Waarom geven veelbelovende journalistieke initiatieven zo vaak de geest?

Om de zoveel tijd valt weer een journalistieke start-up om. Hoe komt dat, en hoe kan het worden voorkomen?

Toen crowdfundingplatform Yournalism in 2014 werd opgericht, werd de startup bijzonder warm ontvangen. Nadat met succes een aantal journalistieke projecten gefinancierd was, evolueerde het idee geleidelijk tot een plug-in waarmee media zelf zouden kunnen crowdfunden. Toch gag Yournalism in de loop van 2016 schoksgewijs de geest. (Een volledige reconstructie daarvan is te lezen bij Nieuwe Journalistiek: De opkomst en neergang van Yournalism.)

Het is niet te zeggen of Yournalism nog had kunnen bestaan

“Ik heb er nog lang mee gezeten”, vertelt mede-oprichter Sybren Kooistra. “We hebben er lang onze ziel en zaligheid in gestopt. Het had ook heel anders kunnen lopen.” Het plots afhaken van een grote investeerder was, terugkijkend, de kritieke tegenslag. Zou Yournalism nog hebben bestaan als die partij was aangebleven? “Ongelofelijk lastig te zeggen”, zegt Kooistra. “Het is heel moeilijk om gezond te worden. Ik kan weinig succesvolle start-ups opnoemen: naast Blendle en De Correspondent alleen LocalFocus. Terwijl er genoeg pogingen gedaan zijn.”

Maggy, een Blendle-achtige app voor tijdschriften, stopte in december. Mede-oprichter Michael Croll klinkt nog steeds verslagen. “Binnen een paar weken viel het nét de verkeerde kant op, deals kwamen niet rond. Het is nog steeds pijnlijk dat we moesten stoppen. We zijn er bijna drie jaar mee bezig geweest.” Maggy had onvoldoende betalende gebruikers. Gehoopt werd op een grote commerciële partner, maar uiteindelijk haakte niemand aan. Aan de app lag het volgens Croll niet. “Ik denk nog steeds dat we een mooi product hebben ontwikkeld.”

Geen geboren ondernemers?

Is ondernemen in de journalistiek bovengemiddeld lastig? In elk geval is het een lastig op te schalen tak van sport. “Iets als Instagram of Uber draait op algoritmes die je heel makkelijk kunt uitbouwen. Een journalistiek bedrijf dat wil groeien, heeft doorgaans juist mankracht nodig”, zegt Peter Smet, innovatiecoördinator bij het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.

Het is goed om een zakelijk denkend teamlid te hebben

Ook zijn veel journalisten volgens Smet geen geboren ondernemers. “Het is een beroepstak die bekendstaat als creatief, niet om zijn liefde voor cijfers.” Kooistra twijfelt bij de vraag of journalisten matige ondernemers zijn. “Ja en nee; het is te algemeen gezegd. Het is slim om een zakelijk denkend teamlid te hebben. Wij hadden een echte ondernemer in het team, dat werkte goed.”

Overigens, relativeert Smet, falen in elke sector de meeste start-ups. “In de cultuur- en mediabranche slaagt naar schatting 20 tot 30 procent. Van de projecten die het Stimuleringsfonds steunt gaat ongeveer de helft in een bepaalde vorm door als de subsidie op is.”

Op de schop

Toch is het zonde als er weer een Yournalism of Maggy stopt. Het Stimuleringsfonds gooide onlangs de Regeling Journalistieke Innovatie, haar belangrijkste subsidieregeling, op de schop. Projecten krijgen voortaan mentoren toegewezen: ervaren ondernemers die beginnersfouten helpen voorkomen.

Ook is het gegarandeerde subsidiebedrag verlaagd. Smet: “Voorheen kreeg je tot honderdduizend euro voor het hele traject. Er was weinig ruimte om tussentijds bij te sturen. Vanaf nu krijgen projecten in eerste instantie maximaal 35.000 euro.”

Alleen als start-ups veelbelovende stappen zetten, wordt dat meer. “Ze moeten zich vaker bewijzen en hebben duidelijke doelen om na te streven”, zegt Smet. Zo moet met het eerste subsidiebedrag een prototype worden ontwikkeld. (Lees ook Smets uitgebreide toelichting op de vernieuwde regeling.)

Ondoordachte uitgaven

Kooistra noemde het al als geslaagd voorbeeld: de datavisualisatietool LocalFocus. Het klantenbestand van LocalFocus is met onder vele andere NOS, EenVandaag en NRC indrukwekkend. “We zijn gezond en hebben een goede naam opgebouwd”, vertelt Jelle Kamsma, één van de drie oprichters. “Toen we vier jaar geleden subsidie van het Stimuleringsfonds kregen, gingen we niet direct ‘bedrijfje spelen’. We bleven freelancen en stopten langzaamaan steeds meer tijd in LocalFocus. We werkten natuurlijk keihard, maar deden het niet overhaast.”

We zijn niet ‘bedrijfje gaan spelen’

Door die gestage ontwikkelingscurve kon LocalFocus zich goed plooien naar de wensen van potentiële afnemers. Zo gaat het niet altijd. Smet: “Veel teams geven een jaar lang afgesloten van de buitenwereld hun subsidie uit aan een platform. En dan ontdekken ze dat niemand op dat specifieke platform, in die vorm, zitten te wachten.”

