Nieuws

Radicaliseer je in de echokamers van sociale media? Niet zo snel, blijkt uit onderzoek

Nieuws | Onderzoek

Al jaren zijn er zorgen over de manier waarop de algoritmes van sociale media leiden tot steeds extremer wordende denkbeelden. Burgers zouden belanden in ‘echokamers’ waarin zij alleen nog maar nieuws te zien krijgen dat in overeenstemming is met hun denkbeelden. Maar zijn die zorgen wel terecht? Volgens nieuw onderzoek zijn de echokamers helemaal niet zo ‘geluidsdicht’ als we vaak aannemen.

Zo’n vijf maanden geleden blies Zondag met Lubach de discussie rondom echokamers een nieuw leven in met een item over de online fabeltjesfuik. Daarin liet hij zien hoe het YouTube-algoritme werkt. Hij begon met zoeken naar meer informatie over de PCR test, en binnen de kortste keren werden aan hem alleen nog maar filmpjes met wilde complottheorieën voorgesteld. Een algoritme dat zo is afgesteld leidt uiteindelijk tot steeds extremere opvattingen en dat is gevaarlijk, zo luidde zijn conclusie. Niet alleen Lubach sprak zijn zorgen hierover uit. Wie ‘filterbubbel’ of ‘echokamer’ googelt ziet tientallen krantenartikelen over dit relatief nieuwe fenomeen verschijnen.

Reden voor een team van Duitse en Noorse wetenschappers om te onderzoeken of een echokamer daadwerkelijk leidt tot steeds extremere opvattingen. Zij toetsten vier veelgehoorde aannames over echokamers. Wat bleek? De gevreesde effecten van echokamers zijn in werkelijkheid niet zo sterk als we denken.

Vier aannames

De vier aannames waren:

  • Voor de gebruikers van sociale media zijn sociale media de enige nieuwsbronnen die ertoe doen
  • De informatie op sociale media en traditionele media verschilt dusdanig dat er een grotere kans is om via sociale media in een echokamer te belanden
  • Echokamers hebben eenzelfde effect op alle gebruikers
  • Grote nieuwsberichtgeving van traditionele media dringt niet door tot binnen in de echokamer

De onderzoekers toetsten de aannames door deelnemers te vragen naar hun opvattingen over de Duitse vluchtelingenkwestie (meer dan één miljoen vluchtelingen staken tussen 2015 en 2016 de Duitse grens over).

Ze vroegen naar de manieren waarop zij hun mening uitten (via likes, eigen posts, persoonlijke gesprekken etc.), welke bron van nieuws zij belangrijk vonden (offline media, offline media, gesprekken met naasten), in hoeverre zij sociale media gebruikten voor politiek nieuws en waar op het politieke spectrum zij zichzelf zouden plaatsen (van extreemlinks tot extreemrechts). Tot slot vulden de participanten nog wat losse gegevens in, zoals inkomen, werksituatie, politieke interesse etc.

Via ingewikkelde computermodellen konden de wetenschappers vervolgens allerlei soorten eigenschappen van de participanten combineren om de vier aannames te controleren.

Sociale media geen bron van kwaad

De eerste aanname bleek onterecht: sociale media zijn voor gebruikers niet de enige nieuwsbronnen die ertoe doen. Aanvankelijk leek er een positief verband te bestaan tussen de afhankelijkheid van sociale media en hoe vaak mensen hun mening uitten. Hoe afhankelijker van sociale media, hoe vaker een mening werd gedeeld. Toen de wetenschappers het gebruik van andere nieuwsbronnen ook in de berekening meenamen, verdween dit verband als sneeuw voor de zon. Niet de afhankelijkheid van sociale media, maar de mening die de participant vóór het onderzoek had was de beste voorspeller van hoe vaak deelnemers hun mening uitten.

Ook de tweede aanname werd onderuitgehaald. De afhankelijkheid van sociale media is niet leidend voor een sterke mening, de mate van nieuwsconsumptie wel. Weer leek het alsof de mate waarin sociale media gebruikt worden bepaalde hoe extreem een mening is. Maar mensen die veel nieuws tot zich nemen, doen dat nou eenmaal ook veel via sociale media.

Daarnaast dreigt niet voor iedere gebruiker het gevaar van radicalisering. In de tijdsperiode van twee weken vonden de wetenschappers geen aanwijzingen dat deelnemers die zeer afhankelijk waren van sociale media voor hun nieuwsvoorziening extremere opvattingen kregen. Weer hingen de verschillen die ze noteerden vooral samen met de opvattingen die de deelnemers vóór het onderzoek hadden.

Ook de laatste aanname is volgens de wetenschappers niet juist. Groot nieuws dringt wel degelijk door in de echokamer. Afhankelijk van het type nieuws (tijdens het onderzoek onder meer de overwinning van het extreemrechtse AfD in de regionale verkiezingen) reageerden deelnemers met linkse opvattingen of deelnemers met rechtse opvattingen beiden door hun mening vaker te uiten. Het feit dat zulk nieuws op beide groepen effect had, bewees voor de wetenschappers dat “mainstreamnieuws” nog steeds tot in de echokamers doordringt. 

Koester de geluidsoverlast

De wetenschappers benadrukken dat de effecten van echokamers wel degelijk kunnen bestaan, maar in mindere mate dan vaak wordt aangenomen. Door de focus op de negatieve effecten van echokamers lijkt het alsof sommige burgers compleet geïsoleerd van de samenleving leven. Het onderzoek bewijst dat bijna ieder individu nog steeds wordt blootgesteld aan tegenstrijdige opvattingen.

Foto: Camilo Jimenez (Unsplash)

25 maart 2021
819 woorden 3 min. lezen
Tag(s): complottheorieën, radicalisering, Social media