Nieuws

Veilige producten: de consument zoekt het zelf maar uit

Nieuws | Talentprogramma

Ontploffende kroketten, giftige strings, stukjes glas in kruidenpotjes of levensgevaarlijke bacteriën in een pakje vleeswaren; het komt vaker voor dan je denkt. Maar hoe kom je er als consument op tijd achter dat er iets mis is met een gekocht product?

Door Josta Bosma, Evaline Schot, Freek Drenth en Joni de Vries

Hij weet het nog goed. Het was vrijdag 15 oktober 2004. Rick Harderwijk zit in de trein naar zijn werk, wanneer hem iets opvalt. In treinkrant Metro roept meubelgigant IKEA haar klanten op om een kinderstoel terug te brengen; loslatende delen kunnen leiden tot verstikkingsgevaar bij kleine kinderen. Het zet hem aan het denken. Wat als hij die dag niet in de trein had gezeten? Waarschijnlijk had hij dan nooit over de potentieel gevaarlijke kinderstoel gehoord.

Maar hoe goed krijgen consumenten als Harderwijk tegenwoordig – in het internettijdperk – een soortgelijk bericht onder ogen? En wie is er eigenlijk verantwoordelijk voor het bereiken van de consument?

De veiligheidswaarschuwing die Rick Harderwijk in 2004 tegenkwam (bron: Productwaarschuwing.nl)

Het antwoord op de laatste vraag is simpel: dat is de producent. Blijkt uit een controle bijvoorbeeld dat een waterkoker brandgevaarlijk is, dan moet de producent dit melden bij de toezichthouder, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA). Samen kijken de producent en de NVWA of de waterkoker uit de handel moet worden gehaald. Is het risico voor de consument heel groot, dan kan er een terugroepactie volgen, ook wel bekend als recall. De producent maakt dan een aankondiging die vergelijkbaar is met die van de IKEA kinderstoel en moet ervoor zorgen dat haar klanten worden geïnformeerd. Vroeger gebeurde dat via krantenadvertenties en affiches in winkels. Tegenwoordig worden daarvoor vooral online kanalen ingezet.

Centraal punt

Consumenten kunnen veiligheidswaarschuwingen dus op veel verschillende plekken tegenkomen. Op de website van de supermarkt, in de etalage van de speelgoedwinkel of op de Facebookpagina van de drogist. Is een centraal punt waar alle veiligheidsmeldingen te vinden zijn niet overzichtelijker voor de consument?

We vroegen het onder andere aan HEMA, Kruidvat, Albert Heijn en Jumbo. Een aantal van hen noemt de NVWA als centraal punt. Op de website van de toezichthouder staat inderdaad een pagina met productwaarschuwingen. Dat bedrijven hier naar refereren is dan ook niet vreemd. Ook als consument zou je kunnen denken dat op deze waarschuwingspagina alle veiligheids- en terugroepacties staan. Bovenaan de pagina staat namelijk het volgende: ‘De NVWA publiceert veiligheidswaarschuwingen van bedrijven. Vind hier wat u nu beter niet kunt kopen, eten of gebruiken. En bij wie u terecht kunt voor specifieke informatie als u in de media leest dat er iets mis is.’

Maar deze pagina bevat niet alle waarschuwingen. Wanneer bedrijf X een productwaarschuwing afgeeft, zijn ze alleen verplicht om deze zelf te publiceren. Of ze deze ook met de NVWA delen is hun eigen keuze. Krijgt de NVWA geen waarschuwing toegestuurd, dan kunnen ze die ook niet op de website plaatsen. Gebeurt dit wel, dan heeft de toezichthouder alsnog geen wettelijke taak om recalls te publiceren: “We doen dit als service voor het publiek, om het bereik van de waarschuwingen te vergroten”, aldus NVWA woordvoerder Lex Benden.

Steentje bijdragen

Terug naar Rick Harderwijk in 2004. Bij het lezen over de kinderstoel realiseert hij zich dat er geen centrale plek is waar hij alle andere veiligheidswaarschuwingen kan vinden. Daarom besluit Harderwijk om zelf een website te beginnen: productwaarschuwing.nl. Harderwijk besteedt op dit moment minstens twintig minuten per dag aan het speuren naar en plaatsen van waarschuwingen op zijn website.

Hij maakt zich zorgen over de mate waarin consumenten op de hoogte zijn van recalls. “Het punt van terugroepacties is dat het bereik heel laag is. Dat is algemeen bekend. Ik zie mijn werk voor de website als mijn steentje bijdragen aan de maatschappij. Ik vind het belangrijk dat die informatie er is en zo veel mogelijk mensen bereikt.”

Op zijn Facebookpagina @terughaalacties schrijft Harderwijk dat zijn website het meest complete overzicht van terugroepacties en waarschuwingen biedt. Dit komt vooral omdat Harderwijk actief op zoek gaat naar recalls. Om zoveel mogelijk waarschuwingen te vinden, controleert hij dagelijks websites van bedrijven, producenten en toezichthouders in heel Europa. Soms vindt hij terugroepacties die niet naar de NVWA zijn gestuurd en dus ook niet op de NVWA website staan. Door ze op productwaarschuwing.nl te zetten wil Harderwijk het bereik van deze waarschuwingen vergroten.

