, die de paramilitairen van de RSF steunen, maar noemt dat ‘indirecte betrokkenheid’. ‘We leveren geen F35-onderdelen aan de RSF, de Soedanese president kan niet vrijuit naar Europa reizen en we hebben hier geen Soedanese bedrijven. Het internationaal recht is op losse schroeven komen te staan, zo heftig zijn de discussies rondom Gaza, maar het is hier geen punt van discussie of de acties van de RSF mensenrechtenschendingen zijn. En daardoor is er ook minder nieuws over Soedan.’
Volgens Koert Lindijer, al ruim 40 jaar Afrikacorrespondent voor NRC, zit de berichtgeving vast in een vicieuze cirkel van diplomatieke en journalistieke aandacht. ‘De diplomaten zeggen dat de journalistiek er niets aan doet en dat zij daarom geen munitie hebben voor in debatten. Journalisten zeggen dan dat als er geen diplomatieke belangstelling is, er ook minder voeding is voor stukken.’
Een ander belangrijk punt is volgens Bouzerda dat berichtgeving over Gaza vaak helemaal niet over Gaza gaat, maar over Nederland of het westen. ‘Dan gaat het bijvoorbeeld over een geopolitieke ontwikkeling of polarisatie in Nederland, denk aan het Chanoeka-optreden in het Concertgebouw. Dat lijkt op aandacht voor Gaza, maar gaat helemaal niet over de Palestijnen.’
Oorlog op sociale media
Ook de online zichtbaarheid van een oorlog kan meespelen in de berichtgeving. In Soedan had vorig jaar nog geen 30 procent van de bevolking toegang tot internet en ongeveer 7 procent maakte gebruik van sociale media. Hoewel er in Gaza tijdens de oorlog soms onderbrekingen waren in het netwerk, had de meerderheid van de bevolking regelmatig toegang tot internet. Palestijnen deelden foto’s en video’s van wat er in Gaza gebeurde op sociale media. Mensenrechtenorganisatie Amnesty International sprak zelfs over het ‘livestreamen van genocide.’ En ook in bijvoorbeeld Oekraïne is er meer toegang tot internet.
‘De beelden uit Gaza maken veel los. Daar reageren media en politiek dan ook op. Dat is er niet bij Soedan,’ zegt Lindijer. Maar Marloes Geboers, universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam, betwijfelt of meer beeld uit Soedan het conflict daadwerkelijk meer zichtbaarheid zou geven. ‘De klassieke journalistieke regels, zoals culturele en geografische nabijheid, blijven van groot belang. En op sociale media moet het nog persoonlijker zijn, je moet je op een bepaalde manier kunnen identificeren met de mensen in een oorlog, anders deel je het niet op je tijdlijn.’
De ontoegankelijkheid van Soedan is een excuus geworden, terwijl er genoeg mogelijk is
Koert Lindijer, Afrikacorrespondent voor NRC
Geboers schreef haar proefschrift over de zichtbaarheid van slachtoffers op sociale media tijdens de oorlog in Syrië. ‘In Syrië hadden mensen toegang tot sociale media. Er was internet, er waren journalisten ter plaatse, en toch zag je dat de zichtbaarheid beperkt bleef. Als de Soedanezen meer op sociale media konden plaatsen, zou het nog steeds maar de vraag zijn of mensen in het westen die beelden zouden tegenkomen.’
Lindijer zegt dat meer beeld helpt, maar hij vindt ook dat toegang tot beeld niet zoveel uit zou moeten maken als het nu lijkt te doen. ‘De ontoegankelijkheid van Soedan is ook een excuus geworden. Er is genoeg mogelijk: we kunnen naar de grens in Tsjaad, tot voort kort konden we nog met mensen bellen in El Fasher, je kunt verhalen vertellen met behulp van de diaspora of werken met Soedanese kunstenaars. En dat doen we ook niet.’
Bijzondere relatie met Israël
Er spelen dus meerdere factoren mee in de berichtgeving over een conflict: de nabijheid van het conflict, de politieke en economische belangen van westerse landen en de toegankelijkheid van informatie, en al deze factoren resulteren uiteindelijk in meer berichtgeving over Gaza en Oekraïne, en minder over Soedan, DR Congo, Nigeria, Thailand en andere conflicten. De vraag die overblijft: is dat terecht?
‘Er is een onevenwicht tussen Soedan en Gaza, net zoals bij Myanmar of Oost-Turkestan, maar ik denk niet dat het onterecht is,’ zegt journalist Bouzerda. ‘Ons land heeft een bijzondere relatie met Israël.’
Onbewuste discriminatie
Volgens onderzoeker Van Ginneken moet de berichtgeving over onderbelichte gebieden, zoals conflicten in Afrika, anders. Hij vreest dat welke verhalen westerse journalisten belangrijk vinden, beïnvloed kan zijn door onbewuste discriminatie. ‘Er is al verbetering. Echt openlijk racisme en simplistische uitspraken over rassen zie je nu niet meer zoveel.’ De wetenschapper herinnert zich een voorbeeld tijdens de genocide in Rwanda. Een journalist kreeg toen de instructie te schrijven over het lot van de Fransen en niet over ‘al die Afrikanen die elkaar de hersens inslaan’. ‘Dat zou nu niet meer gebeuren, maar alle andere mechanismen blijven van kracht.’
Ook volgens correspondent Lindijer moet de berichtgeving over zijn gebied anders. ‘Het is logisch dat er meer aandacht is voor Gaza en Oekraïne, maar het verschil is nu te groot. Ik heb altijd geprobeerd mijn verhalen erdoorheen te krijgen bij de eindredactie, maar reizen in Afrika is duur en een reis naar Soedan gaat mijn krant niet betalen. Ik krijg zelden de vraag van de redactie of ik iets over Soedan kan schrijven, ook niet op afstand zonder dure reis. Afrika valt altijd buiten de interesse. Dat hebben we niet goed gedaan.’