De drie grote valkuilen zijn volgens Smet tunnelvisie, slechte planning en ondoordachte uitgaven. Ondoordachte uitgaven gaan meestal naar de techniek. “Dat is waarop het gros van de start-ups stukloopt” , zegt Jelle Kamsma. “Dan heeft men bijvoorbeeld een goed idee voor een platform of tool en wordt dat voor veel geld door een webdevelopersbureau gemaakt. Voor doorontwikkeling is dan vaak geen geld meer.” LocalFocus had zelf het ‘geluk’ dat een teamlid developersvaardigheden had.

Geldgebrek

Geldgebrek is bijna altijd een belangrijke oorzaak. Een verdienmodel vinden na de subsidieperiode blijkt lastig. Vooral als consumenten de doelgroep zijn. Croll: “Maggy kostte 6 euro per maand, waarvan 70 procent naar de uitgevers ging. Aan onze groep betalende gebruikers (medio 2016 ruim 2.200, red.) hielden we te weinig over.”

Lezers laten betalen voor journalistiek is een bekend hoofdpijndossier. Maar ook B2B-start-ups redden het vaak niet. Het Stimuleringsfonds wil projecten daarom actief aan kranten, omroepen of investeerders koppelen. Dit gebeurt zodra er een prototype is ontwikkeld. Als een derde partij een bedrag investeert, wordt dat door het fonds tot 10.000 euro verdubbeld. Smet: “Als er geen partner gevonden wordt, maken we voor de echte ruwe diamanten een uitzondering door ze alsnog extra subsidie te geven.”

Doe het niet half, maar helemaal

Sybren Kooistra benadrukt dat veel geld nu eenmaal nodig is om als start-up ergens te komen. “Als je maximaal twintigduizend euro kunt besteden, heb je te maken met weinig tijd, weinig personeel en weinig investeringsruimte. Dat maakt het al snel lastig.”

Het ‘slagveld’ van gesneuvelde start-ups blijkt niet erg afschrikwekkend. Bij het Stimuleringsfonds kwam dit jaar een recordaantal aanvragen binnen. Heeft veteraan Kooistra tips voor de deelnemers? “Wees extreem kritisch op jezelf. Verzamel zoveel mogelijk tegengeluiden om je heen, die wel betrokken zijn maar niet per se positief.” En vooral: “Doe het niet half, maar helemaal.”

Foto: Dennis Skley (CC)

 

Over Menno van den Bos

Menno van den Bos is freelance journalist en schrijft over media en maatschappij. Hij werkt voor Vrij Nederland, VICE en SVDJ.nl.

Reageer

3 comments

Er zijn ook veel te veel avonturiers in de journalistiek. Dat wordt nog gestimuleerd ook door de subsidieregelingen van o.a. SvdJ. Misschien een keer terug naar de basis van de journalistiek? Online, uitgevers (groot en klein) en heel speciale projecten die ertoe doen. En pas op voor bureaucratie en grote ondersteunende apparaten.

Mislukken hoort bij start-ups. Als een idee niet goed genoeg is of de markt blijkt kleiner dan verwacht, valt het bijbehorende bedrijf om. Dat is het risico van ondernemen en investeren. Start-ups die zich afhankelijk maken van bestaande media zoals de twee die in dit artikel worden genoemd, vissen in een krimpende vijver. Dan kan de vangst tegenvallen.

Zoals hier ook vermeld en vanuit wat persoonlijke ervaring: in zee gaan met developers en direct een heel eigen platform ontwikkelen is kostbaar en risicovol. Zorg dat je een beetje IT-man (m/v) in je team hebt en maak zoveel mogelijk gebruik van dingen die al bestaan. (Hoi, open source!) Zeker als je verdienmodel nog niet helemaal duidelijk is en/of je maar een beperkte investering hebt. Je ziet zo vaak, zelfs al met WordPress templates, dat er een soort vendor-locking ontstaat waardoor je alleen maar met die jongen/meid verder kunt die eigenlijk wat te duur begint te worden.

Ik zou zelfs letterlijk businessmodel kunnen bouwen rond startups helpen die niet meer verder kunnen nu hun developer ziek, zwak of te duur is of geen zin meer heeft. Val niet in de val van alles helemaal zelf bouwen. De kost gaat zeker voor de baat uit, maar je kunt daar wel een beetje slim in zijn.

Zoek verder een paar mensen die je kunt vertrouwen (tsja..) en werk daar mee samen aan je project. Alleen met een stel mensen die -vaak letterlijk- gek genoeg zijn er veel te veel tijd in te steken gaat het vaak lukken. (Maar blijf realistisch, trekken aan een dood paard is ook zo wat.) Staar je verder niet blind op wat grote namen allemaal kunnen, of zeggen te kunnen. Die hebben een heel team en jij bent met zijn 4-en, als je geluk hebt. Moet je eens kijken hoe vaak jij alsnog sneller bent dan naam X. Plus: die zijn dus allemaal geld aan het stukslaan, moeten we nog maar zien of ze die verliezen over een jaar of twee nog leuk genoeg vinden voor het bereik dat ze bouwen. (Hallo Mindshakes.)

Verder zou ik eenieder aanraden ook elkaar te helpen (zie ook: mensen die je kunt vertrouwen). Dat is natuurlijk ook een beetje dat ‘startupcultuurtje’ maar het kan echt werken. Verder: hup old boys network. Niets mis met vertrouwde contacten in een nieuw project weer gebruiken. Snelheid, vertrouwen en inzet voor elkaar gaat boven een slepend selectieproces van iemand die zich alleen werknemer voelt.

Geef een reactie

*