Gaat de journalistiek door een vertrouwenscrisis? Er lijkt eerder sprake van een kloof

Demonstranten voor de deuren van redacties, Geert Wilders die hardop prakkiseert over censuur van de NOS en ‘nepnieuws’ als modewoord. Uit dit beeld concludeer je al snel dat het vertrouwen in de journalistiek tanende is, maar onderzoeken zeggen vaak het tegenovergestelde. Is er wel sprake van een vertrouwenscrisis? En zo ja, kunnen journalisten daar zelf wat aan doen? Sjors Hofstede onderzoekt het in een drieluik.

Nederland is een van de landen waar mensen het grootste vertrouwen hebben in nieuws en Nederlanders maken zich het minste zorgen over nepnieuws. Dat stelt het jaarlijkse Digital News Report (DNR), gebaseerd op onderzoek door het Reuters Institute in Oxford. 52 procent van de Nederlanders vindt het nieuws in het algemeen te vertrouwen, 33 procent heeft hier en daar twijfels en 15 procent wantrouwt het nieuws volledig. Deze cijfers zijn al een aantal jaren stabiel, maar door de coronacrisis kreeg het publiek wereldwijd meer vertrouwen in met name de traditionele nieuwsmedia.

Nog geen drie weken nadat deze conclusies werden gepresenteerd, stonden er demonstranten voor de redacties van gevestigde titels als NOS en de Volkskrant. De journalistiek zou niet kritisch en onafhankelijk genoeg zijn, vooral in de berichtgeving over het coronavirus.

Ook in onderzoeksrapporten van het Centraal Bureau voor de Statistiek, het Sociaal Cultureel Planbureau en Kantar is het zoeken naar een vertrouwensdip. Hoe vallen die onderzoeken dan te rijmen met dat beeld van een crisis?

Kritiek is een geliefkoosde bezigheid

Hoogleraar Irene Costera Meijer van de Vrije Universiteit werkte mee aan het DNR en ziet eerder een groep die luidruchtiger wordt dan een groep die groeit. ‘Het bekritiseren van nieuws is al geruime tijd een geliefkoosde bezigheid. Als jij op een verjaardag zegt dat je iets met journalistiek doet, is dat vaak stof voor een goed gesprek. Mensen vinden het iets lekkers hebben om zich af te zetten tegen het nieuws.’

Dat dit afzetten nu meer in het openbaar gebeurt, komt volgens Costera Meijer door sociale media: voor mensen met wantrouwen is het makkelijker een platform te vinden – en daar ontmoeten ze ook meer gelijkgestemden dan op een kringverjaardag. In die online bubbels wordt wantrouwen al snel extremer: ‘Het is zelfs onderdeel van het verdienmodel van sociale media. Kijk maar naar YouTube, waar je volgens onderzoek van de Volkskrant en De Correspondent met iedere klik op een radicaler filmpje terechtkomt.’

Mensen vinden het iets lekkers hebben om zich af te zetten tegen het nieuws

Teruggrijpen op traditionele media

Jaron Harambam is socioloog en gepromoveerd op complotdenken. Ook hij denkt niet dat er sprake is van een algehele vertrouwenscrisis, eerder van een vertrouwenskloof: ‘Er heeft door de komst van internet en sociale media een democratisering van de informatievoorziening plaatsgevonden. Doordat mensen makkelijker zelf een mediastation als Café Weltschmerz kunnen opzetten, komt er veel meer en andersluidende informatie in omloop. Je ziet dat een groep mensen daardoor teruggrijpt op traditionele media en die meer gaan vertrouwen, maar ook dat mensen in een aparte bubbel belanden en zo kunnen radicaliseren.’

‘Een pluriform medialandschap is gezond voor een democratie’, vervolgt Harambam. ‘Maar sommigen vinden het té pluriform worden. Er ontstaat paniek als Jensen aan het ranten is en daar veel mensen naar kijken. Dan wordt er gedacht dat al die mensen dat zomaar overnemen. Maar als je kijkers erover spreekt, zie je dat ze veel kritischer zijn. Mensen zijn autonome wezens die goed kunnen nadenken.’

Kritiek op de journalistiek is dan ook helemaal niet slecht, meent Harambam: ‘Ik zie het als een uitnodiging aan de journalistiek om uit te leggen wat hun berichtgeving zo goed maakt. Waarom het beter is dan die van een willekeurig blog.’

Gemakkelijk meningen overnemen

Ondanks dat ze de kritiek in sommige gevallen terecht acht, vindt Irene Costera Meijer dat journalisten ook weer niet te veel moeten inzitten over het in hun gestelde vertrouwen. ‘De cijfers van het Reuters Institute laten zien dat het vertrouwen in de Nederlandse journalistiek de laatste jaren nog steeds relatief hoog is. Dat journalisten dit niet altijd weten, hangt wellicht samen met het gemakkelijk overnemen van meningen uit Amerika en Engeland, waar er meer terechte kritiek is op de onafhankelijkheid of onpartijdigheid van de journalistiek. Slecht voor het zelfvertrouwen van de Nederlandse journalistiek en dus zonde eigenlijk.’

Mensen zijn autonome wezens die goed kunnen nadenken

Dat de schijnbare paradox tussen zichtbare mediademonstranten en onbekende vertrouwenscijfers voornamelijk het gevolg is van beeldvorming, betekent niet dat er geen problemen zijn. Costera Meijer: ‘Het ondermijnen van vertrouwen wordt wel een populaire strategie. Dat begon met spinnen in de politiek, maar wordt nu bijvoorbeeld ook overgenomen door boeren die de methoden van het RIVM in twijfel trekken.’

En zoals gezegd ziet Harambam een groep mensen – hoe groot die is, dat weet hij niet precies – die radicaliseert in hun bubbel, en amper meer vatbaar is voor feiten. Uitdagingen te over dus voor de journalistiek, die besproken worden in de rest van dit drieluik. In hoeverre media zelf onderdeel zijn van dit probleem en of journalisten dat beseffen, wordt besproken het volgende deel. In het slotstuk wordt onderzocht of en hoe de journalistiek deel kan zijn van een oplossing.

Foto: Korhan Erdol

Lees ook

Transparantie, vertrouwen en marketing: waarom media meer zijn gaan vertellen over hun werk

Over Sjors Hofstede

Sjors Hofstede studeerde Communicatiewetenschappen en behaalde zijn Master-titel voor Media en Journalistiek. Als freelance journalist werkt hij voor onder meer de Volkskrant, SvdJ.nl en Omroep West.