Stijging van meldingen

Kijkend naar de meldingen op de website van Rick Harderwijk en die van de NVWA, is te zien dat het aantal geplaatste waarschuwingen de afgelopen jaren is gestegen. Die toename komt vooral door terugroepacties van levensmiddelen zoals vlees, brood en zuivel. Het aantal waarschuwingen over niet-voedingsproducten, bijvoorbeeld kinderspeelgoed of elektrische apparatuur, blijft stabiel. Wordt ons voedsel onveiliger? Of is er een andere verklaring?

Volgens de NVWA betekent de stijging niet dat ons voedsel minder veilig wordt. De toename komt vooral door een wetswijziging uit 2014. Sindsdien moeten allergenen op het etiket vermeld staan. Zitten er per ongeluk pinda’s in een pot amandelpasta? Of staat op het etiket van een taart niet dat er melk in zit? Dan gaat er een waarschuwing uit.

Levensgevaarlijke gevolgen

Een groep consumenten die als geen ander weet hoe belangrijk het is om snel op de hoogte te zijn van veiligheidswaarschuwingen, zijn mensen met ernstige allergieën. Zij worden onder andere vertegenwoordigd door het Nederlands Anafylaxis Netwerk (NAN). De naam van het netwerk verwijst naar een acute allergische reactie, waarvan o.a. de anafylactische shock een extreme reactie op allergenen kan zijn. Volgens NAN-secretaris Frans Timmermans ontvangt het netwerk sporadisch meldingen van mensen die een anafylactische shock kregen doordat een waarschuwing hen niet op tijd bereikte. “Deze mensen hebben nadien last van angst en stress, omdat ze bang zijn voor een mogelijke blootstelling aan allergenen. Dit is zeker het geval bij ouders van jonge kinderen met ernstige allergieën”.

Timmermans geeft aan dat de NVWA bedrijven soms vraagt de waarschuwingen die gaan over allergenen ook naar het NAN te sturen. Het netwerk kan op die manier een alert direct naar haar leden sturen, zodat ze snel op de hoogte zijn. Jumbo laat in een reactie weten de NAN inderdaad altijd te informeren als er een terugroepactie is in verband met allergenen. Net als Albert Heijn vermelden ze daarnaast hun productwaarschuwingen op social media en hun website. Jumbo en HEMA zeggen ook een kassablokkade in te stellen, zodat een product niet alsnog verkocht kan worden.

Bedrijven ondernemen dus van alles om hun klanten te bereiken over terugroepacties. Daar zijn ze ook wettelijk toe verplicht. Toch zijn er ook verschillen in beleid. Op de websites en social mediakanalen van onder andere HEMA, Albert Heijn, IKEA en Decathlon zijn oudere productwaarschuwingen relatief makkelijk terug te vinden. Decathlon zegt hierover: “Op deze manier kunnen wij ook klanten informeren die bijvoorbeeld pas na geruime tijd op onze website naar de veiligheidswaarschuwingen kijken.” Niet alle bedrijven staan hier hetzelfde in. Jumbo verwijdert bijvoorbeeld binnen enkele dagen een terugroepactie weer van haar kanalen. Ook bij producten met een langere houdbaarheidsdatum. De supermarktketen heeft na herhaalde oproep geen reactie gegeven op onze vraag wat hier de reden voor is.

Is het genoeg?

De Consumentenbond zegt in een reactie dat de waarschuwingen niet alle consumenten bereiken, maar dat door online aankopen consumenten wel makkelijker direct kunnen worden benaderd. “Een bedrijf weet dan tenslotte precies welke klant het teruggeroepen product heeft aangeschaft. Bij een fysieke winkel is dit een stuk moeilijker.”

En de consument met allergieën, voelt deze zich veilig genoeg? Het Nederlands Anafylaxis Netwerk zegt hierover het volgende: “Vroeger waren producenten verplicht een waarschuwing in de krant te publiceren. Hiervoor is geen duidelijk alternatief gekomen. Bovendien is er geen goede communicatie over waar de consument de meldingen kan vinden.” Veel mensen met een allergie sluiten zich daarom aan bij het NAN of worden lid van één van de tientallen Facebookgroepen voor lotgenoten, maar een eenduidig alternatief is er nog niet.

Als consument blijft het zoeken naar productwaarschuwingen: de website van de NVWA, de Facebookpagina van productwaarschuwing.nl, of daarnaast toch ook nog de website van je favoriete winkel? Eigenlijk weet niemand of je na het doen van al die moeite ook echt alle terugroepacties hebt gezien.

Beeld: Cristiano Pinto op Unsplash

Verantwoording

Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van openbare data van de website en Facebookpagina van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. Deze data betreft de jaren 2016-2020, omdat de veiligheidswaarschuwingen op de NVWA website niet verder teruggaan dan 2016. 

De data is van de site en Facebook gescrapet, opgeschoond en gecategoriseerd. Op de Facebookpagina zijn bijvoorbeeld de posts die geen veiligheidswaarschuwing bevatten verwijderd uit de database. Daarnaast is de data gecategoriseerd op type product, verschillende productgroepen en de aard van het veiligheidsgevaar. De onderzoeksjournalisten hebben bovendien deels zelf data verzameld van de websites productwaarschuwing.nl en verschillende producenten en retailers. Door meerdere jaren te bekijken is een beeld ontstaan waar wij ons artikel mee hebben onderbouwd. 

Ter ondersteuning van deze datasets zijn er gesprekken gevoerd met de NVWA, productwaarschuwing.nl, woordvoerders van supermarkten en andere betrokkenen.

Dit onderzoek is uitgevoerd tijdens het IMPACT-programma van Media Perspectives dat is medegefinancierd door het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek.